Het contrast kon amper scherper zijn. Enerzijds de door terrorisme, economische crisis en antiglobalistische stormen danig uit haar lood geslagen kapitalistische wereldelite op het Wereld Economisch Forum. Een select kransje van bedrijfsleiders, burgerlijke politici en andere spraakmakers die nippend aan de champagne hun licht over het wereldleed laten schijnen. Een “cocktailparty” volgens de pers, in een tot terrorismevrije bunker omgetoverd luxehotel in New York. Met inspirerende discussiegroepen over o.a. “Leiderschap in fragiele tijden”, en vooral: “Globale woede: wat zijn de volgende stormen?”. Zorgelijkheid troef, toen er tussen de slemppartijen door nog eens over de wereld moest worden nagedacht.
Anderzijds, volgens dezelfde pers die de antiglobalisten een half jaar geleden nog met z’n allen in de zak van de politieke “hooligans” stak, Porto Allegre en het World Social Forum. Een sympathiek, zij het politiek onduidelijk, festival van de onderdrukten. Er was een terroristische aanslag, een nieuwe economische crisis en een massabeweging tegen de kloof tussen arm en rijk nodig om de analyses in de kapitalistische pers te nuanceren.
De tienduizenden die samen-stroomden in Porto Allegre tonen het potentieel aan dat de antiglobaliseringsbeweging nog altijd heeft. Opstand in Argentinië, een uitbreiding van de oorlog tegen het terrorisme door de Verenigde Staten (naar Irak), om zich heen grijpende massa-ontslagen, privatisering van openbare diensten, afkalvende sociale voorzieningen,... De thema’s liggen voor het rapen en zullen in de toekomst onvermijdelijk bredere lagen in beweging brengen.
Tegelijkertijd staat de losse alliantie tussen NGO’s, vakbonden, sociale bewegingen, linkse organisaties en radicaliserende jongeren in toenemende mate voor de vraag van een concreet politiek alternatief. Het is een kwestie van “reformis-me”, de scherpe kantjes van een steeds genadelozer kapitalisme vijlen, versus “revolutie”, een bewuste beweging van de meerderheid van de bevolking om het wereldkapitalisme omver te werpen en te vervangen door socialistisch gemeenschapsbezit van de geproduceerde rijkdom, onder het democratisch beheer van de bevolking zelf.
Ook Verhofstadt heeft begrepen wat er in het geding is. De anti-globaliseringsbeweging wordt als politiek gevaarlijk be-schouwd - de macht hoort niet op straat te liggen. De burgerij past daarbij een dubbele tac-tiek toe. Enerzijds recuperatie van die delen van de beweging die daar open voor staan: de NGO’s, vakbondsbureaucraten en academici die als “ge-sprekspartner” erkend willen worden door de kapitalistische politici. Verhofstadt probeert dit deel, samen met de brede laag ongeorganiseerden, in te pal-men en op te zetten tegen de radicale linkerzijde waar niet mee te praten valt.
Verhofstadt werd feestelijk bedankt voor het nummertje dat hij in Porto Allegre wou opvoeren. Zelfs voor “zacht links” was deze hypocrisie wat te gortig. Wat zoekt iemand die onze diensten privatiseert, de rijken rijker maakt en elite-on-derwijs doorvoert daar, behalve een sociaal imago dat hij niet verdient?
Naast de wortel voor de twijfe-laars is er de stok - of erger - voor antikapitalistisch links. In New York werd een betoging van anarchisten geprovoceerd om relletjes uit te lokken. In München vloog de politie er bikkelhard in. In Argentinië en Italië worden politici op de korrel genomen die op betogers tegen het neoliberale beleid lieten schieten.
Een aanwijzing van de geweten-loosheid van de heersende klasse en de diepe polarisering in de maatschappij die we in de komende periode tegemoet gaan. Niet alleen op econo-misch vlak, maar ook op het vlak van de politieke zeden een terugkeer naar de jaren ’30. Met dit verschil dat de potentiële kracht van de arbeidersklasse niet gebroken is en zichzelf, tegen een bureaucratische vak-bondsleiding in, opnieuw op het toneel van de geschiedenis zal manifesteren.
De eindverklaringen van Porto Allegre veroordeelden dikwijls scherp de politiek van de VS en de voor mens en milieu nefaste kapitalistische logica. Over de alternatieven was men vaag. Dit weerspiegelt de erfenis van de jaren ’90, een overblijvend ongeloof in de werkbaarheid van een socialistisch alternatief, en de sociale achtergrond van de intellectuelen die deze teksten schreven.
De Braziliaanse vakbond CUT bekritiseerde het gebruik van lege frasen als de “civiele maatschappij” - dat de kapitalisten en de arbeiders op één lijn stelt - en het gebrek aan diepgaande maatschappelijke verandering dat uit de verklaringen sprak.
Academici als Noam Chomski en Susan George (Attac) leveren dikwijls bruikbare argumenten en cijfers tegen het kapitalistische wereldsysteem. Ze kunnen echter enkel zo’n vooraanstaande rol spelen omwille van het politieke vacuüm ter linkerzijde, de afwezigheid van arbeiderspartijen met een mas-sabasis en een strijdbaar programma.
De antiglobaliseringsbeweging is op termijn enkel leefbaar als ze erin slaagt om de cruciale rol van de arbeidersklasse te zien en zich niet isoleert van de strijd voor nieuwe massapar-tijen. Binnen zo’n partijen zou de strijd tegen het kapitalisme en voor een socialistisch alter-natief op de agenda staan. De LSP bereidt zich hier politiek op voor en ziet dit als een noodza-kelijk stadium in de opbouw van een internationale organisatie van revolutionaire massapar-tijen.
Peter Delsing