Een toekomst voor de Brugse Poort

De Brugse Poort behoort tot de 19de eeuwse gordel van Gent en ontwikkelde zich samen met de Gentse textielindustrie tot een echte arbeiderswijk. De oudere mensen herinneren zich nog de naoorlogse hoogconjunctuur, waarin de wijk opbloeide. Kleine handelaars en cafés waren talrijk en de socialistische zuil had een grote inplanting, het volkshuis was het centrum van de "achturencultuur". In de arbeidersklasse zorgde de economische groei een opwaartse sociale mobiliteit. Gezinnen die de kans zagen, weken uit naar sociale koopwoningen in de groenere rand. Zij ruimden plaats voor de migrantengezinnen, de toenmalige gastarbeiders. Begin jaren ’70 slaat de werelwijde crisis echter toe.

door Kristof Bruyland

De textielindustrie was al gro-tendeels uitgeweken naar nieuwe industrieterreinen of lage-loonlanden. Maar de crisis liet zich voelen in alle sectoren. In de Brugse Poort stagneerde de sociale mobiliteit. Wie achterbleef, waren dikwijls oudere mensen, alleenstaanden, gezinnen met een uitkering of onzekere tewerkstelling, kortom iedereen die het zich niet kon permitteren om nog uit te wijken of mensen die gehecht waren aan hun vertrouwde woonplaats.

Het commerciële en sociale leven ging achteruit, werkloosheid en armoede stegen. Nieuwe sociale problemen zoals onveiligheid, criminaliteit, verkeersagressie en druggebruik kwamen op. Woningen werden opgekocht door huisjesmelkers, die zo veel mogelijk huurgeld voor zo weinig mogelijk onderhoud wensten op te strijken. Immobiliënfirma’s zoals Constales hebben wat dat betreft een slechte reputatie opgebouwd.

De verdere verdieping van de wereldcrisis in de jaren ’90 zorgde voor de ontdekking van de Brugse Poort door nieuwkomers op de woningmarkt. Voor studenten en jonge gezinnen bleek de Brugse Poort een betaalbaar alternatief op dure studentenkoten of huizen in de rand. De bewoners die ook eigenaar waren, onderhielden en renoveerden hun huizen, waardoor de verkrotting beperkt bleef tot de huizen van de huisjesmelkers.

De wereldcrisis leidde ook tot de ineenstorting en ontwrichting van de vroegere koloniale en Oostbloklanden. De wijk bood "betaalbare" woningen voor vluchtelingen uit de door oorlog en crisis getroffen gebieden.

Zo kreeg de Brugse Poort een sociale mix van allerlei leeftijden en beroepscategorieën. Door de komst van deze nieuw lagen bleef de vraag naar huizen verder stijgen. Bij een gebrek aan voldoende sociale woningen om deze vraag op te vangen, stegen de huurprijzen vrij fors. Voor een beluikhuisje in de Heershagestraat betaalde men begin de jaren ’90 nog 6000 frank huur per maand, nu 10.000 en meer. In de Hamerstraat steeg de huur van 8.000 naar 14.000 en meer.

Ondanks deze stijging blijft de Brugse Poort voor vele gezinnen nog het enige betaalbare alternatief. De overbevraging van de huurmarkt zorgt nu reeds voor een sociale verdringing van de armsten. Daarbij brengt de mix van jonge gezinnen en oudere mensen een aantal noden met zich mee die door de achtereenvolgende stadsbesturen schaamteloos werden verwaarloosd.

Het tekort aan speelruimte voor kinderen, kinderopvang en dienstverlening aan bejaarden zorgde niet zelden voor conflicten, frustratie en afbrokkeling van het sociale weefsel. Dit uitte zich ondermeer in het afwijzen van de gevestigde politiek en het succes van het Vlaams Blok. De SP.a verloor haar massale aanhang en richtte zich meer en meer naar de middengroepen. Uit de stemming in de gemeenteraad over het project "Zuurstof voor de Brugse Poort" blijkt dat geen enkele traditionele partij (Agalev inclusief) nog voeling heeft of zelfs interesse voor de werkelijkheid van de armste en kwetsbaarste bewoners.

Het Vlaams Blok, dat teert op deze miserie, doet alsof ze het opneemt voor deze mensen, maar doet in werkelijkheid het tegenovergestelde. Zij zet de autochone bevolking op tegen hun allochtone buren, en maakt daardoor de noodzakelijke slagkracht, solidariteit en strijdvaardigheid in de wijk kapot. Het Blok verzet zich tegen élke kleine maatregel die de leefkwaliteit in de wijk kan verbeteren, bv. het aanleggen van het speeltuintje in Godshuishammeke.

Het Blok ondersteunt de asociale politiek van privatiseringen (bv. huisvuilophaling) waardoor minder diensten geleverd worden voor meer geld. Het Blok is de grootste vijand van de arbeidersklasse omdat haar programma de werkenden berooft van hun weerstand en overlevert aan de willekeur van het patronaat. Kortom, het Blok bedient zich van populisme om haar ware fascistische aard te verbergen.

Niet rekenen op de gevestigde partijen - organiseer je!

Als antwoord op het succes van het Blok voert de huidige meerderheid van SP.a-VLD-VU haar asociale politiek verder op. Volgens hen wonen er in de wijk Brugse Poort te veel oudere en arme "verzuurde" mensen. Deze moeten plaatsruimen voor jongere en kapitaalkrachtiger bewoners.

De beluiken Brunelstraat en Sikkelstraat, samen met enkele huizen in de Acaciastraat, Hulstboomstraat, Kastanjestraat, Bevrijdingslaan en Haspelstraat moeten gesloopt om parken aan te leggen. Dit zal leiden tot een verdere stijging van de huurprijzen.

Heropwaardering van de wijk betekent eenvoudig dat men deze wijken aantrekkelijker maakt voor gezinnen met een hoger inkomen, wat hogere inkomsten uit gemeentebelastingen oplevert. De huidige bewoners kregen gewoon de boodschap mee dat ze zich konden inschrijven voor een sociale woning (dikwijls een klein apartementje), waarvoor de wachttijd 4 tot 10 jaar duurt. Eventueel krijgen ze voorang op gezinnen die deze wachttijd bijna doorlopen hebben. Maar de huisvestingsmaatschappijen hebben een schrijnend geldtekort en verkiezen een koopkrachtiger cliënteel, wat nog versterkt zal worden met de inbreng van privékapitaal in het kader van de privaat-publieke samenwerking.

Het stadsbestuur vond het ook niet nodig de getroffenen vooraf te raadplegen of inspraak te geven over de plannen. "Omdat die mensen dat toch niet zouden begrijpen", stelde projectontwikkelaar Jurgen Geytens. Als een donderslag bij klare hemel werden de onteigeningsplannen aan de bewoners bezorgd en door de gemeenteraad goedgekeurd.

De mensen werden voor voldongen feiten gesteld. Alle mooie praatjes over nieuwe politieke cultuur en openbaarheid van bestuur gelden blijkbaar niet voor de gewone wijkbewoner. Om de rest van de Gentenaren te misleiden, lanceerde schepen Karin Temmerman (SP.a) een leugencampagne over de verkrotting van de te slopen huizen. Deze aanpak bevestigt het failliet van de SP.a in de arbeiderswijken.

Om te vechten voor betere leefomstandigheden in de Brugse Poort voor de huidige bewoners, is er een nieuwe politieke partij nodig die zowel op stedelijk als op nationaal vlak kan vechten voor de belangen van de gewone wijkbewoner, de werkenden, hun gezinnen en de mensen die leven van een uitkering. Een nieuwe arbeiderspartij waarin delen van de vakbond zijn opgenomen zou daarvoor een goed instrument zijn.

Maar de huidige vakbondstop wil komaf maken met de strijdtradities om de partijbonzen in de regering (SP.a, VLD, Agalev) en het establishment (CD&V) te vriend te houden. Een vakbondsvernieuwing is op termijn onvermijdelijk.

Ondertussen hoeven de wijkbewoners niet bij de pakken te blijven zitten. De Linkse Socialistische Partij (LSP) zal bij de parlementsverkiezingen in 2003 initiatieven nemen om een alternatief te bieden op de huidige politiek. LSP stelt haar lijsten open voor eerlijke en strijdbare wijkbewoners die het echt willen opnemen voor de arbeiderswijken en haar bewoners en roept hen ook op zich te organiseren en aan te sluiten bij LSP.

Een partij is niets zonder een programma. Ons programma gaat uit van de reële behoeften en noden van de meerderheid van de wijkbewoners. Iedereen kan dit programma voor de Brugse Poort nalezen op onze website of het Gents Militantje bestellen.

Wat duidelijk is, is dat een programma dat een antwoord biedt op de schrijnende noden van deze wijk en haar bewoners het stadsbestuur geld zal kosten. En zij zal daartegenover stellen dat Gent reeds moet besparen. Als er echter miljarden zijn voor prestigeprojecten zoals de Bloemenmand, de Belfortparking, Portus Gandia, het Muziekforum enz., dan kan daarmee beter geïnvesteerd worden in de leefbaarheid van de wijken. De leefkwaliteit van de wijkbewoner moet voorrang krijgen op het lokken van toeristen en rijke zakenlui. De overschot kan men investeren in de historische binnenstad.

Financiële tekorten moeten opgevuld worden met belastingen op bedrijfswinsten en grote vermogens. Gent be-schikt over voldoende industrie en een zeehaven om dit te bekostigen. Uiteindelijk worden de bedrijfswinsten toch gemaakt dank zij de arbeid van de wijkbewoners, deze winst moet zoveel mogelijk terugvloeien naar de bewoners.

De planbaten dat een bedrijf zoals Treillarmé boekt door het sluiten van hun afdeling in Gentbrugge, moeten integraal naar de stadskas gaan. Het kapitaal waarmee de Koop-groep speculeerde en daarmee de arbeiders van Carnoy op straat zette, kon beter gebruikt worden voor sociale projecten. We hebben een bestuur nodig dat daarvoor de politieke moed heeft.