Op 20 juni lag Sevilla helemaal plat. Op die dag vond de eerste algemene staking in Spanje plaats sinds 1994. Niet alleen de fabrieken en grootste arbeidsplaatsen gingen dicht, er reden ook geen bussen, geen taxi’s en zelfs de kleinste café’s en winkels werden gesloten.
‘s Morgens verkondigde de regering dat er “vandaag geen staking plaatsvindt”. Een paar uur later kwamen ze daarop terug: “de staking gaat slechts gedeeltelijk door”. De Spaanse arbeiders lieten zich niet intimideren en vormden piketten waarmee het hele land werd platgelegd. Overal vonden massa-betogingen plaats: in Madrid kwamen maar liefst 500.000 arbeiders op straat, de grootste betoging sinds de dood van Franco in 1975. In totaal stonden meer dan 2 miljoen mensen op straat in minstens 88 steden. De vakbonden verklaarden dat 84% van de actieve bevolking mee staakte. Dit toont het immense potentieel van de arbeidersklasse.
Het “decretazo”, de aanleiding tot de staking, omvat een immense aanval op de verworvenheden van de arbeidersklasse, waarbij werklozen gedwongen worden gelijk welke job te aanvaarden, ook al ligt die job mijlenver van huis. Nu al krijgt 40% van de werklozen geen uitkering. Dit decreet omvat ook maatregelen om het de patroon gemakkelijker te maken zich te ontdoen van vaste contracten (en deze te vervangen door tijdelijke en flexibele contracten) en wil tevens de seizoenarbeiders zelf laten opdraaien voor hun onderhoud op de momenten dat de seizoenpluk stil ligt.
Dit decreet is een symbolisch dossier, net zoals artikel 18 in Italië het dossier werd waar de hele oppositie in de maatschappij zich rond verzamelde. Na de algemene staking zei Aznar dat hij bereid was om over de details van het decreet te praten. De vakbonden beweren dit decreet in zijn geheel te willen afvoeren. Maar op het einde van de betogingen repte de vakbondsleiding met geen woord over verdere strijd.
De PSOE (één van de meest rechtse sociaal-democratieën) hoopt van deze beweging garen te spinnen. Een paar vertegenwoordigers van deze partij waren op de betogingen aanwezig, wat natuurlijk overbelicht werd in de media. Deze partij wordt naar voor geschoven als een acceptabele oppositie, alhoewel illusies onder de arbeiders minimaal zijn. Toch kan het zijn dat het “Aznar-effect” leidt tot een tijdelijke, vooral electorale versterking van de PSOE.
De zaterdag na de algemene staking volgde de 250.000 sterke anti-globaliseringsbetoging. Ondanks de zwakke organisatie en zichtbaarheid in het straatbeeld, zorgde het zuiders spontaneďsme voor een massale opkomst van zowel jongeren als arbeiders en hun gezinnen. De sympathie onder de bewoners was immens. Maar ook hier hadden de organisatoren geen boodschap voor de betogers, behalve de slogan: “een andere wereld is mogelijk”.
35 CWI leden vanuit 7 verschillende landen vonden hun weg naar Sevilla om mee te betogen en een politieke interventie te organiseren. We kregen een zeer goede respons op onze pamfletten en verkochten 450 nummers van onze Spaanse krant. 100 exem-plaren van de CWI anti-globaliseringsbrochure “Under Siege” gingen van de hand. Onze slogan: “tegen kapitalisme, oorlog en terrorisme - voor een socialistische wereld” sloot nauw aan bij het bewustzijn.
Vooral de afwezigheid van een politiek instrument, een arbeiderspartij bereid om te vechten tegen de rechtse aanvallen, was pijnlijk duidelijk. Het sterk aanwezige anti-partij gevoel onder hele generaties - dankzij de verraderlijke rol van de voormalige “arbeiderspartijen” - zal in de toekomst plaats moeten maken voor het bewustzijn dat een democratisch georganiseerde partij een noodzakelijk hulpmiddel is om een socialistische wereld te bereiken. Wij willen daaraan meewerken. Sluit aan!
Els Deschoemacker