De president van de Verenigde Staten, George Bush, presenteerde zijn nieuwe budget tijdens de State of the Union. Het gaat om het meest anti-sociale budget sinds de regeerperiode van Ronald Reagan, de rechtse Republikein uit de jaren ’80. Bush wil de militaire uitgaven verhogen met 134 miljard $ (5360 miljard fr.), gespreid over 5 jaar tijd. De "oorlog tegen het terrorisme" is het voorwendsel.
door Thierry Pierret
Om die spectaculaire stijging te compenseren, snijdt Bush in de sociale voorzieningen en de milieubescherming. De uitgaven voor sociale zekerheid zouden de komende 10 jaar drastisch moeten dalen! Tegelijkertijd voert Bush een belastingverlaging door van 1350 miljard dollar over 5 jaar tijd. Vooral de rijken en de grote bedrijven zullen hiervan profiteren. Bush maakt schulden met de overheid om de economie via defensie-uitgaven opnieuw te laten groeien, aangezien zowel de werkende bevolking (schulden) en de bedrijven (overcapaciteit en schulden) niet in staat zijn om hier veel aan te doen.
Net zoals zijn Argentijnse collega botst Bush op de grenzen van de globalisering en ziet zich gedwongen om een soort Keynesiaanse politiek toe te passen. Maar het gaat om een “negatief Keynesianisme”. De militaire uitgaven zullen slechts een beperkte invloed hebben op de globale consumptie. Hun effect wordt grotendeels teniet gedaan door de daling van de sociale uitgaven.
Bush hoopt op een heropleving van de economie in de tweede helft van 2002. Niets is echter minder zeker. Het herstel van het consumentenvertrouwen lijkt niet voor morgen. En de kaalslag in de sociale voorzieningen is niet van aard om daar veel aan te veranderen, integendeel.
Tijdbom onder het sociale weefsel
Natuurlijk is het klimaat van “nationale eenheid” niet van aard om het losbarsten van sociale strijd te vergemakkelijken. Maar uiteindelijk zal de stemming veranderen naarmate de anti-sociale maatregelen van Bush hun effecten op het leven van werkende mensen laten voelen.
Bush begint de problemen op binnenlands vlak trouwens al op te stapelen. Het Enron-schandaal brengt zijn regering ernstige schade toe. Die multinational financierde de verkiezingscampagne van Bush, wat het vermoeden van invloed op bepaalde beleidsbeslissingen deed rijzen. Enron stelde zijn resultaten beter voor dan ze waren en verspeelde daardoor niet alleen de jobs van haar personeel maar ook hun pensioenen, die op de beurs in rook opgingen.
Het lijkt erop dat de Bush-administratie de Enron-top heeft geholpen om zich op de beurs terug te trekken, terwijl het personeel met waardeloze aandelen werd opgezadeld. Veel Amerikanen menen dat Bush niet zuiver op de graat is in het Enron-schandaal.
Bush beseft dat hij zijn “populariteit” enkel te danken heeft aan de aanslagen op 11 september en de “oorlog tegen het terrorisme”. Zelfs wanneer de schijnbare successen in Afghanistan zijn krediet hebben verlengd, weet hij dat de binnenlandse politiek hem vroeg of laat op de staart zal trappen en dat zijn beleid steeds meer op verzet zal stoten. Bush is dus verplicht tot een vlucht vooruit op het internationale toneel, waar hij nieuwe doelwitten voor zijn “oorlog tegen het terrorisme” zoekt.
Verdere uitbreiding van
de oorlog?
De binnenlandse situatie in de VS verklaart wellicht waarom hij, na lang aarzelen, op de lijn van de uiterst rechtervleugel binnen de regering is gaan staan die hem aanspoort om Irak aan te vallen en het werk dat zijn vader 10 jaar geleden is begonnen af te maken.
In die tijd (1991) verbood Bush senior generaal Schwarzkopf om Bagdad te veroveren, uit schrik om de controle over de situatie te verliezen. De sjiïeten in het zuiden en de Koerden in het noorden waren tegen Saddam Hoessein in opstand gekomen vlak na zijn nederlaag in Koeweit. Bush senior verkoos Saddam in Bagdad boven een volledig oncontroleerbaar regime, want nauw aansluitend bij Iran (de sjiïeten), of een opdeling van het land.
Als Bush junior komaf wil maken met Irak, één van de “schurkenstaten” die massavernietigingswapens probeert te verwerven, zit hij in een lastig parket. In tegenstelling tot Afghanistan waar Bush voor zijn kanonnenvlees op de troepen van de Noordelijke Alliantie beroep kon doen, beschikken de VS in Irak niet over een lokale militaire hulpkracht. Ze zullen het zelf moeten doen.
Men spreekt over een contingent van 200.000 soldaten en een mogelijke interventie in mei. Bush zal niet meer beschikken over de steun van de Arabische regimes in de regio, reeds opgewarmd door de betogingen van hun bevolking tegen de oorlog in Afghanistan en tegen de welwillende houding van de VS tegenover Israël.
Ook Europa ligt dwars. De Europese politici vrezen dat een interventie in Irak het Midden-Oosten volledig zal destabiliseren. Het unilaterale optreden van de VS irriteert de Europese regeringen in toenemende mate. De Franse minister van Buitenlandse Zaken hekelde reeds het Amerikaanse “simplisme”. Zijn Duitse collega, Joschka Fisher, stelde dat “de VS haar bondgenoten niet als satellieten moet behandelen”.
De uitgaven van de VS voor nieuwe militaire technologie, die de Europeanen niet kunnen volgen, gaan de kloof tussen de VS en Europa nog verdiepen op het vlak van het militair vermogen.
De VS kan bij een aanval misschien niet meer rekenen op de neutraliteit van Iran (tijdens de eerste Golfoorlog en recent in de oorlog tegen de Taliban). In de jaren ’80 vochten Irak en Iran een 8 jaar durende oorlog uit. De agressiviteit van de Amerikaanse politiek zou hen samen kunnen drijven in een as Bagdad-Teheran, waarmee ook Syrië zich zou kunnen verbinden - een rivaal van Irak, maar bondgenoot van Iran in de regio. Syrië heeft nooit iets terug gekregen voor zijn steun aan de eerste Golfoorlog door de VS.
Sinds Sharon aan de macht is in Israël, staat Syrië verder dan ooit in het recupereren van de Golan-hoogte, die in 1967 werd bezet en in 1981 geannexeerd door Israël. Syrië blijft de acties van de pro-Iraanse Hezbollah-milities tolereren, die Israël aanvallen aan de Israëlisch-Libanese grens, een drukkingsmiddel in de Golan-kwestie. Op een bepaald moment zou Syrië dus kunnen opgenomen worden in de “as van het kwaad” van Bush.
De crisis van het kapitalisme verscherpt de tegenstellingen tussen de imperialistische machten. In die zin is de nieuwe agressiviteit van de VS veeleer een teken van zwakte dan van sterkte. De wereld wordt er enkel onstabieler door.
Bush zal echter in de komende jaren, zoniet maanden, geconfronteerd worden met een nog uitdagender kracht dan de veronderstelde arsenalen van Irak of Noord-Korea, of de competitie van de Europese kapitalisten. Het gaat om de Amerikaanse arbeidersklasse die geen andere keuze zal hebben dan te verdedigen wat haar nog rest aan welzijn en levensstandaard.
Enkel de Amerikaanse arbeidersklasse kan de anti-sociale maatregelen tegenhouden en het VS-imperialisme definitief breken. De nationalistische euforie zal botsen op de effecten van de economische en sociale crisis, in combinatie met de eerste nederlagen van Amerikaanse troepen in een mogelijke interventie met grondtroepen in Irak.