Socialisme - meer dan ooit nodig!

We leven in een wereld waarin de grens tussen een menswaardig bestaan en armoede soms heel eng is. Een ongeluk, ziekte, werkloosheid ... kan volstaan om iemands leven om te woelen. Het recentste drama was de zelfmoord van een Sabena-piloot. Voor ieder gekend geval zijn er echter tientallen anderen die in de anonimiteit blijven. Vroeger had de maatschappij daar collectieve antwoorden voor: sociale zekerheid en openbare dienstverlening. Die worden de jongste jaren echter voortdurend weggeliberaliseerd. Wat rest is een systeem dat uitsluitend drijft op winstbejag.

door Eric Byl

Zolang het kapitalisme bestaat, blijft winstbejag de onzichtbare hand achter alle economische, politieke en sociale ontwikkelingen. Dat was in de “gouden jaren” ’60 en ’70 niet anders. Toen draaide de economie op volle toeren. De productiviteit nam jaarlijks met gemiddeld 4% toe, de wereldhandel met maar liefst 8 tot 12%. In die omstandigheden was ieder uur productieverlies uit den boze. Bijgevolg was het patronaat In ruil voor sociale vrede bereid hier en daar wat kruimels van de tafel te laten vallen.

Maatschappelijke solidariteit versus winstbejag

Onder druk van de arbeidersbeweging werden mechanismen van solidariteit uitgebouwd: voor de zieken, de gepensioneerden, de zwakker begaafden, de werklozen,...

Men ging ervan uit dat een maatschappij een geheel is van ongelijke mensen, met sterken en zwakkeren en dat één van de taken van de maatschappij erin bestond de solidariteit met die zwakkeren te organiseren.

Dat ging van voorkeurstarieven voor de zogenaamde WIG-W’s (weduwen, invaliden, gepensioneerden en wezen), over het recht op een uitkering bij werkloosheid, de garantie op een degelijk pensioen, tot de mogelijkheid om via de overheid een vaste betrekking en een stabiel loon te bekomen.

Met het begin van de crisis begonnen de politici, aangespoord door het patronaat, de media en rechtse academici, die maatschappelijke solidariteit uit te hollen. Het recht op een uitkering bij werkloosheid werd stilaan een gunst, de wettelijk verplichte ziekteverzekering dekt steeds minder kosten, het pensioen werd opgesplitst in een aantal peilers. Openbare diensten werden “geresponsabiliseerd”, niet ten aanzien van de sociale noden van de gebruiker, maar ten aanzien van de economische rendabiliteit.

Kortom: de maatschappelijke solidariteit werd teruggedrongen ten voordele van de “responsabilisering van diensten en personen”. Voor wie gezond is en geluk heeft, hoeft dat geen drama te betekenen. Wie echter minder geluk heeft, wie ziek wordt of werkloos is, mag de maatschappelijke solidariteit stilaan vergeten.

Iedereen denkt steeds: “mij overkomt dat niet”. Intussen is er toch al zo’n 20% van de bevolking die op één of andere manier uit de boot valt, zich om allerlei redenen in de schulden steekt en geen uitweg meer ziet.

Men zegt dikwijls dat men de graad van beschaving van een maatschappij kan afmeten aan de manier waarop die maatschappij omgaat met sociaal zwakkeren. Een maatschappij die geen aandacht heeft voor de zwakkeren, dreigt - zoals Stevaert dat uitdrukt - te verzuren. Maar niet alleen de minst beschermde groepen vallen uit de boot, ook de rest van de werkende bevolking kan onder het kapitalisme zijn levensstandaard niet behouden.

Politieke vernieuwing en herverkaveling

Heel wat traditionele politici zeggen hierover: we kunnen niet anders, het is meegaan met de winstlogica of verzuipen. Kortom: aan het beleid van privatiseringen, liberalisering en sociale afbraak kan niet worden geraakt. Als inhoudelijk niets mag veranderen en de “kloof met de burger” toch moet worden gedicht, dan rest niets anders dan een vormelijke opsmukoperatie.

Daar zijn ze, vooral in Vlaanderen, nu al 11 jaar mee bezig, zonder bijster veel resultaat. De jongste kieshervorming met grotere kiesomschrijvingen (de provincies) en kiesdrempels (5%), de rechtstreekse verkiezing van de burgemeesters en de zogenaamde referenda zullen hieraan geen jota veranderen.

Van de VLD en haar voorloper, de PVV, of van de tot CD&V herdoopte CVP hadden we niets anders verwacht. Net zomin als van de overblijfselen van de Volksunie (Spirit en NV-A), van de beweging van Johan Van Hecke (NCD), of van de diverse splinterpartijtjes van rechtse tot extreem-rechtse signatuur (zoals Vivant, Wit,etc.).

Van Agalev en vooral van de SP hadden we ooit een andere houding mogen verwachten. Ook zij hebben zich helaas neergelegd bij de neoliberale winstlogica. Ze zien hun taak niet in het omkeren van het neo-liberale beleid, maar hooguit in het sociaal begeleiden van de ergste uitwassen ervan.

Iets minder vriendelijk gesteld: zij verpakken het antisociale beleid in wat sociaal klinkende retoriek en zorgen ervoor dat de regering ermee weg komt.

Van arbeiderspartij naar patronaal instrument

De SP is steeds minder een arbeiderspartij en steeds meer een zuiver instrument om de politiek van de burgerij door te drukken.

Academici en technocraten genieten systematisch de voorkeur op echte partijmilitanten. Interne democratie werd al eerder gefnuikt. Verkiezingscam-pagnes werden uitbesteed aan publiciteitsfirma’s. Tenslotte werd de patroon van ‘s lands grootste reclame-maker voorzitter van de partij. Sindsdien is hij traag, maar ge-staag, bezig alles wat enigszins met socialisme te maken heeft op te ruimen. Zelfs het “so-cialisme” in de naam van SP moest eruit. De nieuwe SP.A heet voortaan “sociaal progressief alternatief”. Zelfs dat is een leugen: de huidige politiek van de SP.A is verre van sociaal, verre van progressief en zeker geen alternatief op het neoliberale beleid.

Over de groenen kunnen we kort zijn: nauwelijks één regering ver heeft Agalev zowat alle eerdere beloften de nek omge-draaid en voert ze getrouw mee de politiek van Verhofstadt uit. Wij denken dat dit geen toeval is. De degeneratie van zowel de SP.A als Agalev heeft te maken met de weigering van die partijen om fundamenteel te breken met de burgerij en klaar en duidelijk kant te kiezen voor de arbeiders.

Socialisme als alternatief

Als ze ons al niet de misdaden van het stalinisme in de schoenen proberen te schuiven, dan trachten SP.A en Agalev ons voor te stellen als dromers. Vooral op 1 mei moeten we ons daarover bezinnen: de eerste 1 mei-viering dateert van 1886, nog wel in de VS, toen men de strijd aanvatte voor de 8-urendag. De arbeidersklasse was numeriek en organisatorisch veel zwakker dan vandaag. Wie de film Daens gezien heeft of het boek van L. P. Boon heeft gelezen, zal zich misschien nog herinneren hoe de enige verkoper van “Vooruit” aan de Aalsterse fabriekspoorten door patroonsgetrouwe arbeiders werd weggejaagd.

De gendarmes werden er toen nog met getrokken sabel op afgestuurd Toch kon de ar-beidersbeweging reële verbeteringen afdwingen, hoofdzakelijk omdat ze een maatschappelijk project had tegenover dat van de kapitalisten.

“Zonder socialisme stond de Vlaamse boer nog altijd op zijn akker”, luidde het in de jaren ’70 in de sociaal-democratie. Van-daag wordt men daar niet graag meer aan herinnerd. Hoewel de BSP-leiding in de jaren ’70 ook al liever aan tafel zat met de gro-ten der aarde dan met “het gepeupel”, gaf de BSP, weliswaar op een verwrongen wijze, uit-drukking aan de strijd van de arbeiders. Daarvan is vandaag niets meer te bespeuren.

De kloof tussen arm en rijk is nochtans nooit groter geweest. Steeds meer jongeren en arbeiders realiseren zich dat en hebben zich verenigd in wat men de antiglobaliseringsbeweging noemt. Die beweging heeft steeds meer impact op de ar-beiders.

Een arbeiderspartij zou hun strijd een programma van maatschappelijke vooruitgang en verbetering kunnen bieden. Dat vergt echter een radicale breuk met de kapitalistische winsthonger en een productie gebaseerd op de behoeften van allen.

Bovendien moeten we lessen trekken uit het verleden: welke verworvenheden we ook afdwingen, zodra het kapitalisme in crisis komt, zal het ons die verworvenheden opnieuw afnemen.

Het kapitalisme is sociaal, ecologisch, militair en economisch een irrationeel systeem. Met dit systeem komaf maken door arbeiders en jongeren te bewapenen met een programma van socialistische omvorming van de maatschappij en door ze te organiseren in een onafhankelijke arbeiderspartij: dat is de doelstelling van de LSP.