ONDERWIJS:
Vakbondstop teruggefloten

Na de oktoberstakingen tegen het optrekken van de brugpensioenleeftijd van 55 naar 58 jaar (TBS 58+), werden de vakbonden door minister Vanderpoorten opnieuw uitgenodigd voor onderhandelingen. Deze keer was de echte Minister van Onderwijs - Patrick Dewael - ook van de partij.

door Kristof Bruyland

De vakbondstop trok naar deze onderhandelingen als een geslagen hond. De media hadden de bonden en de stakers afgeschilderd als een minderheid die in hun radicaliteit niet gevolgd werd door de basis. De staking zou niet massaal opgevolgd zijn. Boze ouders die door de staking geen kinderopvang hadden, werden in de media opgevoerd en moesten de bonden onder druk zetten snel een compromis te aanvaarden.

Het uiteindelijke voorstel werd door de christelijke bond COV onmiddellijk verworpen. De liberale ACLVB verkiest loyaliteit aan de liberale minister boven de verdediging van haar leden. Het ACOD verdedigde het voorstel en legde het voor aan de basis, waar het resoluut verworpen werd.

Het is een schande dat een vakbond dergelijk voorstel durft te verdedigen. Het voorstel voorziet in een aantal overgangsmaatregelen voor 50-plussers. Deze krijgen naar ge-lang hun anciënniteit wat extra bonusmaanden zodat ze toch nog iets vroeger weg kunnen dan hun 58ste, maar hun wacht-geld vermindert met gemiddeld 7%. De personeelsleden die ten laatste op 31/08/2002 55 jaar worden, vallen nog onder de oude regeling (TBS 55+). Kleuteronderwijzers kunnen voortaan uitstappen op 56 jaar. Voor de categorie jonger dan 50 jaar geldt nu TBS 58+, manieren om de loopbaan naar het einde toe met tijdskrediet te verlichten, zouden onderhandeld worden tegen het jaar 2007.

Deze koehandel is een kaakslag in het gezicht van allen die jonger zijn dan 50 jaar. Het legt een zware hypotheek op de solidariteit tussen jongeren en ouderen en verzwakt op die manier de slagkracht van de vakbond. Daar kan alleen de tegenpartij sterker van worden.

Deze strategie van de vakbondstop is meer dan ooit nefast voor het onderwijs. Het tekort aan leerkrachten kan enkel verholpen worden door het be-roep aantrekkelijker te maken. Want de mythe van de leraar met al zijn vakantie wordt door de onaantrekkelijkheid van het beroep tegengesproken.

Arbeidspsychologen erkennen dat het beroep van leerkracht bijzonder belastend is. De job aantrekkelijker maken, betekent investeren in kleinere klasgroepen, drastische vermindering van de werkdruk, meer steun en begeleiding voor leraars en leerlingen, een degelijk loon in vergelijking met deze in de privésector en werkzekerheid. Kortom het tegenovergestelde van wat men de voorbije 20 jaar gedaan heeft en nu nog steeds doet.

Een overschot van 35 miljard op de Vlaamse begroting is niet iets om fier op te zijn als je daarvoor mensen tot hun 58ste moet dwingen tegen hun zin voor een klas te staan. Het zal de kwaliteit van het onderwijs niet ten goede komen. Schoolmoeheid, spanningen, wrevel, depressie en gezondheidsklachten zullen toenemen.

Nu de leden het compromis hebben afgewezen zal de strijd kordaat moeten gevoerd worden. Wie op het terrein staat, weet dat er geen gebrek is aan verontwaardiging over de maatregelen. Mensen zijn bereid tot actie als ze het gevoel hebben dat het menens is en dat hun vakbond de strijd effectief wil voeren.

Wat dat betreft, geeft George Vansweevelt (ACOD-onderwijs) een verkeerd signaal door te stellen dat er voorlopig niet zal gestaakt worden "om de ou-ders, onze bondgenoten, niet tegen ons in het harnas te jagen". Hiermee spreekt hij in wezen dezelfde taal als Karel De Gucht die het stakingsrecht omwille van de gebruikers van openbare diensten aan banden wil leggen.

Kinderopvang tijdens stakingen is geen noodzakelijk probleem. Door een goede syndicale organisatie vanuit de scholen zelf kunnen ouders overtuigd worden van het gemeenschappelijk belang tussen personeel en leerlingen. Maar dit vergt mobilisatie en organisatie, en dat niet louter om wat stoom af te blazen.

De vakbondstop kan in dit conflict nu maar eens bewijzen wat ze waard is. Op affiches harde acties aankondigen en de dag zelf met enkele secretarissen met hangende pootjes bij een lokale SP.a-minister gaan aankloppen, is ronduit belachelijk.

Het terugfluiten van de onderhandelaars door de basis wordt door de top afgeschilderd als een bewijs dat ze democratisch werkt, maar in werkelijkheid toont het de kloof aan tussen de top en de militanten. Ook in de openbare diensten dringt een hervorming en democratisering van de vakbond zich op. Het invoeren van sociale verkiezingen en syndicale bescherming van tijdelijken is daarvan een essentieel onderdeel.