De stijging van de huurprijzen was de laatste 25 jaar veel groter dan de stijging van de inkomens van de huurders. Vooral de laagste inkomens werden getroffen. Hun koopkracht ligt na betaling van de huur maar eventjes 20% lager dan in 1976. Ze zijn dus 20% armer geworden. (De Standaard, 20/08)
door Anja Deschoemacker
De oorzaak: er zijn te weinig huurwoningen op de markt. Bijna nergens in Europa zijn de afgelopen 50 jaar zo weinig woningen gebouwd. En de overheid compenseerde dat niet: waar in landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk,... 20 tot 25% van de huurmarkt uit sociale woningen bestaat, maken sociale woningen in Vlaanderen slechts 6,5% van het geheel uit. Niet verwonderlijk dan dat wonen de belangrijkste oorzaak is van armoede in Vlaanderen.
En als je dan naar de weinige overheidsuitgaven voor woonbeleid kijkt, zie je dat de meeste inspanningen via belastingsaftrek gaan naar de meest begoede gezinnen: 40% gaat naar de 20% rijkste gezinnen, de 20% armste gezinnen krijgen slechts 10% van de beschikbare som.
In Vlaanderen lag de nadruk steeds op het aanschaffen van een eigen woning. Arbeiders zouden immers minder geneigd zijn te staken of anderszins strijd te voeren als ze nog een huis moeten afbetalen.
In realiteit is het natuurlijk zo dat op die manier de armsten gewoon vergeten worden. Ze stromen samen in de weinige sociale woningen die er zijn. Nog 60.000 gezinnen staan ingeschreven op de lijst en nog eens een ontelbaar aantal gezinnen schrijft zich gewoon niet meer in omwille van de lange wachttijden en de slechte staat van een groot aantal van de sociale huurwoningen. Zij belanden dan op de privé-huurmarkt waar te hoge prijzen gelden en waar huisjesmelkers grote winsten boeken.
De enige manier waarop we uit deze armoede creërende situatie kunnen raken, is door een groots programma van sociale woningbouw en stadsrenovatie. Maar van de beloftes van deze regering blijft slechts weinig over, terwijl de beloftes (de bouw van 15.000 sociale woningen) hoedanook al laag lagen. Binnen de regering wordt immers gekibbeld over hoe het geld te besteden, waarbij de optie voor samenwerking met de privé het ongetwijfeld zal halen. Wat dan weer zal betekenen: hogere huurprijzen want de privé investeert enkel als er ook winst te verwachten valt. Wat dan weer geen neerdrukkend effect zal hebben op de huurprijzen op de privé-huurmarkt.
Wat wij willen, is dat de gemeenten en de steden de sociale woningbouw op zich nemen. Doel moet zijn de problemen op te lossen, niet winst te maken.