| Wat is het kapitalisme en hoe te bestrijden? |
Voor de economische recessie vier jaar geleden begon, was Argentinië het meest welvarende Latijns-Amerikaanse land. Dit liet ruimte voor een beleid (peronisme) dat de arbeiders en hun gezinnen wat sociale hervormingen gaf. Vanaf de jaren ’80 was die speelruimte grotendeels verdwenen en voerden de Argentijnse regeringen, op bevel van het IMF, braafjes een neo-liberaal beleid uit in dienst van de westerse schuldenaars, multinationals en banken.
Opeenvolgende regeringen privatiseerden de openbare diensten en banken, zetten het mes in de overheidsuitgaven, stapelden een enorme schuldenberg op en... ze koppelden de peso aan de dollar, een rampzalig prestigeproject.
Het gevolg was een economische crisis, massale ontslagen, drastische inleveringen op het loon en de pensioenen, een officiële werkloosheid van 25% en de helft van de inwoners onder de armoedegrens.
In december vorig jaar leidde dit tot een geweldige protestbeweging. De druppel die de emmer deed overlopen was een nieuwe besparingsronde van de regering om nieuwe fondsen bij het IMF los te krijgen. De arbeidersbeweging antwoordde hierop met een algemene staking op 13 december (de grootste van 8 in 2 jaar tijd) die het hele land lamlegde.
Diezelfde dag begonnen in de armste districten van de hoofdstad spontane protesten, die later overwaaiden naar de wijken van de verarmde middengroepen en uiteindelijk de zittende president De La Rua ten val brachten.
Verschillende presidentskandidaten werden getest en afgekeurd door de massa’s. Nu gokt de heersende klasse op Duhalde. Het is duidelijk dat hij op kapitalistische basis geen uitweg zal vinden uit de crisis en de confrontatie met de Argentijnse massa’s zal moeten aangaan. Echter, zolang het politieke vacuüm niet ingevuld wordt door een socialistisch alternatief, bestaat de kans dat meer populistische, nationalistische figuren, met even weinig speelruimte, dat zullen doen.
De “Decemberbeweging” verliep eerder chaotisch door het gebrek aan krachtdadige tussenkomst van de vakbonden en hoewel er al eerste vormen aanwezig waren van een nationale vergadering van verkozenen uit de wijken, de werkplaatsen, de werklozen, de studenten, soldaten, enz., slaagden die er niet in een tegenmacht op te bouwen en leiding te geven aan de beweging.
In een periode van “dubbelmacht” zouden deze strijdcomités het embryo vormen van een arbeidersregering, die een actieplan zou moeten uitwerken dat de directe problemen verbindt met het streven naar een democratische, socialistische planning van de economie.
In Argentinië was aan veel objectieve voorwaarden van een revolutionaire crisis voldaan: een crisis van vertrouwen in de heersende klasse en haar instellingen, een duidelijke wil tot strijd van de arbeidersklasse, verarmde middengroepen die zich richten tot de arbeidersklasse en haar strijdmethodes overnemen en open splitsingen bij de heersende klasse. Het tragische is dat de “subjectieve” factor ontbrak: de massa van de arbeiders die de ideëen van een socialistisch alternatief bediscussieert, zoals dat in 1968 in Frankrijk of in de jaren ’70 in Chili wel het geval was, en een revolutionaire socialistische partij met massale steun en een programma om een arbeidersregering aan de macht te brengen die komaf maakt met het kapitalisme.
De greep van het failliete peronisme op de vakbonden in het verleden en de Val van de Muur hebben hierin een grote rol gespeeld. De ervaring van de Decemberbeweging heeft echter een verhoging van het klas-sebewustzijn teweeggebracht. Socialistische ideëen zullen opnieuw ingang vinden.
Het is aan ons om hierin tussen te komen en op te roepen voor de opbouw van een nieuwe arbeiderspartij en een socialistische federatie van Latijns-Amerika.
Emiel Nachtegael