Wat is het kapitalisme en hoe te bestrijden?
Een links alternatief uitbouwen voor arbeiders en jongeren

Met de val van de Muur van Berlijn in ’89 en de ineenstorting van de Sovjetunie kwam een einde aan een experiment dat bijna 75 jaar had geduurd. In de media stelde men toen dat “het socialisme” of “het communisme” was ingestort, en dat het kapitalisme de enige mogelijke maatschappijvorm was. Volgens ons, echter, hadden de bureaucratische regimes in Oost-Europa niets van doen met het socialisme zoals wij dat zien: een democratisch geplande economie in dienst van de behoeften van de mensen. De toegenomen armoede en ongelijkheid in het voormalige Oostblok na de herinvoering van het kapitalisme bewijzen dat dit systeem geen toekomst biedt.

Niettemin kwam met de val van die bureaucratische regimes het idee onder druk te staan dat er een alternatief mo-gelijk is op het kapitalisme. Zonder de steun - moreel en materieel - van de eens machtige Sovjetunie raakten de zogenaamd “communistische” (stalinistische) partijen in het westen in cri-sis.

Ze schoven snel naar rechts op en haasten zich om “sociaal-demoratisch” te worden. Dat gebeurde bijvoorbeeld met de Franse PCF, die zelfs bereid was verantwoordelijkheid te dragen voor bezuinigingen. Of de CPN in Nederland, die zichzelf ophief door in het vaag-linkse GroenLinks te stappen.

De val van het stalinisme zorgde ook voor een verdere verrechtsing van de sociaal-democratie. Zowel in Nederland, België als Frankrijk regeerden sociaal-democraten in coalitieregeringen die meer bezuinigden en privatiseerden dan rechtse regeringen voor hen.

Daarmee vervreemden ze zich van de massa. De ledenaantallen, vooral van actieve leden, daalden dramatisch. De leden die overbleven zijn vaak geen arbeiders, maar carrièremakers, die elkaar baantjes toebedeelden.

Zo werden de sociaal-democraten van toen, de nieuwe ondernemerspartijen van nu. Partijen met een ledenbestand, leiding en programma dat inmiddels maar weinig afwijkt van dat van andere rechtse partijen. Hooguit verkopen ze hun boodschap met een sociaal sausje, en konden ze tot voor kort nog rekenen op de stem van arbeiders die traditiegetrouw op hen bleven stemmen, of dat deden omdat ze in de sociaal-democraten het minste kwaad zagen. Maar in feite werd de sociaal-democratie steeds meer een instrument van de ondernemers, de kapitalisten, om hun programma van bezuinigingen en privatiseringen door te voeren.

Het was op deze wijze dat de tradi-tionele arbeiderspartijen verloren raak-ten als strijdorgaan voor arbeiders en jongeren.

In de jaren ’90 zagen we dat groene partijen als Agalev/Ecolo in België, de Groenen in Frankrijk en in zekere zin GroenLinks in Nederland erin slaagden deels het vacuüm op te vullen. Ze schuiven echter snel naar rechts op en zodra deze partijen tot regeringen toetreden (België of Frankrijk), of te dicht tegen bestaande regeringen aankruipen (Nederland), wordt het duidelijk dat ze geen serieus alternatief zijn voor de ondernemerspolitiek.

Waar het dus ooit onze belangrijkste taak was als revolutionair-socialisten van het Comité voor een Arbeidersinternationale (CWI) om binnen de arbeidersbeweging, in het bijzonder de sociaal-democratie, op te komen tegen de ideeën van reformisme (aanpassing van het kapitalisme) en parlementarisme, hebben we er nu een extra taak bijgekregen.

Na de moeilijke jaren ’90, waarin de arbeidersklasse en de jongeren in het algemeen in het defensief werden gedrongen, moeten we nu de beweging in de breedste zin van het woord weer opbouwen. Het CWI wil een bijdrage leveren aan het opbouwen van nieuwe massale arbeiderspartijen.

Wij pretenderen niet dat wij nu al die arbeiderspartijen zijn, maar in het huidige vacuüm fungeren we soms op lokaal vlak al tot op zekere hoogte als zodanig. Dat is bijvoorbeeld het geval in bepaalde steden en wijken in Engeland en Ierland, waar we serieuze wortels in de wijken en de vakbonden hebben. En waar we nog niet zo’n positie hebben, doen we ons best om de katalysator in de ontwikkeling naar nieuwe arbeiderspartijen te zijn.

Daarbij is het van het grootste belang om de arbeiders en jongeren die nu in verzet komen, zoveel mogelijk samen te brengen op concrete strijdpunten. Wij denken dat ideeën in de praktijk, en niet alleen in besloten politieke kring, moeten worden uitgetest en daarom zijn we voor eenheid in actie, waar we ook mensen zonder partij-politieke achtergrond bij willen betrekken. Laat de strijd tegen de afbraak van de verzorgingsstaat en de verslechterende economische omstandigheden het middel zijn om al het verzet te bundelen.

Daaruit kan dan worden begonnen aan de opbouw van arbeiderspartijen. Zo’n partij zal alle krachten van verzet tegen het kapitalisme moeten samenbrengen. Buurtactivisten, kritische vakbondsleden, studenten en scholieren, anti-racisten,...

Een dergelijke partij zal een open en democratisch karakter moeten hebben, met de mogelijkheid voor verschillende stromingen en opvattingen om zich er binnen te organiseren, met aantrekkingskracht voor nieuwe lagen die in beweging komen. Alleen zo zullen de diverse activisten zich er thuis kunnen voelen.

Wij zouden binnen zo’n partij constructief opereren als stroming die opkomt voor revolutionaire politiek, in alle openheid.

In Nederland is het de Socialistische Partij (ooit een maoïstische secte, nu een groeiende arbeiderspartij), die momenteel het vacuüm opvult dat sociaal-democraten en “communisten” achterlieten. Deze SP heeft nog niet de openheid die wij graag zouden zien, en dreigt te parlementair te worden, maar biedt voorlopig nog voldoende mogelijkheden om er als revolutionairen binnen te opereren.

En dat is dan ook wat Offensief (Nederlandse afdeling van het CWI) doet. Inmiddels hebben 4 raadsleden van de SP zich aangesloten bij ons, en wordt Offensief beschouwd als “de linkervleugel” van de SP.

Dit werk past in het idee van het CWI om wereldwijd strijdbare arbeiderspar-tijen op te bouwen, met de kracht om te vechten voor het socialisme!

Patrick Zoomermeijer,
Offensief (Nederland)