Op 2 januari van het nieuwe jaar stond er geen kerstmannetje voor de poorten van Amylum maar een uitgebreid stakerspikket. Deze eerste staking van 2002 verhinderde het heropstarten van de fabriek na de gebruikelijke winterstop. De arbeiders protesteerden hiermee tegen een nieuw afvloeiingsplan. 'Nieuw' omdat reeds in 1995 een drastische herstructurering door het strot van de arbeiders werd geduwd. Toen werden volledige afdelingen gesloten. Het grote bulk van de toenmalige ontslagen viel bij de arbeiders: het technisch personeel werd bijna gehalveerd. Voor de eerste herstructurering werkten er nog 841 mensen. Op dit moment resten er nog 615 werknemers.
Het aanvankelijk voorstel van de directie voor het nieuwe afvloeiingsplan was niet minnetjes: 107 van de overgebleven 615 werknemers mochten het afbollen zonder de afscheidspremies zoals men die in 1995 bedongen had. Een ongeluk komt natuurlijk nooit alleen: op het verlanglijstje van de directie stond er nog ander leuks. Terwijl men nu reeds in een 5-ploegensysteem werkt, wenst de directie dit uit te breiden tot een 6-ploegensysteem, met zeer grote inzetbaarheid van het personeel. Het takenpakket van het personeel wordt drastisch uitgebreid. Het betekent wel dat er weer 40 mensen minder in de onderhoudsdienst zullen werken: het onderhoud zou immers door de arbeiders zelf moeten worden verricht.
Zoals het past voor een echte multinational (Amylum maakt deel uit van Tate & Lyle) heeft men voor deze verregaande flexibilisering een ronkende naam: 'Multiskill'. De traditionele winterstop (tijdens dewelke de fabriek volledig stil ligt) rekende men liefst ook tot het verleden. De zomerstop was al een tijdje geleden gesneuveld.
Syndicale actie betekent de laatste jaren in het Aalsterse eerder 'industriële stervensbegeleiding'. De lijst van bedrijfssluitingen en herstructureringen wordt steeds maar langer. Voor Amylum is nu 'de tweede ronde' ingezet.
Volgens de vakbonden betrof het maar 62 vastbenoemden en 21 tijdelijke contracten die de baan moesten ruimen. De 235 arbeiders verwierpen op twee na het directievoorstel en beslisten om in staking te gaan.
Deze stakingsactie was het resultaat van een algemeen ongenoegen onder alle geledingen van het personeel. Het gebrek aan investeringen en steeds verder verslechterende arbeidsomstandigheden doen zich op de werkvloer voelen. Volgens een arbeider moet je al hemel en aarde bewegen om aan een eenvoudige schroevendraaier te geraken om een machine te herstellen.
De onderhandelingen tussen bonden en directie tijdens de staking duurden maar vier uur. In de namiddag was er al een akkoord tussen bonden en directie. Kennelijk had de directie niet veel druk nodig om toegevingen te doen of had ze misschien de buit binnengehaald die ze vooropgesteld had? Dit waren toch 'blitsonderhandelingen' als je er rekening mee houdt dat de directie zich uiterst hard opstelde en dat zij tot voor de staking geen duimbreed toegaf aan de eisen van de vakbonden. De tussenkomst van een sociaal bemiddelaar de vrijdag voorafgaand aan de staking bracht ook geen zoden aan de dijk. Het toch wel zeer snel toegeven van de directie geeft aan dat er veel meer uit de brand te slepen viel.
Men besliste de CAO bij de herstructureringen uit '95 te hernemen met een koopkrachtaanpassing van 20% en enkele verbeteringen op het vlak van verloning. Toch blijft de directie bij 107 ontslagen (hoofdzakelijk arbeiders) die op termijn en in fasen moeten afvloeien. Het ritme van de afvloeiingen zal voor een groot deel afhangen van de beslissingen van het hoofdbureau in Londen. De directie heeft met andere woorden zoals in 1995 de sociale vrede letterlijk en figuurlijk afgekocht.
Dat dit scenario van verdere flexibilisering en afbouw van het personeel bij het uitblijven van strijd, zou volgen, hadden we al voorspeld in de Militant van januari 1995 toen we stelden dat "wie de achtergronden van de ontslagen kent, weet dat de 317 afdankingen voor de vestiging van Amylum in Aalst het begin van het einde betekenen."
Ondanks de actiebereidheid die in 1995 wel degelijk aanwezig was op de werkvloer (vooral op de afdelingen die gedoemd waren te sluiten) werd de toenmalige herstructurering zonder slag of stoot doorgevoerd. De vakbondsleiding van toen stelde dat men toch niets kon doen tegen multinationals en hun delocalisatiepolitiek en verkozen dus in alle stilte een gunstige ontslagregeling te onderhandelen met de directie.
Indien men toegeeft aan de kapitalistische logica eindigt dit enkel in slechtere arbeidsomstandigheden, grotere werkonzekerheid en een systematische afbouw van alle verworvenheden van de arbeidersbeweging. De vakbond moet vechten voor elke job en zich niet beperken tot sociale begeleiding van de ontslagen personeelsleden.
De evolutie van de vakbond als actie-instument voor de arbeiders in een 'sociaal huis', als een tweede OCMW zo men wil, heeft een duidelijke negatieve invloed op de (mobilisatie-) kracht van de vakbonden. Op de bus vanuit Aalst naar de grote Euromanif in Brussel van 13 december deden meerdere vakbondsafgevaardigden hun beklag over het feit dat de mobilisatie vanuit Aalst voor zulke manifestaties steeds ondermaats is. Dit kan ook niet anders als men in de laatste jaren geen enkele vastberaden strijd heeft geleverd. Er is niets zo demoralizerend dan de strijd niet aan te gaan en op voorhand de nederlaag te aanvaarden.