De paarsgroene regering die haar bestaan te danken heeft aan de dioxinecrisis, kondigde bij haar start in 1999 aan van voedselveiligheid een topprioriteit te maken. Velen hadden hun hoop daarvoor op de groenen gesteld. Nu - drie jaar later - eet de bevolking nog steeds giftig voedsel. Dat de omvang van de crisis deze keer beperkt blijft, is eerder aan het toeval te danken dan aan de doortastendheid van de overheid. Er is nogmaals bewezen dat wat je niet bezit je ook niet kan controleren ongeacht je voornemens.
De voedingsindustrie is de hoofdverantwoordelijke, zij verkiest per definitie de winst boven de volksgezondheid. Maar de politieke verantwoordelijkheid ligt onmiskenbaar bij de federale minister van volksgezondheid Magda Aelvoet (Agalev) en voormalig minister van landbouw Jaak Gabriëls (VLD). Zij dragen de verantwoordelijkheid voor de benoeming van topambtenaren, en voor de manier, de mentaliteit en de middelen waarmee ze moeten werken. We zetten de belangrijkste elementen even op een rijtje.
Op vrijdag 18 januari wordt er bij het Roeselaarse bedrijf Hanekop een besmetting vastgesteld bij het kippenvoer. De stalen genomen op 8 januari bevatten 2000 microgram PCB, terwijl de Bel-gische normen 200 microgram bedragen. Op een crisisvergadering met o.a. Aelvoets adjunct-kabinetschef Renaud Klee, de adviseur-generaal van de grondstoffeninspectie Gilbert Houins (topambtenaar voor het ministerie van landbouw en vertrouweling van Gabriëls) en de inspecteurs van het FAVV (Federaal Agentschap voor Voedselveiligheid) kregen deze laatste de opdracht geen stalen meer te onderzoeken van voor 4 januari, een inperking van een veiligheidsperiode met twee dagen.
Het argument van Houins luidde dat de industrie al genoeg onder druk stond en dat het besmette vlees toch al opgegeten was. Dit argument werd volgens de notulen bevestigd door de vertegenwoordiger van het kabinet, hij was er in elk geval aanwezig.
De inspecteur Etienne Cobbaert die deze richtlijn negeerde en toch stalen van voor 4 januari liet onderzoeken werd, nadat ze besmet bleken, door Aelvoet onmiddellijk geschorst. Officieel omdat hij naliet 33 stalen van varkensvoer te laten onderzoeken. Zeer merkwaardig bleven topambtenaren zoals Gilbert Houins in eerste instantie buiten schot.
Het parket van Kortrijk opende pas later een onderzoek tegen Houins die er van beschuldigd wordt dat hij gegevens afkomstig van de inspecteurs en de labo’s wijzigde, bepaalde informatie niet naar het kabinet doorstuurde en de buitendiensten zo manipuleerde dat landbouwbedrijven maximaal gespaard werden. Knack-journalist Dirk Draulans beschouwt de aanhouding als een banale afrekening van Karel Haustraet, voormalig technisch directeur van het Rijksontledingslaboratorium, die door Houins werd gedegradeerd omdat hij vertrouwelijke informatie foutief naar de media doorspeelde en systematisch ageerde om Consum (contaminant surveillance system) te ondermijnen. Consum werd na de dioxinecrisis on-der impuls van Houins opgezet om snel en efficiënt PCB’s en dioxines in de voedselketen op te sporen.
Maar het is niet de eerste keer dat Houins in opspraak komt. Tijdens de dioxinecrisis van 1999 kreeg de man zware kritiek omdat hij onder meer het parket van Gent in het ongewisse had gelaten over de eigenlijke aard van de vergiftiging en omdat de grondstoffeninspectie niet in gang schoot toen de eerste resultaten van metingen binnen liepen. Iemand die zwaar blunderde werd door deze regering opnieuw in een topfunctie gezet. En in zo iemand blijft Gabriëls zijn vertrouwen bevestigen. Waarom? Houins is verantwoordelijk voor de goedkeuring van pesticiden en staat bekend als de man van de pesticidenlobby. Hij is afkomstig van het landbouwministerie en daar hebben de economische belangen van de sector steeds geprimeerd boven milieu en volksgezondheid.
De staat als dienstmaagd van de bio-industrie. Knack geeft zelf toe dat de ambitie van Houins om manager van het voedselagentschap te worden hem er heeft toe aangezet een doofpot-operatie op te zetten. In de ambtelijke vakterminologie noemt men dit “een beleidsoptie om de sector niet te schaden”.
Van ministers die de voedselveiligheid toevertrouwen aan gifmengers en corrupte carrièristen kan je niet meer verwachten dat ze de eer aan zichzelf laten, de kiezer zal zelf wel zijn conclusies trekken. De impotentie van de staat wordt ook geïllustreerd door het hoofd van de FAVV Luc Beernaert. Van hem was al langer gekend dat hij incompetent was, maar in dienst bleef bij gebrek aan vervanger. Na een smeekbede van minister van ambtenarenzaken Luc Vandenbossche (sp.a) stemde de man in met een fikse ontslagpremie.
Het FAVV kampte van bij het begin met een chronisch personeelsgebrek. Inspecteurs nemen ontslag door te hoge werkdruk. Zelfs de burgerlijke commentatoren zijn het er meer en meer over eens dat het FAVV een lege doos is. Ondertussen gaat de industrie gewoon zijn gang en af en toe wordt er nog eens alarm geslagen, maar dan is het toch al te laat. De bevolking went er aan en kanker krijg je maar op lange termijn.
De bron van de recente PCB-besmetting is nog steeds niet gevonden. Het Europa van de banken en het kapitaal draagt ook zijn steentje bij. Tien procent van het veevoeder in België is afkomstig uit Nederland en ontsnapt sowieso aan de Consumcontrole. Europa verbiedt België, in naam van de vrijhandel, controles uit te voeren op de ingevoerde producten. In Nederland zijn er veel minder controles en het land staat bekend als draaischijf van illegale trafiek van vetten en oliën. De bevolking moet en zal vergif vreten.
Sommigen koesteren illusies in een Europese regelgeving. Maar als men er in een klein land zoals België, na een zware dioxinecrisis waardoor de waakzaamheid hoog is, nog steeds niet in slaagt veilig voedsel te garanderen, waarom zou dat dan wel lukken op Europees vlak.
Het probleem zit hem in de productiewijze en die is kapitalistisch. Voedselproductie is al lang geen zaak meer van kleine boertjes. De particuliere landbouwer heeft er trouwens meer en meer genoeg van. Velen zitten met miljoenen schulden en zijn hun eigen slaaf om hun bedrijf staande te houden. De agro-industrie en de banken domineren de voedselproductie. Hun winsthonger bepaalt de productiewijze. Zij drukken hun stempel op het beleid.
De grootste veevoederproducent van België Vanden Avenne is niet alleen gekend voor betrokkenheid bij het financieel avontuur met Jean-Pierre Van Rossem. Recent werd in zijn kippenvoer voor leghennen bij wet verboden antibiotica (sulfonamiden) aangetroffen. Het bedrijf werd 15 dagen gesloten. Paul Coosemans van het kabinet-Aelvoet gaf toe dat ze niet konden uitsluiten dat er al gecontamineerde eieren in de rekken liggen.
Verwonderd hierover hoeft men niet te zijn. Al jaren waarschuwen wetenschappers voor een chronische vergiftiging van de bevolking met antibiotica. Deze worden in de vleesproductie vooral gebruikt als groeibevorderaar. Op zo kort mogelijke termijn moeten varkens, kippen en kalveren vetgemest worden. Daarvoor worden ze in zeer ongezonde omstandigheden opgesloten waardoor het gevaar voor ziekten vergroot, preventieve toediening van antibiotica moet dan het rendement garanderen. Zij worden in verband gebracht met het toenemend aantal allergieën bij mensen.
Er ontwikkelen zich op die manier ook resistente vormen van salmonella en campylobacter bij dieren, die zich dan via de voeding op de mens overzetten. Zo dreigen er opnieuw epidemieën te ontstaan waarvan we dachten dat ze sinds de uitvinding van de penicilline tot het verleden behoorden. Maar sinds Marx weten we dat snelle winst het kapitaal wild maakt waardoor elke norm verdwijnt.
Hetzelfde moet ook het geval geweest zijn bij de firma Braet in Wielsbeke. In de zomer van 2000 ontdekte men in het veevoeder pesticiden afkomstig van lijnzaad dat niet als zaaigoed verkocht was geraakt. Toxicologen mogen dan nog het risico voor de volksgezondheid van deze vervuiling als klein beschouwen, vele beetjes maken iets groot. Het stijgend aantal borst-kankergevallen bij vrouwen wordt door specialisten in verband gebracht met pesticiden in het voedsel die optreden als pseudo-oestrogenen. De toenmalige minister van landbouw Jaak Gabriëls vond het blijkbaar toch niet de moeite volksgezondheid op de hoogte te brengen.
Het is duidelijk dat de regering die de voedselveiligheid ging garanderen gefaald heeft. Dat heeft ze deels aan zichzelf te danken, deels aan de kapitalistische productiewijze waarvan ze grote voorstander is. Vooral de groene partijen verliezen hierdoor hun geloofwaardigheid. In hen hadden de kiezers rond dit probleem hun hoop gesteld, zij ontgoochelen het meest.
Zij hadden op zijn minst de controles tot op het bot doen laten uitvoeren, carriëristen met een bedenkelijke reputatie zoals Houins eruit gooien, de controle-diensten van voldoende personeel en middelen voorzien en zware sancties treffen tegen gifmengers. Dat lag binnen hun bereik en dat hebben ze nagelaten. Ze hebben zich zoals alle anderen ondergeschikt gemaakt aan de economische belangen van de sector.
De bevolking is nu een illusie armer. Wat is dan het alternatief? Dit lange verhaal maakt duidelijk dat zo’n belangrijke sector als de voedselvoorziening niet mag overgelaten worden aan private kapitaalsbelangen. Hun belangen staan haaks op de volksgezondheid en hun macht heeft de staat die hen veronderstelt te controleren in hun greep.
Als overgangsmaatregelen zouden we kunnen eisen dat de controles opgevoerd worden en openbaar gemaakt. Dit onder controle van vertegenwoordigers van arbeiders- en consumentenorganisaties. Het gebruik van hormonen en antibiotica als groeiversneller verbieden en de dieren voldoende gezonde voeding en bewegingsruimte geven. Bedrijven die in de fout gaan moeten onder curatele gesteld worden van volksgezondheid. Hun winst kan dan geïnvesteerd worden in gezondheidszorg. Maar uiteindelijk zal er maar voedselveiligheid komen in een democratische socialistische samenleving.
Stalinistische toestanden waarin de oogst op het veld blijft rotten, zijn slechts mogelijk door een doorgedreven vervreemding van de arbeiders van hun productie. Stalinisering is echter geen nood-zakelijke ontwikkeling. De Spaanse landbouwcollectieven in de revolutie van 1936 kenden ondanks het gebrek aan centrale planning een goede productiviteit. Zij werden door de burgerlijke regering in Valencia in samenwerking met de Stalinisten ontbonden en geprivatiseerd omdat zij een succesvol embryo vormden voor het democratisch socialisme. De voedselcrisis is wereldwijd en plaatst socialisme vandaag meer dan ooit op de agenda.