Latijns-Amerika tussen barbarij en revolutie

Latijns-Amerika is een chronisch onstabiele brandhaard geworden. Het werelddeel valt ten prooi aan een uiterst ernstige economische crisis die de autoriteit van de nationale burgerijen en het Amerikaanse imperialisme uitholt. Daar, nog meer dan elders, dringt zich de noodzaak van een socialistisch massa-alternatief op.

Mercosur

De Argentijnse crisis veroorzaakte een destabilisering van de hele Mercosur-zone (Argentinië, Chili, Paraguay, Uruguay, Brazilië). Uruguay, tot voor kort het “Zwitserland van Latijns-Amerika”, belandde in de crisis door de nauwe banden met de Argentijnse economie.

Ook Brazilië wordt niet gespaard. De nationale munt lijdt niet enkel onder de effecten van de ontwaarding van de Argentijnse peso, maar tevens onder de politieke onzekerheid. Het idee dat Lula (Arbeiderspartij, PT), de presidentsverkiezingen in oktober zal winnen, doet vele investeerders huiveren. De burgerij vreest niet zozeer Lula’s vage, sociaal-democratische programma, maar de impact die zijn verkiezing zal hebben op de werkende massa’s.

Het Andesplateau

In afwezigheid van een socialistisch alternatief zien we de opkomst van populistische figuren. Maar hun schittering verbleekt zienderogen. Net verkozen, wordt de nieuwe Peruaanse president Toledo reeds geconfronteerd met een massale volksbeweging. Toledo zwoer immers zijn verkiezingsbeloftes af en wou aan Tractebel de energiemaatschappijen, die instaan voor de bevoorrading van het zuiden van Peru, verkopen. Maar dat was buiten de plaatselijke bevolking gerekend die in opstand kwam. Na een poging om de beweging te onderdrukken, moest Toledo de privatisering stoppen.

Zijn lot is een beetje vergelijkbaar met dat van Chavez in Venezuela. Verkozen op basis van een populistisch programma, weer in het zadel geholpen door een brede volksbeweging na een couppoging door het establishment (gesteund door de VS), is zijn ster opnieuw tanende door het uitblijven van een wezenlijke verbetering in de levensstandaard.

Colombia

De situatie is dramatisch in Colombia. De burgeroorlog tussen de “marxistische” guerilla's (FARC en ELN) en de extreem-rechtse militairen en doodseskaders heerst sinds 1964 en heeft al 200.000 doden en tienduizenden vluchtelingen geëist. De verkiezing van Uribe, chef van de doodseska-ders, als president kenmerkte een verscherping van het con-flict. Uribe beloofde om de Farc en het ELN met harde hand te bestrijden. De FARC daagden Uribe uit door bloedige aanslagen (21 doden) in Bo-gota op de dag van zijn eedaflegging. Uribe reageerde met het uitroepen van de nood-toestand op 12 augustus. De noodtoestand geeft het leger carte blanche. Uribe wil tevens tienduizenden burgers bewapenen om te vechten tegen de guerilla. Dat zal een spiraal van geweld zonder einde met zich meebrengen die het land in een “Algerijnse” situatie zal doen belanden.

Colombia en Peru zijn twee gezichten van de Latijns-Amerikaanse crisis. Enerzijds tonen de arbeiders en de armste lagen hun kracht in actie en kunnen ze een regering en een machtige multinational op hun knieën krijgen. Anderzijds roept de afwezigheid van een socialistisch alternatief de drei-ging van barbarij op. Vandaag moeten we bouwen aan een socialistisch alternatief om een voor de klasse gunstige uitweg te vinden uit de crisis: een maatschappij waar de economie uit zal gaan van de behoeften van het volk dankzij democratische planning.

door Thierry Pierret