Sinds meer dan 50 jaar heeft West-Europa geen oorlogen meer gekend op het eigen grondgebied. Dit kan de indruk geven dat oorlog iets van het verleden is. Of iets dat enkel in veraf gelegen, zogezegd “minder beschaafde landen” voorkomt. Nochtans leven we in een wereldsysteem, het kapitalisme, en de “beschaving” van dit systeem - met oorlog als inherent onderdeel ervan - is al lang een wereldbeschaving geworden.
door Peter Delsing
Vrede na de tweede wereldoorlog?
De periode van relatieve welvaart na de Tweede Wereldoorlog in de jaren ’50 en ’60, ook voor delen van de arbeidersklasse, was niet mogelijk zonder de vernietigingen van die oorlog, die de noodzaak van heropbouw creëerden.
Nieuwe markten konden zich ontwikkelen, in tegenstelling tot de jaren ’30. Dit werd gekoppeld aan royale financiële steun van de VS (het Marshall-plan), een land dat zich enkel door de omschakeling naar een oorlogseconomie uit de economische crisis van de jaren ’30 had kunnen redden.
De VS legde een systeem van “vrije handel” op aan de niet-”communistische” (lees: stalinistische), koloniale landen. Dit klinkt mooi, maar berustte op brutale uitbuiting van arbeidskracht, desnoods afgedwongen met de militaire laars van bevriende dictators (Mobutu, Pinochet, Batista,...).
Onder hun reële waarde betaalde grondstoffen en arbeidskrachten in Latijns-Amerika, Afrika en Azië leverden de westerse multinationals superwinsten op. Hiermee konden ook voor de westerse arbeiders een aantal toegevingen worden betaald.
De dreiging van arbeiders-strijd en socialistische revolutie in de eerste jaren na 1945, de economische adempauze na de vernietigingen van de Tweede Wereldoorlog, de verworvenheden van de geplande eco-nomie in Oost-Europa, en de brutale uitbuiting van de arbeiders en arme boeren in de “Der-de Wereld” leverden een tijdelijke toegeving op in de vorm van de sociale zekerheid. En dan nog enkel voor een minderheid van de internationale arbeidersklasse.
"Export" van conflicten"
De oorlogen die het kapitalisme - als wolken de regen - in zich draagt, werden ondertussen “geëxporteerd” naar de koloniale of half-koloniale wereld in Afrika, Azië en Latijns Amerika.
De “dekolonisatie” - het af-staan van directe politieke con-trole en de overgang naar indirecte controle via lokale kapita-listische leiders - ging dikwijls gepaard met onafhankelijkheidsoorlogen.
Op sommige plaatsen brachten guerilla-bewegingen stalinistische regimes aan de macht (China, Vietnam, Noord-Korea,...). Dit was een gevolg van de afwezigheid van de arbeidersbeweging als leidende kracht in de omvorming van de maatschappij - wat enkel in Rusland in 1917 het geval was.
Eigenlijk was de wereld na 1945, als je West-Europa, de Verenigde Staten en het Sovjet-blok buiten beschouwing laat, permanent het schouwtoneel van oorlogen. De grootmachten voerden hun onderlinge twisten uit.
De onderontwikkelde landen waren een rijke voedingsbodem voor revoluties, maar ook voor coups en militaire dictaturen - en in de mate dat die “anti-communistisch” waren, werden die actief gesteund door de VS en haar veiligheidsdiensten.
Ook islam-fundamentalisten als Osama Bin Laden kregen steun van de VS om een tegenwicht te bieden voor de stalinistische (én mogelijk reëel socialistische) dreiging in Azië en het Midden-Oosten.
Het verrotte VS-imperialisme heeft het bloed van honderdduizenden - zoniet miljoenen - arbeiders en arme boeren aan haar handen in Chili, Nicaragua, Congo, Irak, Palestina,...
De wereldcrisis van het kapitalisme sinds de jaren ’70 deed de economische en politieke tegenstellingen nog verscherpen. Als de middelen schaars zijn, zal er om die middelen worden gevochten.
Burgerlijke leiders, zoals Milosevic in Servië of de Kroatische ultra-nationalisten in ex-Joegoslavië, probeerden een basis te behouden in de maatschappij via een verdeel en heers-strategie. In de Balkan werden in de jaren ’90, samen met de herinvoering van het kapitalisme, een aantal verschrik-kelijke oorlogen uitgevochten.
Ook in Afrika is dit soort nationalistische en etnische barbarij - denk aan de bloedige conflicten tussen Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda of de recente regionale oorlog in Congo (met miljoenen doden) - een verschrikkelijke vingerwijzing voor wat er kan gebeuren als de arbeidersklasse de macht niet in handen neemt en een rationeel geplande economie installeert.
Achter de nationalistische of racistische slogans zitten de belangen, economisch en politiek, van burgerlijke leiders die hun plaats binnen een doodziek kapitalisme willen veilig stellen. Hun wapens krijgen ze wel van de Amerikaanse, Britse, Franse,... wapenindustrie. Net zoals Saddam in de jaren ’80 deals afsloot met Britse wapenleveranciers. En giftig, chemisch spul kreeg van het Amerikaanse leger.
Britse en Amerikaanse - en Belgische! - bedrijven deden recent dat nummertje nog eens over met wapenleveringen aan India - verwikkeld in een mogelijk nucleair conflict met de Pakistaanse dictator (en Bush-bondgenoot) Musharraf.
Tegen oorlog! Tegen uitbuiting!
Vandaag wil Bush een oorlog voeren met Saddam omwille van prestige - het werk van de jaren ’90 afmaken - en strategische controle over oliereserves in de regio. Onder het kapitalisme zullen er steeds opnieuw oorlogen worden gevoerd voor bodemrijkdommen en markten, en om strategische invloed te verwerven in dienst van de kapitalistische winsten - zeker in een situatie dat de overproductiecrisis steeds scherper wordt.
Terwijl de kloof tussen de productieve capaciteiten van de maatschappij en wat de arbeidersklasse daar als consument van kan opkopen, steeds groter wordt, proberen politici als Bush de aandacht af te leiden van de scherpe klassentegenstellingen in de maatschappij. Oorlog, die de “natie” moet “verenigen”, is daar een middel toe.
Socialisten verzetten zich tegen de waanzin van de kapitalistische oorlogslogica. Jongeren, zoals tijdens de anti-Vietnam protesten van de jaren ’60, en arbeiders - die de productie kunnen platleggen - zijn de enige krachten waarop we kunnen vertrouwen.
Laat ons wereldwijd een revolutionair-socialistische massa-partij uitbouwen die de wapens niet richt op andere arbeiders en jongeren, maar op de kapitalistische uitbuiters en hun slippendragers die andermans zonen en dochters voor cynisch eigen belang de dood injagen. Enkel een socialistische samenleving, waarin de rijkdom in dienst van de behoeften van de hele wereldbevolking wordt gepland en beheerd, kan de waanzin van de kapitalistische oorlogen definitief uitbannen.