Actief Linkse Studenten (ALS)
Tegen het Europa van het Kapitaal

nationale website
Laatste Update: 3 oktober 2005

Handen af van onze resto's

Inleiding

Deze brochure kadert in een campagne waarin diverse ALS-kernen in betrokken zijn omtrent de situatie van de resto’s. We denken dat het nodig is om alle voorstellen die nu gedaan worden voor de "hervormingen" van de resto’s in een breder perspectief te zien en ook de studenten een politiek programma aan te bieden waarrond we denken dat kan gewerkt worden. Daarom wordt naast de situatie van de resto’s ook dieper ingegaan op de situatie van de voedingsindustrie, veganisme, privatiseringen,... De discussies daarover zijn belangrijk om een duidelijke visie naar voor te brengen over de functie van een resto en de rol die de universiteiten moeten spelen in de maaltijdvoorziening aan de studenten.

Eerst is wel een misschien meer technische uitleg nodig om te zien wat er juist voorgesteld wordt.

Reacties op wat hieronder staat zijn zeker welkom (contactinfo)

Daarnaast wordt op verschillende plaatsen gewerkt aan een campagne. Aan de VUB neemt het ACOD daartoe het voortouw. Met de ALS steunen wij hun campagne en nemen er ook actief aan deel. In Gent voeren de Aktief Linkse Studenten (voorlopig?) alleen campagne. Er wordt gewerkt met een petitie, die je ook via de ALS kunt verkrijgen.

1. Situatie aan de RUG

Aan de RUG wordt sinds 1997 gediscussieerd over de situatie van de resto’s. Eigenlijk was er al langer discussie door het probleem van asbest in resto ‘De Brug’. Daar werd in 1986 vastgesteld dat er een gevaarlijke hoeveelheid asbest in de plafonds en muren zat. Asbest is een gevaarlijke kankerverwekkende stof, wat in een restaurant uiteraard niet echt aan te raden is... In 1986 werd voor een noodoplossing gekozen. De asbest werd bedekt met een garantie voor 10 jaar. Na 10 jaar werd geleidelijk aan, o.a. na aandringen van de vakbond (ACOD), nagedacht over een structurele oplossing voor resto ‘De Brug’. Toen ook een aantal Europese normen met betrekking tot de maaltijdbereiding opgelegd werden kwam de volledige sector van de resto’s ter discussie.

De voorstellen die gedaan werden in die periode bestonden uit de bouw van een nieuw complex aan de St. Pietersnieuwstraat voor een nieuwe resto en de bouw van een centrale productiekeuken, de Campus Ardoyen (de "Centrale Productie en Distributie entiteit voor maaltijden"). Als voorlopige tussentijdse oplossing voor de sluiting van ‘De Brug’ werden een aantal noodresto’s opgericht, o.a. in de Blandijn.

Een aantal jaren later, anno 2000, merken we dat er weinig of niets terechtkomt van alle beloftes die toen gemaakt werden. De nieuwe resto ‘De Brug’ is nog steeds niet open (de nieuwe streefdatum is 1 oktober 2000) en ook de bouw van een nieuwe centrale keuken voor de maaltijdbereiding komt er niet.

In plaats van de maaltijden zelf te maken wil de RUG werken met "outsourcing", een modieus woord voor privatiseren. De hoge investeringskost die nodig is voor de bouw van een keuken die wel voldoet aan de normen inzake hygiëne zouden te hoog zijn (260 miljoen). Daarom zouden kant en klare maaltijdcomponenten ingekocht worden, die in een soort assemblage-keuken zouden worden samengebracht. De argumenten voor een keuken in eigen beheer (namelijk onafhankelijkheid tegenover de markt en controle van de unief) werden van de kaart geveegd. Naast de inkoop van kant-en-klare componenten wordt ook de mogelijkheid opengelaten voor het inkopen van volledig bereide maaltijden.

De afgelopen jaren hebben we in de hele sociale sector aan de RUG een constante afbouw gezien van de voorzieningen. Er werd een systematische politiek gevoerd om personeel dat op pensioen gaat niet te vervangen, en er is al jaren niet serieus geïnvesteerd in de sociale sector. Via verloedering en afbouw wil de RUG blijkbaar van de sociale diensten af raken. Een eerste slachtoffer was de jobdienst, waardoor studenten die willen werken als jobstudent aan de RUG nu via een privaat interim-bureau moeten passeren (waarbij dat interim-bureau uiteraard ook een graantje wil meepikken). Er wordt telkens bij dergelijke uitbestedingen gesteld dat er geen personeelsverlies ten gevolge van afdankingen zal zijn. In eerste instantie is dat correct, ware het niet dat er natuurlijk vragen kunnen gesteld worden als het wel mogelijk is om serieuze investeringen te doen in de sociale sector met het huidige (afgebouwde) personeelsbestand. Voor een nieuwe keuken zou er bvb. ook extra personeel nodig zijn. En daartoe is de RUG blijkbaar niet bereid. En ook op langere termijn rijst de vraag als er niet verder zal systematisch afgebouwd worden als delen van de resto’s in private handen komen.

Met de uitbesteding van delen van de maaltijdbereiding bestaan enkele slechte ervaringen. Midden jaren ’90 werd de puree geprivatiseerd. Op zich kan dat lachwekkend lijken. Wie zou het verschil merken tussen privé- puree en RUG puree? De realiteit was anders. De vlokkenpuree die ingekocht werd, was echt niet te vreten en al na enkele maanden moest de RUG de beslissing nemen om de puree terug zelf te maken.

Een volgende stap die op de agenda staat is de privatisering van de cafetaria’s. De broodjes zouden dus uitbesteed worden. Wat zou het gevolg daarvan zijn? Uiteraard in eerste instantie zou er winst moeten gemaakt worden. Voor maaltijden zou dat in concreto betekenen dat er minstens een verdubbeling van de prijzen nodig is, maaltijden onder de 250fr. zouden zeldzaam worden (de gemiddelde kostprijs ligt nu rond de 200fr./maaltijd, de verkoopprijs wordt door middel van sociale toelagen beperkt tot rond de 100 -120fr.). Dit zou dus betekenen dat de cafetaria’s ook aan commerciële prijzen zouden moeten werken, in plaats van de goedkopere prijzen die er nu betaald worden. Dit voorstel zit voorlopig in de koelkast, maar de ervaring leert ons dat dergelijke voorstellen soms niet lang in die koelkast opgeborgen blijven.

Ook de huidige voorstellen voor de uitbesteding van de bereiding van maaltijdcomponenten houdt enorme gevaren in qua afhankelijkheid van een commerciële markt. Dit zet de deur open naar een volledige privatisering met alle a-sociale gevolgen van dien. Daartegenover is er nood aan een serieuze investering in de sociale sector. Door de jarenlange verloedering is dat meer dan nodig. Het kameraanbod van de homes moet dringend uitgebreid worden, de huidige homes moeten gerenoveerd worden, resto ‘De Brug’ moet zo snel mogelijk opnieuw open,...

2. Situatie aan de VUB

De VUB heeft steeds een goed uitgebouwde sociale sector hoog in het vaandel gedragen. Onder meer op het vlak van de resto’s kan men de vergelijking met andere universiteiten goed doorstaan. De beursstudenten betalen 70 BF, de anderen 120 BF. Er is steeds keuze tussen twee warme schotels en een vegetarische warme schotel. Daarnaast is er nog een ruime keuze inzake snacks, slaatjes, broodjes,… en dit aan goedkope tarieven. De kwaliteit is niet slecht en er wordt rekening gehouden met de opmerkingen van de gebruikers zolang de verbeteringen een financiële haalbare kaart vormen. En hier wringt nu net het schoentje. Het restaurant is deficitair en de druk om het negatieve resultaat weg te werken binnen het restaurant en zonder tussenkomst van de universiteit groeit. Dit leidde onder meer tot het niet-vervangen van personeel dat met rust gaat. De prijzen stegen. En ook de ruimte om aan de kwaliteit iets te doen, smelt als sneeuw voor de zon.

Daarenboven heeft de VUB een gebrek aan ruimte in de resto’s, laat de netheid het dikwijls afweten wat weer leidt tot ongenoegen bij de gebruikers. De VUB heeft steeds de traditie gehad om één restaurant voor zowel personeel als studenten te organiseren om de interactie tussen het studentenmilieu, de academici en het administratief en technisch personeel te bevorderen. Dit lukt ten dele en zou nog beter kunnen indien het restaurant en de cafetaria echte gezellige ontmoetingsplaatsen zouden zijn.

ACOD heeft de handschoen opgenomen en eist dat de VUB, nu het restaurant sowieso moet aangepast worden aan de nieuwe regelgeving, haar actieplan zou uitvoeren. Dit behelst ondermeer dat er een toekomstgericht investeringsplan moet komen, de rechten van het personeel (lonen en arbeidsomstandigheden) moeten gevrijwaard blijven, de kwaliteit van het voedsel op de eerste plaats moet komen en dat er tenslotte werk gemaakt wordt van het verbouwen van de faciliteiten tot echte gezellige ontmoetingsplaatsen voor studenten en personeel in tegenstelling tot fastfood-resto’s waar men naast ongezonde voeding de klanten ook zo snel mogelijk buiten wil om de volgende shift te ontvangen.

Op dit ogenblik is het nog niet duidelijk welke piste de VUB zal volgen. Enerzijds werden door de administratie verschillende scenario’s opgesteld met veel of minder privatiseringen. Anderzijds blijft ACOD voorstander van een eigen onafhankelijke resto met een eigen productiekeuken en wil zij de eventuele problemen van schaal opvangen door samenwerking met andere (hoge)scholen.

3. Antwerpen, Kortrijk, Leuven,…

In heel wat andere steden is er al een privatisering geweest van de maaltijdbereiding. De Leuvense Alma is een private VZW, en ook bvb. bij de UIA wordt geleverd door een privé-bedrijf, Sodexho. Het voedsel wordt er gemaakt in aparte entiteiten die werken volgen de marktprincipes zoals de Leuvense Alma's en Sodexho (UIA) of geleverd door traiteurs (LUC). Toen het Ruca de levering van maaltijden wou waarnemen voor de UIA besloot Sodexho prompt de prijs drastisch te verlagen. Behalve dat dit ten koste zal gaan van het Sodexhopersoneel en de kwaliteit.

In de hogescholen is de toestand nog slechter aangezien vele Hogescholen geen restaurant hebben. Met de ALS zijn we voorstander van een degelijk uitgebouwde maaltijdvoorziening voor iedereen. Hogescholen en uniefs zouden op regionaal vlak kunnen samenwerken hiervoor.

4. Functie van resto's

Restaurants aan de universiteiten zijn volgens ons veel meer dan een consumptieband waar zoveel mogelijk maaltijden moeten geserveerd worden op zo kort mogelijke tijd. De resto's moeten ook een sociale ontmoetingsruimte kunnen zijn, waar studenten gezellig een koffie kunnen gaan drinken om wat na te babbelen over de lessen, of waar studenten ook buiten het lesverband contact kunnen hebben met mede-studenten en/of personeelsleden kunnen ontmoeten en informele contacten onderhouden. En dat natuurlijk liefst niet aan onhaalbare prijzen.

De belangrijkste sociale functie van een resto is het feit dat de studenten er voor een betaalbare prijs een maaltijd kunnen krijgen. Uit een studie verricht aan de RUG eind 1994 bleek dat ongeveer de helft van de studenten nooit eet in een studentenresto. Slechts 20% van de studenten eet meer dan twee keer in één van de resto’s. Onder de ondervraagden (een kleine 1000) bleek de belangrijkste objectieve reden om ergens te gaan eten de prijs te zijn (34,2%). De tweede reden is de gezonde voeding (28,3%). Indien de prijs zou stijgen (zelfs indien de keuzemogelijkheden zouden toenemen) zou 41,3% van de regelmatige bezoekers minder naar de resto’s komen! Van de onregelmatige bezoekers zou 28,4% minder komen als de prijs zou toenemen. Uit de studie blijkt dat gezondheid, prijs en prijs-kwaliteitsverhouding de belangrijkste criteria zijn die bepalen als een student al dan niet komt eten in een studentenresto.

5. Voedingsindustrie

De voorbije maanden werden we in Europa geregeld opgeschrikt door voedselschandalen. Na de gekke koeien volgden o.a. de dioxinekippen. Daarbij zijn een aantal zaken steeds opnieuw opvallend. Zo werd de gekkekoeienziekte veroorzaakt door het gebruik van kadavers van dode beesten voor het veevoeder. Doot die kadavers te gebruiken konden de boeren besparen in de productiekosten van het vlees. Om aan de eisen van de markt te voldoen moet immers zo goedkoop mogelijk vlees gemaakt worden. Kwaliteit doet er niet toe. Met als gevolg dat onze gezondheid ondergeschikt wordt aan de winst die moet gemaakt worden. In landbouwhogescholen leert men hoe er met zo weinig mogelijk voer en via toevoeging van allerhande preparaten zoveel mogelijk gewicht vlees kan bekomen worden. Vlees wordt immers per gewicht verkocht en hoe meer gewicht, hoe meer winst.

Ook bij de dioxinecrisis werd duidelijk dat de vleesindustrie niet om onze gezondheid bekommerd is. Om de winst te vergroten wordt het veevoeder gemaakt van gebruikt frituurvet, en blijkbaar ook af en toe wat motorolie. Alle vuiligheid die niet meer kan worden gebruikt, is wel nog goed genoeg om te dienen als veevoeder. Om daar tegen in te gaan en onze gezondheid centraal te stellen is het noodzakelijk om in te gaan tegen de belangen van de vlees-en voedingsindustrie. Die sectoren zouden onder controle van de bevolking moeten komen. Enkel op die manier kunnen we verhinderen dat de winst centraal staat, in plaats van kwaliteit en gezondheid. Dat is ook de enige manier om ervoor te zorgen dat er degelijk kan geïnvesteerd worden in alternatieven op vlees. Nu zijn meer en meer jongeren veganistisch, maar dat is erg moeilijk vol te houden binnen deze samenleving. Door een voedingsindustrie onder controle van de bevolking kunnen alternatieven breder verspreid worden, en is meer variatie is ons voedsel mogelijk.

Met de huidige technologische mogelijkheden kan heel wat bereikt worden op vlak van variatie, goedkopere en efficiëntere productie (in plaats van melkplassen, vleesbergen,...). In 1995 liet de Europese Gemeenschap 2,5 miljoen ton vers fruit en groenten vernietigen om de prijs kunstmatig hoog te houden, en dat terwijl er per jaar 40 miljoen mensen sterven van armoede en ondervoeding! Dat is kapitalisme in de praktijk...

Door technieken als genetische manipulatie kan eventueel snelle vooruitgang geboekt worden. Op dit ogenblik zijn die nieuwe technologieën echter een erg groot gevaar. Woordvoerders van bedrijven als Monsanto (de grootste producent van genetisch gemanipuleerde zaden) winden er geen doekjes om en stellen dat hun bedrijf winst moet maken, en wij die dachten dat ze voedsel maakten... Het voorbeeld van de ‘Cash Crops’ zijn veelzeggend. Dit zijn genetisch geselecteerde en gemanipuleerde gewassen die intensief worden behandeld met pesticiden en kunststoffen. Grote multinationals zoals Monsanto hebben een patent op de productie van zaden en de aangepaste mest- en sproeistoffen. De planten zelf krijgen een onvruchtbaarheidsgen ingeplant waardoor de boeren afhankelijk blijven van de dure leveringen van Monsanto. In testgebieden hiervoor (o.a. Costa Rica) waren de gevolgen voor de landarbeiders catastrofaal: huidziekten, miskramen en longkankers. En dat alles zonder ziekteverzekering. Lokale vakbondsactivisten die zich tegen deze gang van zaken verzetten werden gevangen genomen of ontvoerd en vermoord. Duizenden hectaren vruchtbare grond werden er na 5 jaar intensieve cash crop-verbouwing als een geërodeerde woestijn weer achtergelaten. Ook hier was de winst binnen.

Een ander voorbeeld van hoe de voedingsindustrie tewerk gaat om haar winsthonger te stillen, is dat van Nestlé. Begin jaren ’80 voerde Nestlé een agressieve reclamecampagne voor haar babyvoeding in Afrika. Met affiches, radio-advertenties en luidsprekers moedigde men de Afrikaanse moeders aan de borstvoeding te vervangen door de zogenaamde "formula melk". In verpleegsters verklede verkoopsters promoten formula melk in de moederhuizen. Ondanks de dure prijs voor veel Afrikanen, had de campagne wel succes. Door de levensomstandigheden werd het formula-poeder echter veel gemengd met onzuivere flessen met ongekookt water. Honderden kinderen stierven daarvoor van uitdroging door diaree. De reclamecampagne van Nestlé werd na een consumenten-boycot even gestopt, maar na het wegebben van de belangstelling gaat Nestlé gewoon op dezelfde wijze verder in andere derde wereldlanden.

6. Veganisme

Legbatterijen voor kippen, frituurvet als veevoeder,… Het zijn allemaal zaken die duidelijk maken dat dieren serieus afzien vooral ze op ons bord terecht komen. Daartegen wordt geprotesteerd door tal van dierenrechtenorganisaties. Hun strijd is een terechte strijd inzoverre ze opkomen tegen het misbruik van dieren om de winst op te drijven. Op dit ogenblik wordt niet echt serieus geïnvesteerd in alternatieven. De ALS is niet principieel voor veganisme, al zijn er tekenen die erop wijzen dat vlees eten ongezond kan zijn. Uit wetenschappelijke studies blijkt bvb. dat 50% van de mannen ooit een hartaanval heeft, terwijl dit bij vegetariërs slechts 15% is en bij veganisten 4%. Dergelijke cijfers zijn redelijk spectaculair en doen de vraag rijzen waarom er niet serieus geïnvesteerd wordt in veganistische alternatieven.

Op dit ogenblik is het erg moeilijk om als individu buiten de normale gang van zaken te stappen en geen vlees meer te eten. Op de meeste plaatsen zijn er enkel vlees-gerechten te verkrijgen. Onder druk van de vlees-industrie worden alternatieven doodgezwegen of krijgen ze onvoldoende middelen om uitgewerkt te worden. Een aantal snuggere kapitalisten heeft echter begrepen dat er ook een markt is voor vegetariërs en brengt tal van dure producten op de markt, al dan niet voorzien van allerhande groene logo’s. We kunnen ons zelfs de vraag stellen in hoeverre die producten volledig gezond of diervriendelijk worden geproduceerd. Ook voor de zogenaamde groene producten is er namelijk geen controle door de bevolking en is het veelal de winst die telt in plaats van de gezondheid van de bevolking.

Daarnaast willen we natuurlijk dat er in de resto's van de uniefs plaats gemaakt wordt voor nieuwe ontwikkelingen, zoals veganisme. Door het feit dat er al jaren onvoldoende geïnvesteerd wordt in de sociale sector, is er nu geen ruimte daarvoor. Dat moet volgens ons veranderen. Ook hier moeten uniefs een voorbeeldfunctie vervullen.

7. Privatiseringen

De discussie wordt nu gevoerd over het al dan niet privatiseren van de maaltijdbereiding. Door het beleid van de afgelopen jaren is er onvoldoende personeel voor een nieuwe keuken die voldoet aan alle Europese normen. Bovendien zou de bouw van zo’n keuken te duur zijn. Het alternatief lijkt simpel: de bereiding of toch delen ervan uitbesteden aan de privé. Voor velen is het onduidelijk welk verschil dit zou maken:zolang we maar niet meer moeten betalen. Maar daar wringt het schoentje. Uiteraard wordt bij de voorstellen van privatiseringen nu geen gewag gemaakt van prijsverhogingen. De universiteitsbesturen stellen dat ze hun sociale functie willen blijven vervullen. Maar er zit een addertje onder het gras. Indien de maaltijdbereiding wordt geprivatiseerd staat de winst centraal en niet de dienstverlening. Als ze maaltijden in de resto’s winstgevend willen maken is er minstens een verdubbeling van de prijs nodig! Dat is wat nu in het secundair aan het gebeuren is, en wat morgen ook voor ons een realiteit kan worden. Geleidelijk aan worden verschillende aspecten van de sociale dienstverlening afgebouwd. De kans is reeël dat de maaltijdbereiding een eerste stap is in de richting van volledig private resto’s, zodat de uniefs kunnen besparen en wij meer dan het dubbele moeten betalen... of misschien zal de prijs laag blijven door het verminderen van de porties en ten koste van de kwaliteit van de ingrediënten.

In de afgelopen jaren hebben we in tal van verschillende sectoren de gevolgen van privatiseringen kunnen zien in de praktijk. Het Gentse stadsbestuur besliste in ’96 om de afvalophaling deels te privatiseren door het creëren van een intercommunale, Ivago. Ook toen werd gezegd dat dit geen verschil zou maken met de vroegere overheidsdienst. 4 jaar later weten we beter: intussen zijn de (gratis) ijzeren afvaltonnen afgeschaft en is de prijs voor een vuilzak opgeslaan van 8 naar 50 frank. En er zou nog een prijsverhoging kunnen komen. De ophaling is op veel plaatsen vermindert van 2 keer tot 1 keer per week. Officieel zijn dat maatregelen om het milieu te verbeteren, in de praktijk zijn het enkel maatregelen om de winsten te verhogen en op basis van afval winst te maken.

Een erg bekend voorbeeld van wat privatiseren betekent is de situatie van de spoorwegen in Groot-Brittannië. Daar kennen ze intussen al een aantal jaren een privaat spoorwegnet. Het gevolg is dat het gemiddeld langer duurt om tussen twee steden te sporen dan 100 jaar geleden. Dit komt omdat de bedrijven die de lijnen uitbaten de treinen zoveel mogelijk laten stoppen om hier en daar nog een paar klanten op te pikken. Voor snellere treins is dan geen ruimte. Een concreet gevolg van wat de privatiseringen van het spoor in Engeland betekenen was de treinramp die in november plaatsvond in London. De mythe dat privatiseren een oplossing biedt op de huidige kwalen is achterhaald. Het tragische treinongeval in Londen, met meer dan 100 doden, is daar een voorbeeld van. Veiligheid en dienstverlening - en betaalbare prijzen - komen op de laatste plaats als winst het oogmerk wordt.

Een concreet gevolg van het privatiseren van de productiekeukens zou gevoeld worden door het personeel. Bij een privé-bedrijf zouden ze niet langer zoals aan de VUB een bediendenstatuut hebben, maar een statuut van arbeider volgens de CAO afgesloten voor de grootkeukens. Concreet betekent dit: loonsvermindering, 22 dagen verlof in plaats van 35,…

8. Onderwijs in het algemeen

We mogen deze zaken niet los zien van de algemene politiek ten aanzien van het onderwijs. De afgelopen jaren is er constant bespaard op onderwijs.

Hogescholen

Eind december ’99 betoogden de hogescholen tegen de gevolgen van de fusie-operaties en de enveloppefinanciering (het toekennen van een bepaald bedrag aan een scholengemeenschap waarmee deze gemeenschap alles moet kunnen betalen, met als gevolg dat de besparingen door de scholen zelf moeten worden doorgevoerd). De vakbonden en de hogescholen eisen 300 miljoen extra voor de hogescholen, het optrekken van de sociale toelage van de hogeschoolstudent (nu 4.500 fr.) tot het bedrag dat universiteitsstudenten krijgen (9.500 fr.) en bijkomend personeel om de werkdruk te verlagen. Met het HOBU-decreet van toenmalig Vlaams minister van Onderwijs Van den Bossche begon de uitverkoop van het hoger onderwijs. Een uitverkoop die via enveloppefinanciering en gedwongen fusies de uitgaven voor het hoger onderwijs drastisch moest beperken. Dat dit onoverkomelijke problemen zou creëren, wist men bij de invoering uiteraard ook. Nu het water de hogescholen aan de lippen komt, heeft de minister ruimte om "oplossingen" voor te stellen.

Een voorbeeld hiervan is de afbraak van het statuut van de leerkrachten en het administratief en ondersteunend personeel. Minister Vanderpoorten wil het mogelijk maken dat elke hogeschool apart met het personeel onderhandelingen kan opstarten over de arbeidsvoorwaarden. Driemaal raak voor de minister. Een eerste keer omdat ze op die manier de macht van het personeel en de vakbonden kan breken, een tweede keer omdat ze daarmee de directies kan kapot slaan en een derde keer omdat dit een precedent schept voor de andere onderwijsniveaus.

Het geld dat geëist wordt is belangrijk, maar de beweging mag zich niet laten chanteren door de onderwijsminister. Uiteindelijk gaat het erom hoe het onderwijs georganiseerd wordt en voor wie. Als de hogescholen in de problemen komen omdat het aantal studenten blijft stijgen, moet de enveloppefinanciering afgeschaft worden. Als de werkdruk voor het personeel onhoudbaar is, moeten er meer aanwervingen komen. Als de studenten kwalitatief slecht onderwijs krijgen omdat ze met teveel in te kleine aula's les volgen, moet met investeren in infrastructuur en meer instellingen voorzien dat de 29 mastodonten die er nu zijn.

Secundair onderwijs

Voor de besparingen in het secundair wordt ons verteld dat ons onderwijs "te duur" is. Waar in ‘75 nog 6,1% van het BBP aan onderwijs besteed werd, was dat in echter '95 nog maar 4,9%. Ook de oude verdeel-en-heerstaktiek wordt boven gehaald. De meest populaire verdeling is uiteraard die tussen het gemeenschaps- en het vrij onderwijs. Volgens de plannen opgesteld door minister Vandenbossche begin ’98 moet 1,8 miljard bespaard worden in het secundair. Ook hier bestaan de plannen uit het vormen van grotere scholengemeenschappen (waarbij er minder richtingen zijn, meer flexibiliteit voor de leraars, grotere klassen,…) en enveloppe-financiering (zodat de scholen zelf moeten besparingen doorvoeren). Een scholengemeenschap betekent niet dat men tot fusies van verschillende scholen moet overgaan. De scholen die wel fusioneren, behouden meer administratief en leidinggevend personeel. Grote scholen krijgen aanzienlijke voordelen.

Voor het gemeenschapsonderwijs zullen er in Vlaanderen slechts 26 scholengroepen bestaan.

De scholengemeenschap moet minstens drie richtingen algemeen onderwijs, twee richtingen technisch onderwijs en twee richtingen beroepsonderwijs organiseren. De kleinere scholen worden opgeslorpt, de kleinere richtingen worden afgeschaft of enkel nog in grotere provinciesteden georganiseerd. Tergelijkertijd wil men de subsidiëring van het leerlingenvervoer van 17.000 leerlingen terugbrengen tot 4.000 leerlingen. Vooral de leerlingen in het basis- en lager onderwijs zullen hier het slachtoffer van zijn. Voor de scholengroep van het gemeenschapsonderwijs in Antwerpen rekent men op een besparing van 2,1 miljoen. Van de 227 vervoerde leerlingen zullen er slechts drie recht hebben op een subsidie. Het personeel dat in de scholen instaat voor onderhoud, keuken, toezicht en het rijden met de schoolbus wordt MVD-personeel genoemt (Meester-,Vak- en Dienst-personeel). De volgende drie jaar verdwijnen er 700 MVD-betrekkingen. In Kortrijk zullen binnen zeven jaar 18 fulltime MVD-jobs verloren gaan.

Uniefs

De voorbije maanden stond er in de pers weer veel over de zogenaamde 'herstructurering' van het universitaire onderwijs. Onderwijsminister Marleen Vanderpoorten zegt daar zelf over dat er "nu eindelijk iets moet bougeren. We praten daar nu al vijf jaar over, de speeltijd is voorbij. De eigenlijke optimalisering, de zwaartepuntvorming, moet nog starten. Ik verwacht dat de universiteiten en hogescholen ook zelf met ideeën naar voor komen. Als ze niet willen dat de zwaartepuntvorming van bovenaf wordt opgelegd, moeten ze er zelf maar uit zien te raken." Dit zijn eens te meer veel zware woorden om de harde realiteit te verhullen. Wat Vanderpoorten voorstelt is dat de plannen die Roger Dillemans de voorbije jaren maakte 'eindelijk' eens zullen uitgevoerd worden. Via mooie woorden als 'optimalisering' of 'zwaartepuntvorming' wordt de realiteit van de besparingen wat verdoezeld.

Voorstellen voor de "herstructurering" van het universitair onderwijs:

Tot wat dergelijke besparingen leiden is nu reeds duidelijk. Het toegangsexamen dat voorgesteld wordt als algemene maatregel bestaat nu al in de geneeskunde. Daar zijn in '99 slechts 467 van de 1177 kandidaat-studenten toegelaten na de ingangsproef. Vorig jaar bedroeg het slaagpercentage nog 49%, nu is dat al gedaald tot 39%. Het doel is duidelijk: het aantal studenten verminderen. Als dat niet gebeurt via ingangsexamens doen ze het bvb. door extreem lage slaagpercentages in de eerste jaren. Zo is het geval van de diergeneeskunde bekend waar de slaagpercentages soms tot onder de 30% duiken!

Een andere besparingsmethode is de systematische afbouw van de sociale voorzieningen. Terwijl het totaal aantal studenten toeneemt, stijgt het aantal beursgerechtigden niet (het percentage aan de hogescholen is de afgelopen tien jaar zelfs gedaald van 35% tot 25%). Gevolg: ouders met lagere inkomens of werklozen kunnen hun kinderen amper nog naar de unief sturen. En als ze al aan de unief raken moet niet teveel gerekend worden op de voorzieningen ter plaatse. De huisvesting staat op instorten (zo is bvb. niet meer fundamenteel geïnvesteerd in de homes van de RUG sinds begin jaren '70).

Blijkbaar willen de bedrijven enkel hoger onderwijs voor een kleine laag rijken. Daartoe zijn er reeds besparingen gebeurt bij de hogescholen. Daar is een systeem van schaalvergroting en enveloppe-financiering (in plaats van een globaal budget krijgt iedere school een eigen budget waarmee ze het moeten stellen en waardoor ze bijgevolg zelf moeten de besparingen doorvoeren). Nu komt er een nieuw plan voor de universiteiten en het is reeds duidelijk dat ook de hogescholen opnieuw zullen betrokken worden in die besparingsplannen.

Bij alle besparingen is het duidelijk dat eerst gekeken wordt naar de sociale diensten om die af te bouwen. Zo zijn in de meeste secundaire scholen de afgelopen maanden de maaltijdprijzen verdubbeld. Wij willen de afbouw van het onderwijs niet zomaar laten passeren. Wij denken dat iedereen recht heeft op gratis en degelijk onderwijs.

9. Algemene conclusies

Het is duidelijk dat de besparingen die her en der worden voorgesteld, al dan niet onder het mom van ‘optimalisering’ of ‘hervorming’, niet in het belang zijn van zowel studenten als personeel. De afbouw van de democratisering van het onderwijs gebeurt geleidelijk aan, o.a. via de afbouw van de sociale voorzieningen. Het is nodig dat we de voorstellen die nu op tafel liggen in die context plaatsen.

Als we ons willen verzetten tegen de besparingen aan de verschillende uniefs, hogescholen, secundaire scholen,... moeten we werken aan een ééngemaakte strijd van zowel personeel als studenten en scholieren. Nu worden de besparingen doorgevoerd met de salami-taktiek: hier en daar besparingen. Dat kan enkel gestopt worden door het protest ertegen niet eenzelfde salami-vorm te laten aannemen. Het is duidelijk dat in verschillende sectoren van het onderwijs een serieuze investering nodig is, zowel in onderwijs als voor de sociale voorzieningen. Door samen op te komen voor onze rechten staan we sterker en kan meer afgedwongen worden.

Een eerste stap daartoe kan bestaan uit het opzetten van een campagne rond de privatisering van de resto’s. Dit is echter slechts een beginstap van waaruit we kunnen vertrekken om naar de hogescholen en secundaire scholen toe het personeel en de studenten toe te werken.

Een tweede conclusie die volgens ons moet getrokken worden, is de nood aan een campagne tegen privatiseringen. Dienstverlening mag niet ondergeschikt worden aan winstbelangen. We zien de rampzalige gevolgen van privatiseringen op tal van vlakken: spoorrampen in Londen, dure vuilzakken in Gent,... Voedselvoorziening is iets waar best niet lichtzinnig mee wordt omgesprongen. Aan een unief moet de aanwezige kennis kunnen aangewend worden om in de praktijk een keuken en maaltijdvoorziening in eigen beheer en onder democratische controle van personeel en gebruikers op te zetten. In een dergelijke organisatie van de resto’s zouden alternatieve vormen van voedsel, zoals gevarieerde veganistische maaltijden, meer aan bod kunnen komen, zodat de unief een rol speelt in de ontwikkeling van een gezondere voeding.

Om die zaken te realiseren moeten we uit de logica van het kapitalisme stappen. We moeten vertrekken van wat nodig is voor de meerderheid van de bevolking. Dit is niet utopisch, maar het zal ons ook niet in de schoot geworpen worden. Om onze gezondheid te garanderen en een degelijke maaltijd aan een goedkope prijs te kunnen krijgen, zullen we moeten opkomen voor onze rechten. We moeten ons degelijk organiseren en een politiek alternatief uitbouwen tegenover de huidige besparingspolitiek.