Stop de bezetting van de Palestijnse gebieden

De laatste weken is het Israëlische leger een ongezien offensief begonnen in de Palestijnse gebieden. Steden worden militair bezet, huizen en infrastructuur vernietigd, de electriciteit wordt afgesloten, duizenden Palestijnen worden gearresteerd en ondervraagd onder mensonterende omstandigheden. In Jenin wijst alles in de richting van een bloedbad waarbij honderden Palestijnen, «militanten» en gewone burgers, door het Israëlische leger werden omgebracht. Het Rode Kruis werd er verhinderd om de gewonden te verzorgen, die lagen te sterven in de straten. Journalisten werden door Israëlische militairen kost wat kost uit Jenin geweerd om de slachtpartij voor de rest van de wereld toe te dekken.

Staatsterreur

De herbezetting door Sharon en zijn regering van Gaza en de Westelijke Jordaanoever was officieel een antwoord op de zelfmoordaanslagen in Israël. Het doel van de bezetting is de uitschakeling of desorganisatie van terroristische, Palestijnse organisaties als Hamas en Fatah (deze laatste is een onderdeel van Arafats PLO), maar ook van elke andere kracht die in de Palestijnse opstand betrokken is. Men wil de actieve kern uitschakelen.

Sharon wil ook de positie van Arafat verzwakken, een figuur die zijn regering liever kwijt dan rijk is. Arafat kan of wil de zelfmoordaanslagen niet aan banden leggen. «Liever een openlijk dan een verdoken Hamas-regime», liet Sharon zich al ontvallen. Enkel de positie van de Verenigde Staten, de druk van de wereldopinie en tactische overwegingen in de strijd weerhouden Israël er nog enigszins van om definitief met Arafat af te rekenen. De burgerij wereldwijd ziet momenteel geen vervanging voor hem: het alternatief zou vanuit haar standpunt slechter zijn.

Anderzijds is het ook een collectieve straf voor de hele Palestijnse bevolking. De «les» die Sharon de Palestijnen wil inprenten is dat het Israëlische leger perfect in staat is om hen, om het even op welk moment, het leven ondraaglijk te maken. Met strakke en niet al te kieskeurige hand wil de regering-Sharon de terroristische dreiging bezweren en de Palestijnse bevolking een lesje leren. Staatsterrorisme, dat zichzelf rechtvaardigt met de mantel van de internationale «oorlog tegen het terrorisme» sinds 11 september.

Sociale kloof in Israël

Jammer genoeg hebben de zelfmoordaanslagen de gewone Israëli's terug in de armen van Sharon gedreven. In de jaren '90 werd het sociale model in Israël grondig verstoord. Jarenlang kreeg de Israëlische bevolking in ruil voor een 3 jaar lange legerdienst verzekerde gezondheidszorg, onderwijs en sociale voorzieningen. De Histadruth, een merkwaardige kruising tussen een «vakbond» en een overheidsinstelling, moest hierin voorzien.

Onder impuls van de economische crisis, privatiseringen, de grootste kloof tussen arm en rijk in de ontwikkelde wereld (na de Verenigde Staten), de groei van rechteloze interimarbeid,... vonden er in de tweede helft van de jaren '90 verschillende algemene stakingen plaats. Veel joodse arbeiders keerden zich af van de heersende elite en er was zelfs sprake van de noodzaak van een «joodse Intifadah».

In steden als Tel Aviv demonstreerden joodse en Palestijnse arbeiders samen tegen het asociale wanbeleid van het stadsbestuur, toen hun woningen bij gebrek aan riolering onder water kwamen te staan. Het antwoord van Sharon op dit proces van «gezamenlijke strijd tegen de gezamenlijke, kapitalistische onderdrukker» bestaat uit het verdelen van de arbeidersbeweging langs nationalistische lijnen. Een taktiek die niet wordt tegengegaan door zelfmoordaanslagen, maar die integendeel daardoor wordt versterkt. Het gevolg is een nationalistische golf die de meerderheid van de Israëlische bevolking achter de politiek van Sharon drijft (zie interview met onze zusterorganisatie, Maavak Sozialisti). De voortdurende vrees voor aanslagen zorgt ervoor dat de militaire bezetting door veel joodse arbeiders als «noodzakelijk» wordt gezien.

Dit op een moment dat Sharon zijn regering verbreedt met de uiterst-rechtse Nationale Religieuze Partij van ex-commandant Eitam. Eitam is het prototype van de ijzer vretende, illegale kolonist die de Palestijnen met geweld van hun land wil verdrijven. Dit onderstreept de bunkermentaliteit van Sharon en de uitdagende, niets ontziende brutaliteit van zijn regering.

Kapitalistische wereldleiders niet thuis

Tegen dit alles - de grove schending van de rechten van de Palestijnen, de willekeurige vernederingen en slachtpartijen - blijft de reactie van instellingen als de VN, de Europese Unie (EU) en van de regering-Bush van een consistent cynisme. Ze eisen de terugtrekking van het Israëlische leger, zolang ze daar geen concrete maatregelen aan moeten verbinden.

De positie van de VS, een traditionele bondgenoot van Israël, balanceert tussen begrip voor Sharons «oorlog tegen het terrorisme» en schrik voor de gevolgen van zijn beleid. De VS houdt zich vooral bezig met een inperking van het conflict, met o.a. bezoeken door minister van Buitenlandse Zaken Powell aan Syrië en Libanon (van waaruit de pro-Iraanse Hezbollah een tweede front hebben geopend). Het conflict in Israël/Palestina doorkruist hun voorbereidingen voor een aanval op Irak, oud vijand van de VS die ze ervan verdenken massavernietigingswapens te bezitten.

Cheney was al een aantal Arabische regimes in het Midden-Oosten afgereisd, om steun te verwerven voor zo'n interventie. In mei zou er terug een inspectie zijn door de VN van het wapenarsenaal van Irak. In de huidige context van massaprotest in de Arabische landen tegen de politiek van Sharon is dit natuurlijk een explosief gegeven. Saddam Hoessein draaide reeds de oliekraan dicht. Hij wil het westen onder druk zetten om anti-Israëlische maatregelen te nemen en zo de sympathie verwerven van de Arabische massa's, in geval van een aanval door de VS.

Verenigde Naties-kopstuk Kofi Annan specialiseert zich zoals gewoonlijk in goed klinkende, maar ineffeciënte speeches. Als VS-dweil voor alle wereldproblemen mag Annan een humanisme belijden dat de kapitalistische uitbuiting geen centimeter in de weg legt. Hij roept op voor een internationale vredesmacht die niets zou oplossen aan de onderliggende problemen van het conflict - bovendien is er een uitgesproken verdeeldheid over zo'n vredesmacht. In het bijzonder de VS verzet zich ertegen, gevolgd door haar poedel Groot-Brittannië.

Ook Arafat sprak zich uit voor een vredesmacht. In de praktijk staat die echter onder de controle van de imperialistische grootmachten. In Bosnië-Herzegovina, in Kosovo en Afghanistan worden de VN-troepen ervaren als een bezettingsmacht.

De Europese burgerlijke politici doen allerlei verklaringen, o.a. over een boycot van Israëlische producten , maar lijken daarmee enkel een segment van het kiespubliek te willen behagen. Eens ze werkelijk iets te zeggen hebben, gebeurt er niets. De Europese ministers van Buitenlandse Zaken verwerpen een boycot, het Europees Parlement is er voorstander van. Vice-premier Michel voert graag verontwaardigde nummertjes op in de media, in de praktijk merken de Palestijnen daar weinig van. In Antwerpen probeert VLD-er Ludo Van Campenhout een ander deel van het kiespubliek te lijmen: in naam van de diamantsector spreekt hij zich uit tégen een boycot (over de idee van een boycot: zie kader).

Geen «vredesmacht», maar massastrijd

De eerste maatregel die moet worden genomen is de terugtrekking van het Israëlische leger uit de bezette Palestijnse gebieden. Daarvoor moet strijd worden gevoerd onder de Palestijnse massa's en de Israëlische arbeidersbeweging. De Israëlische arbeiders en jongeren moet duidelijk worden gemaakt dat de militaire onderdrukking van de Palestijnen niet in hun belang is, maar integendeel hun veiligheid en sociale verworvenheden enkel ondermijnt. Dit werd nog eens bevestigd door de aanslagen van Hamas en Fatah tijdens het bezoek van Powell aan de regio.

De Palestijnen hebben het recht om zich te verdedigen tegen de slachtpartijen en de bezetting van het Israëlische leger, met de wapens in de hand. We roepen op voor de vorming van democratisch verkozen comités om de brede massa's bij die strijd te betrekken. In die comités zouden de politieke vertegenwoordigers permanent afzetbaar moeten zijn en niet meer verdienen dan het gemiddelde arbeidersloon. Enkel op die manier kan worden verhinderd dat de strijd van de Palestijnse arbeiders en jongeren wordt verraden door een leiding die gaat streven naar haar persoonlijke voordelen - naar geld, prestige en luxueuze villa's.

Dat is jammer genoeg de ervaring met de Palestijnse Autoriteit van Arafat. De leden van de regering van Arafat verrijkten zichzelf en hun directe omgeving, terwijl de rest van de Palestijnen in sloppen leeft, dikwijls zonder elementaire sanitaire voorzieningen, en wegteert in massale werkloosheid en armoede. Op een begroting van 800 miljoen dollar in 1996 was er 326 miljoen dollar niet op een verklaarbare manier thuis te brengen.

Vandaag wekt de figuur van Arafat terug sympathie op omwille van de belegering door het Israëlische leger. Maar niet iedereen is vergeten dat de Palestijnse Autoriteit vakbondsleden, mensenrechtenactivisten en journalisten in een recent verleden achter de tralies draaide. Bovendien zorgde zijn onvermogen om effectief leiding te geven aan de Intifada ervoor dat veel Palestijnse jongeren zich gingen richten op organisaties die contraproductieve, terroristische methodes gebruiken.

De meeste Palestijnse organisaties, zowel de islamisten als het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), zien de strijd vooral als een tussen henzelf en het Israëlische leger. Ze zien de brede massa van de Palestijnen eerder als toeschouwers, dan als actieve deelnemers aan de strijd. Tanzeem, een voormalige jongerenorganisatie, legt wel meer de klemtoon op massamobilisatie.

Geen nationale zonder sociale bevrijding

De LSP komt op voor het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen. Tegelijkertiid waarschuwen we voor illusies in zelfbeschikking op kapitalistische basis. Om de onderliggende problemen van armoede, werkloosheid, verkrotting, etc. op te lossen, is er een fundamentele verandering van de maatschappij nodig. Niet alleen in Palestina, maar ook in Israël en de rest van het Midden-Oosten.

De strijd tegen de regering-Sharon, tegen de bezetting en onderdrukking van de Palestijnen, tegen de armoede en daling van de levensstandaard in zowel de Palestijnse gebieden als Israël en voor een massale investering in onderwijs, jobs en gezondheidszorg moet worden verbonden met de strijd voor een socialistische samenleving. Omwille van de jarenlang gegroeide nationale gevoeligheden betekent dat in de huidige situatie opkomen voor een socialistisch Palestina en een socialistisch Israël, met Jeruzalem als gedeelde hoofdstad en democratische rechten voor alle minderheden. Voor een einde aan de behandeling van de Palestijnen als tweederangsburgers in Israël. Dit zou een eerste stap moeten zijn naar een oprichting van een socialistische federatie van het Midden-Oosten.

Dit vereist een klasse-oriëntatie die de Israëlische arbeiders losweekt van steun voor hun kapitalistische leiders, die het verzet van Israëlische reservisten tegen hun legerdienst in de bezette gebieden verder ontwikkelt en de Palestijnse massa's organiseert langs democratische klasselijnen. Het is dit programma dat het CWI verdedigt in Israël/Palestina en de rest van de wereld.

Zelfmoordaanslagen, een boycot van Israël en de tactieken van links

Ook in Europa vonden er massale demonstraties plaats tegen de onderdrukking van de Palestijnen. Vooral de migrantenbevolking - zowel mannen als vrouwen, jongeren als ouderen - kwam massaal op straat om haar protest te uiten. In Brussel waren er dagelijkse acties aan de beurs en een betoging van tienduizenden op zondag 7 april.

In Antwerpen liep een betoging uit op relletjes met de politie, vanwege een kleine minderheid van jonge migranten. De LSP begrijpt de woede van deze jongeren, die in deze maatschappij zo goed als geen perspectief hebben en dagelijks worden geconfronteerd met racisme en discriminatie. Een deel van deze jongeren riep ook slogans als «Hamas, Hezbollah, Jihad» en stuurde aan op een confrontatie in de joodse wijk.

Indien ze dat kunnen, moeten marxisten in dit soort betogingen tussenkomen, maar dan wel om de invloed van reactionaire slogans en groeperingen tegen te gaan. Jammer genoeg hadden we voorlopig niet de kracht om dat in Antwerpen te doen. We moeten in dialoog gaan met de meest bewuste jongeren en hen een georganiseerd klasseperspectief aanbieden. Rellen en een algemene verwerping van de joodse gemeenschap, zonder een klasse-onderscheid te maken tussen kapitalisten en werkende mensen, zijn geen weg vooruit als we onder bredere lagen - ook bij Belgische arbeiders - een krachtsverhouding willen opbouwen om de maatschappij te veranderen.

Sommigen spelen met de idee van een consumentenboycot van Israëlische producten, o.a. Oxfam en de PVDA. Wij zijn op zich niet tegen die idee gekant, in de mate dat zo het bewustzijn rond de problematiek kan worden aangescherpt. Maar die eis heeft wel een aantal beperkingen. Om te beginnen heeft de burgerij honderd en een middelen om zo'n boycot te omzeilen. De economische impact is doorgaans minimaal. Bovendien maakt zo'n boycot geen onderscheid tussen arbeiders en burgerij, tussen rechts of links. Het leidt geen twijfel dat de Israëlische burgerij vooral de Israëlische en Palestijnse arbeiders zal laten opdraaien voor de economische effecten.

Eigenlijk kan zo'n boycot enkel efficiënt worden toegepast door de arbeiders zelf, waarbij ze best overleggen met de arbeiders en jongeren in Israël/Palestina die zich verzetten tegen Sharons politiek, om te zien in hoeverre deze boycot hun positie kan versterken. Met de verkoop van wapens en ander militair materieel aan Israël moet onmiddellijk worden gestopt.

We betreuren ook dat sommige linkse organisaties, zoals de PVDA en de Engelse SWP, de zelfmoordaanslagen niet altijd duidelijk veroordelen. Dit drijft een wig tussen de arbeidersklasse in Palestina en Israël. Het vertrekt ook van de foute idee dat de Israëlische arbeiders één reactionaire massa zijn, die niet voor een socialistisch alternatief kunnen worden gewonnen. De verkeerd begrepen dwang om op een simplistische manier «kamp te kiezen» heeft hier wel erg wrange gevolgen.