Net voor de zomervakantie van start ging, raakte bekend dat de overheid beslist had om de financiële middelen voor het Sociaal Impuls Fonds niet langer rechtstreeks aan de socio-culturele organisaties door te storten, maar te centraliseren. Men zou de middelen ter beschikking stellen van de stad of gemeente waar de sociale projecten liepen. Het achterliggende idee was het op elkaar afstemmen van verschillende projecten die ongeveer hetzelfde werk verrichten binnen een zelfde regio. Het ging over zeer uiteenlopende projecten zoals: straathoekwerk, seniorenzorg, jeugdwerk, gezinsbegeleiding, vluchtelingenopvang, drughulpverlening, vormingsprojecten voor achtergestelde groepen,...
Sven, Maatschappelijk Werker, Antwerpen
In theorie is deze gedachtengang logisch en in verschillende steden en gemeenten werd er daadwerkelijk werk gemaakt van de harmonisering en werden projecten betrokken in de afstemming op elkaar.
Niet zo in Antwerpen, waar het stadsbestuur zich haastte om nog voor de zomervakantie een beslissing te nemen over de onrechtmatige afwending van subsidies voor socio-culturele projecten naar an-dere doelen, zoals het betalen van de oplopende kosten bij politie en andere diensten.
Hierdoor zagen projecten zich plots van de ene op de andere dag geconfronteerd met het failliet van hun werking. Niet omdat men inhoudelijk slecht werk zou leveren, maar omdat het geld ergens anders voor moest dienen.
Pittig detail is natuurlijk dat slechts enkele weken voordien werd uitgepakt met het nieuwste wapen tegen de kleine criminaliteit: het inzetten van helicopters boven het stadscentrum en dat hiervoor door de politie reeds extra fondsen werden geëist. Dit in een stad die al het hoogste aantal politie-agenten per inwoner telt.
Voor acties was het wachten op het initiatief van het personeel van de bedreigde projecten en mensen uit hun doelgroepen. Om een onverklaarbare reden bleef het protest vanuit de vakbonden zeer beperkt tot het mondeling afkeuren van de maatregel en sporadische aanwezigheid op de acties.
In totaal werden 2 betogingen georganiseerd door een actiecomité Samen Op Straat. Op een eerste betoging die inderhaast georganiseerd werd kon men 600 men-sen mobiliseren, een tweede beter georganiseerde betoging wist een 1000 -tal personen te mobiliseren voor een betoging door het centrum van Antwerpen.
Buiten de steun van verschillende andere niet-overheidsinstellingen kon men maar op een beperkte solidariteit rekenen van Stads - of OCMW -personeel, hoewel die de eersten zullen zijn om de werkdruk te voelen toenemen.
Misschien toch nog te begrijpen door een uitspraak van een politicus, die stelde dat indien men niet in de socale fondsen zou be-sparen er geen andere mogelijkheid was dan bij de Stadsdiensten te gaan besparen. Verdeel en heers noemt men zoiets.
De politieke partijen namen hun verschillende stellingen in. Hoewel, de verschillen leken vooral te vinden in de hoogte van de te besparen bedragen. De VLD wou 11,6 miljoen euro besparen, CD&V 11 miljoen euro, SP.A 6,2 miljoen euro en Agalev oorspronkelijk niks.
Het standpunt van Agalev lijkt vooral ingegeven door het feit dat hun aanhang zich bevindt in de socio-culturele sector. Hun tegenvoorstel, echter, ging niet verder dan het afsluiten van een bijkomende lening. Wat natuurlijk een onhaalbare kaart was tijdens een besparingsronde, iets wat zij ook maar al te goed moeten beseft hebben. De zwaarst getroffen projecten betroffen vorming aan migranten, hulp aan asielzoekers en verschillende vormen van hulpverlening aan druggebruikers en daklozen.
In dit dossier heeft het stadsbestuur z’n slogan “het Vlaams Blok overbodig maken” op een zeer cynische manier waar gemaakt door belangrijke punten van het Blok-programma uit te voeren: meer geld voor repressie, geen geld voor migranten, asielzoekers en andere zwakkere sociale groepen.
Het valt moeilijk te geloven dat men binnen deze coalitie niet beseft dat de oorzaak van het zo vaak genoemde onveiligheidsgevoel sociaal en economisch is, waar criminaliteit slechts één uitdrukking van is. En dat men door enkel een repressief beleid te voeren de stad kan herstellen in haar glorie.
De harde waarheid is dat men er vanuit een kapitalistische logica toe gedwongen is om sociale fondsen te gebruiken om de banken te spijzen, repressie in te voeren en de zwaksten in de stad aan hun lot over te laten.
Dit alles toont de nood aan van een linkse arbeiderspartij die breekt met de kapitalistische logica van vandaag en die de solidariteit actief organiseert. Die niet, zoals sommige vakbondsleiders vandaag, enkel de belangen van de eigen achterban verdedigt, maar opkomt voor de belangen van onze klasse als geheel: de werkers, de zwakkeren en de uitgebuitenen. Die, in tegenstelling tot de politieke partijen vandaag, het lef heeft om problemen bij de oorzaak aan te pakken en niet te trappen naar de mensen die moeten leven met de gevolgen van het systeem.