De oorlog van Sharon en het Israëlische leger tegen de Palestijnse bevolking roept steeds meer verbijsterde weerzin en verontwaardiging op. In Jenin werd een hele stad in puin gelegd. Wellicht honderden Palestijnen kwamen in een bloedbad van het Israëlische leger om het leven, zowel gewone burgers als gewapende strijders.
Sinds 3 april werd Jenin hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Een muur van stilzwijgen werd rond de slachting van de Palestijnen opgetrokken. Israëlische tanks reden huizen plat terwijl de bewoners er nog inzaten. Israëlische soldaten roofden geld en sieraden uit de verlaten Palestijnse woningen.
Het Noorse Rode Kruis en Israëlische dokters van Palestijnse afkomst werden door het Israëlische leger de toegang tot Jenin ontzegd, een schending van het oorlogsrecht. Gewonden bleven op straat achter en stierven. De stank van rottende lijken hing in de straten. Achtergebleven Palestijnen moesten zelf de lijken van gestorven familieleden uit het puin halen. Journalisten mochten wekenlang Jenin niet in om de misdaden van het Israëlische leger voor de buitenwereld verborgen te houden. Terje Roed-Larsen, de speciale VN-gezant, spreekt over “verschrikkingen die het voorstellingsvermogen te boven gaan”.
Dit is, zoals de officiële verklaringen beweren, al lang geen “oorlog tegen het terrorisme” meer. Het is een welbewuste poging om een hele bevolking onder de knoet te houden en te bestraffen. Sharon en zijn generaals willen het koppige verzet van de Palestijnse massa’s tegen hun brutale kolonisatie-politiek wreken. Dit gaat al lang niet meer om het uitschakelen van “terroristische netwerken”. Heel de Intifada, de Palestijnse massa-opstand tegen de onderdrukking door de Israëlische staat, moet vleugellam worden gemaakt.
Schoorvoetend roept VS-president Bush, een traditioneel bondgenoot van Israël, op voor een onderzoek van de moorden in Jenin. Tegelijkertijd blijft hij Sharon als een “man van de vrede” bestempelen!
Velen stellen zich de vraag: hoe kan een “volk dat in de geschiedenis zoveel heeft geleden, een ander volk zoiets aandoen”. Maar de belangen van het Israëlische kapitalisme hebben hun eigen logica, je kan niet voorbij aan het onvermogen van dit systeem om iedere bevolkingsgroep in zijn behoeften te voorzien. Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de belangen van Sharon en die van de Israëlische arbeiders en jongeren.
Kapitalistische politici als Sharon wakkeren het nationalisme, de haat en verdeeldheid aan om zelf een sociale basis te behouden. Sinds de jaren ‘90 zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk ook binnen de Israëlische samenleving enorm toegenomen. De zelfmoordaanslagen, nu ook door Palestijnse tienermeisjes, zijn een wanhopige reactie op de vicieuze onderdrukking door Sharon, maar spelen in de kaart van zijn moordzuchtige kliek.
Het conflict in het Midden-Oosten wijst, net als de terroristische aanslagen op 11 september, op de verbondenheid van alle wereldproblemen. In de woorden van Rosa Luxemburg staan we opnieuw voor de keuze “socialisme of barbarij”.