Als we de regering geloven, blijft de begroting 2003 in evenwicht zonder de bevolking pijn te doen. De geplande initiatieven zouden doorgaan en de besparingen beperkt blijven. Men zou haast denken dat deze begroting een zegen is voor zowel de regering, als de patroons, als de arbeiders en hun gezinnen. In werkelijkheid is ze een rookgordijn, waarachter de ware bedoelingen van de regering schuil gaan tot na de verkiezingen.
Eind september waarschuwde Fons Verplaetse, ere-gouverneur van de Nationale Bank, de regering nog voor overdreven optimisme. Een groeicijfer van 1,75% leek hem een realistische uitgangspositie. Hij voegde er echter aan toe: “het zou mij verwonderen dat een politieke leider in een jaar van verkiezingen een pessimistische begroting opstelt. Eventuele aanvullende maatregelen om de begroting recht te trekken, zijn hoe dan ook voor na de verkiezingen.” Als waarschuwing kan dat tellen!
Sindsdien is het niet verbeterd. De BBL houdt de groei op maximaal 1% voor 2003. Zowat alle financiële analisten gaan ervan uit dat de regering minstens 2 miljard euro zou moeten besparen voor een begroting in evenwicht. Om aan de norm van de Hoge Raad voor Financiën te voldoen, zou zelfs 3 miljard bespaard moeten worden, aldus Geert Noels, hoofdeconoom bij beurshuis Petercam. Desondanks houdt de regering het bij 1 miljard besparingen en een half miljard nieuwe inkomsten.
Hoe slaagt de regering erin de begroting in evenwicht te houden? Traditiegetrouw grijpt ze naar een aantal kunstgrepen. Spijts alle voorspellingen zweert ze bij een groei van 2,1%. Daardoor schat ze haar inkomsten zo’n 500 miljoen euro (20 miljard B.fr.) boven de “realistische” inschatting van Ver-plaetse (1,75%) of zelfs 1,6 miljard euro (66 miljard B.fr.) boven het maximum van de BBL (1%). Kortom: er is een klein wonder nodig om deze begroting te sluiten. Veel waarschijnlijker is dat deze regering zo snel mogelijk valt, verkiezingen uitschrijft, wedersamengesteld wordt en... de begroting herziet. Met een beetje geluk kan ze alsnog een evenwicht bereiken door nog meer gemeenschapsbezit te verlappen aan de pivé-sector. Die heeft de resterende 51% van Belgacom op het oog.
Geschenken aan de patroons en de rijken? Daar deinst de regering niet voor terug. Geen sprake van een spreiding over de tijd van de verlaging van de belastingsvoet voor de grote verdieners (van 55% naar 52%). Tegelijk reduceert de regering de vennootschapsbelasting van 40% naar 34%, die van de KMO’s van 29% naar 25%. Hoewel dat al tientallen jaren door de feiten is weerlegd, redeneert de regering dat kostenverlaging voor de bedrijven werkgelegenheid oplevert.
In de jaren ’90 overschreden de gezamenlijke bedrijfswinsten na belastingsaftrek 1000 miljard bfr. Sinds ’98 schommelt dat rond de 1500 miljard B.fr. In diezelfde periode is de werkloosheid echter gestagneerd op hoog niveau, vandaag ligt ze even hoog als bij het aantreden van de regering.
De regering verhoogt toch de minimumlonen? Wie minder dan 1.500 euro (60.000 B.fr.) bruto (!!) verdient, “krijgt” gemiddeld inderdaad 42 euro meer netto. Wie betaalt? Niet de patroon en niet de regering, de minimumloner zelf draait ervoor op door minder bij te dragen aan de sociale zekerheid. M.a.w. wat hij netto meer verdient, zal hij inleveren bij ouderdom, ziekte of werkloosheid. Mooi geschenk. Alsof dat niet volstond, wil de regering de patronale bijdragen (het deel van het loon dat de patroon rechtstreeks doorstort aan het Riziv) op lage lonen vanaf 2004 opnieuw verminderen met maar liefst 3100 euro (124.000 B.fr.) op jaarbasis per werknemer. Kortom: de regering wil de patroons gemeenschapsgeld betalen om de lonen laag te houden.
De pensioenen worden toch verhoogd? Juist. Met 1% voor de pensioenen van voor ’93 en met 2% voor die van ’94 en ’95. Bij een geschatte inflatie van 1,4% levert dat een verlies aan koopkracht op met 0,4% voor de eerste groep en een winst van 0,6% voor de tweede. Bij een groei van 2,1% betekent dat eveneens dat het aandeel van deze groep in de maatschappelijke rijkdom in het eerste geval daalt met 1,1%, in het tweede met 0,1%. Bovendien volgt op 1 april nog eens een klein surplus van een deel van de
pensioenminima. Deze aprilgrap is niets vergeleken bij de aloude eis om de pensioenen en de sociale uitkeringen te koppelen aan de stijging van de levensduurte.
En de gezondheidszorg, het budget stijgt toch met 5%? Klopt. Helaas gaat daarvan, met uitzondering van de terugbetalingen in het kader van de maximumfactuur, het leeuwenaandeel naar de farmaceutische industrie, de producenten van medische technologie en een deel van de artsen. De prestatiegeneeskunde blijft zo goed als onaangeroerd. In 2001 gaven ziekenhuispatiënten gemiddeld 11% meer uit aan erelonen en materiaal dan in 2000, in vergelijking met ’98 bedroeg de stijging 25%.
Alles bij elkaar vertegenwoordigt zelfs deze verkiezingsbegroting een inlevering voor de arbeiders en hun gezinnen en een bonus voor het patronaat. Deze begroting is echter slechts een tijdelijk rookgordijn tot na de verkiezingen. Dan pas zal de regering haar echt programma op tafel leggen.
Eric Byl