Coplac:
Arbeiders hebben niets te verliezen

Per 31 mei wordt de productie-éénheid van het Aalsterse houtfineerbedrijf Coplac overgeheveld naar Tsjechië en Litouwen. Dat gaat gepaard met het ontslag van 179 arbeiders. De arbeiders zeggen dat ze niets meer te verliezen hebben.

door Bart Van der Biest

De ironie wil dat de Praagse arbeiders hun opleiding kregen in Erembodegen. In het sociaal akkoord (van 16 april) stonden o.a. brugpensioen op 50 jaar, waarvoor een 20-tal arbeiders in aanmerking komen, een sluitingspremie van 20.000 BEF en een tewerkstellingscel met een budget van 50.000 Euro. Werkzekerheid voor het resterende personeel wou de directie niet garanderen, omdat dit zou afghangen van de directie van de groep Danzer waarvan Coplac deel uitmaakt.

Het voorstel werd verworpen met 157 stemmen tegen, 22 voor en 1 onthouding. De staking gaat door tot voldaan wordt aan de oude eis: een sluitingspremie van 50.000 BEF/dienstjaar. Volgens secretaris E. Callebout is vooral de strijdbaarheid van de jongeren frappant. Er staan volcontinu pikketten: ook 's nachts. De directie is alsnog niet zinnens opnieuw te onderhandelen.

De bedienden zijn solidair en gaan niet binnen, hoewel er slechts 8 hun job verliezen. In totaal blijven 109 mensen werken in Erembodegem dat het internationaal verdeelcentrum wordt van de groep. De arbeiders plannen alvast twee acties: een betoging naar het stadhuis, waar het tot nog toe opvallend stil bleef en een bezoek aan een Frans zusterbedrijf. Tot nog toe proberen de arbeiders vruchteloos in contact te treden met het zusterbedrijf in Kähl (Duitsland).