Tijdens de jaren ’80 leverden de VS en andere westerse machten Saddam wapens en biologische stoffen. Zelfs nadat Saddam in 1988 de Koerden in Halabja aanviel met gifgas, met duizenden doden tot gevolg, bleef dit bondgenootschap standhouden. Zijn dictatoriale regime werd in die periode gezien als een tegenwicht voor het islam-fundamentalistische Iran.
Op 2/8/1990 viel Saddam buurland Koeweit binnen omdat deze weigerde de olieproductie te beperken om de prijzen hoog te houden. De waarde van de Iraakse olie-export viel van 26 miljard dollar in '80 naar 14 miljard dollar in '89. Bovendien had de oorlog met Iran (’80-’88) immens veel geld gekost, kromp de economie en liep de buitenlandse schuld op. Saddam wou ook een politieke crisis vermijden met zijn inval.
De olieprijzen stegen van 16 dollar aan het begin van de Golfcrisis, naar 40 dollar aan de vooravond van de oorlog. Exxon, Mobil, Texaco en Shell zagen hun oliewinsten spectaculair stijgen. De Golfoorlog begon op 17 januari 1991. 12 resoluties van de VN-Veiligheidsraad hadden de Iraakse “agressie” veroordeeld, hoewel Saddam weinig anders deed dan wat de koloniale machten al meer dan honderd jaar hadden gedaan.
De VS slaagde erin een brede coalitie op te zetten. De belangrijkste financiers van de oorlogsinspanning waren Saudi-Arabië en Koeweit, die samen 53 miljard dollar op tafel legden. In België greep het patronaat de crisis aan om de index (aanpassing van de lonen aan de levensduurte) in vraag te stellen.
Operatie Desert Storm was het grootste luchtoffensief uit de wereldgeschiedenis. De VS-coalitie voerde 110.000 vluchten uit en maakte gebruik van “precisiebombardementen” (die niet altijd “precies” waren). Tijdens het grondoffensief stierven meer dan 100.000 Irakezen. Op 6 april 1991 werd een wapenstilstand afgesloten.
Naar schatting heeft het VN-embargo tussen de 250.000 en 1 miljoen Irakezen - vooral kinderen - het leven gekost. In april '93 en september '96 voerde de VS luchtaanvallen uit op Irak wegens “overtreding” van de VN-resoluties. In december 1998 werden de terecht van spionage beschuldigde VN-inspecteurs het land uitgestuurd. Er volgde een 4 dagen durende luchtaanval van de VS.