Syndicaal hebben we in 2001 de ene na de andere ramp mogen meemaken: het faillisement van Sabena, de ontslagen bij Belgacom, de aangekondigde slachting bij De Post en de vele kleinere faillisementen in onder andere de metaal- en de textielsector.
Sabena stelde rechtstreeks 13.095 mensen tewerk, bijna alle vakbondscentrales waren betrokken partij en de ramp kondigde zich ruim op voorhand aan. Wie begrijpt het ontbreken van ernstige vakbondsacties tegen het faillissement? De betrokken arbeiders alvast niet. Men was woedend op een vakbondsleiding die zich begroef in onderhandelingen. Duizenden Sabeniens bleven tevergeefs in de vertrekhal wachten. Het ontbrak de verantwoordelijken aan moed om de gevolgde strategie en de resultaten van de onderhandelingen op de luchthaven te komen uitleggen.
Op zich mag deze vaandelvlucht niet verwonderen. Er was niets om uit te leggen. Men had zelfs toegestaan dat de ex-Sabeniens die bij DAT aan de slag konden 20 tot 30% van hun loon zouden inleveren. Vandaag lijkt het erop dat zij met DAT een tweede faillisement zullen meemaken.
De crisis van de arbeidersbeweging is de crisis van de leiding Het had helemaal niet zo moeten lopen. Het verzet tegen de liberale politiek groeit, evenals het bewustzijn en de strijdbaarheid. De massale opkomst voor de vakbondbondsbetoging op 13 december bewijst dit. Meer dan 100.000 vakbondsleden kwamen naar Brussel om te betogen tegen dit Europa. Ze worden echter geconfronteerd met een vakbondsleiding die haar doelstelling heeft bijgesteld, die zichzelf opstelt als tussenpersoon tussen arbeiders en patronaat, die strijd ziet als een middel om stoom af te laten om het daarna wat rustiger te hebben aan de onderhandelingstafel.
Het ideologisch profiel van zo'n vakbondsleiding kan niet anders dan getuigen van een misdadige middelmatigheid. Wij citeren uit het edito van Richard De Winter, algemeen secretaris van ACOD ministeries en parastatalen in de ACOD Tribune van janurari 2002 onder de titel "De vakbond in een veranderende samenleving". Over de nieuwe maatschappelijke bewegingen (waarschijnlijk slaat dit op de antiglobaliseringsbeweging) schrijft hij:
"Wie dezer dagen 25 jaar is, behoort tot een generatie die direct bij de geboorte met welstand werd geconfronteerd. Omdat zij dit alles als normaal ervaren, vervaagt het besef en de normering, en vormen deze jongeren een kwetsbare groep in onze samenleving voor allerlei malafide groeperingen en individuen".
De nummer één van de vakbondscentrale die de Vlaamse ambtenaren organiseert, waarschuwt de werknemers ook voor een overdreven conservatisme: "...wie zich ongenuanceeerd en fundamenteel tegen veranderingsprocessen keert, wordt door de geschiedenis opgeslokt. Zo is het indertijd de grootgrondbezitters, de gilden en de ambachten vergaan."
Dit proza maakt een aantal dingen duidelijk. Willen we de strijd tegen privatisering en deregulering kunnen organiseren, willen we massa-ontslagen kunnen tegengaan, dan zullen we onze vakbonden moeten terugwinnen uit de klauwen van deze vakbondsleiding. Dit kan door een geduldig werk aan de basis en onverzettelijk te strijden voor democratische en strijdbare vakbonden.
De vakbondsleiding ziet het als haar taak een verlengstuk van de overheid te zijn. De vakbondsmilitanten en -leden moeten deze optie van de hand wijzen en onafhankelijk van de staat en de burgerlijke politieke partijen strijden voor de belangen van alle werknemers. Mijnheer R. De Winter zal ons waarschijnlijk niet geloven maar het is voor een vakbondsleider veel makkelijker om door de geschiedenis opgeslokt te worden dan dit voor de grootgrondbezitters, de gilden en de ambachten was.