In juni 2001 schreef de EU op haar top in Göteborg: ”De Europese Unie is een succesvol voorbeeld van conflict-preventie gebaseerd op democratische waarden en respect voor mensenrechten, rechtvaardigheid, solidariteit, economische vooruitgang en duurzame ont-wikkeling.” Hoe hol klinken deze woorden wanneer je naar de politiek kijkt die vandaag door de lidstaten van de EU wordt gevoerd. Denk maar aan de groep-Forrest, een reeks Antwerpse diamantairs en vooraanstaande Belgische banken die in Kongo de plunde-ringen van natuurlijke rijkdommen als diamant en kobalt verderzetten.
Een ander heikel punt is natuurlijk de internationale wapenhandel. De totale officiële wapenhandel op wereldvlak bedroeg in 2.000 29,4 miljard $. De VS en Groot-Brittannië namen daarvan meer dan 60% voor hun rekening. Ook op het vlak van de wapen-leveringen naar de neo-koloniale landen zijn ze kampioen, met samen 67,5% van de totale wapenuitvoer.
Ook België speelt het lucratieve spelletje van wapens produceren, verkopen, gebruiken, vernietigen, opnieuw produceren, verkopen, ... perfect mee. In de laatste jaren werden wapens in België geproduceerd uitgevoerd naar o.a. Saoudi-Arabië (4,7 miljard Bfr in 2000), Israël, Turkije, Mexico, Filipijnen, ... en natuurlijk Nepal.
Eerst vond Louis Michel Nepal een prille democratie. Na het uitstellen van de verkiezingen in Nepal en het naar huis sturen van de regering door de koning bleek het woordje ‘prille’ niet meer van toepassing. Karel De Gucht kwam ons vertellen dat het er in feite niet toe deed of het al dan niet een democratie was.
Er wordt over wapenleveringen gesproken alsof het over warme broodjes gaat. Ondertussen blijkt de Belgische regering geen probleem te maken van wapenleveringen aan Indië en Pakistan, twee kernmachten die tegenover elkaar staan in het bloedige conflict om Kasjmir. Er worden ook jaarlijks wapens geleverd aan Saoudi-Arabië. Geen haan die ernaar kraait, ook Agalev niet. Saoudi-Arabië zou men op geen enkel vlak kunnen voorstellen als een "prille" democratie. Het is een moordende dictatuur die wordt bewapend door het Westen en de vergelijking met het Taliban-regime kan doorstaan.
Zolang de Belgische regering mee de wapenhandel organiseert, zal elke woordelijke uiting van pacifisme door de ministers als platte hypocrisie veroordeeld worden. VN-inspecteurs in Irak moeten volgens de Belgische regering leiden tot een diplomatieke oplossing voor het conflict. Tegelijkertijd wil de Belgische regering nog altijd niet officieel bevestigen of er al dan niet kernwapens liggen opgeslagen op de militaire basis van Kleine Brogel. 1.100 "wapeninspecteurs" werden tijdens de Bomspotting gearresteerd. Zou men in deze ook mogen spreken over een "prille" democratie?
Zullen de regeringspartijen het aandurven om in de komende anti-oorlogsbeweging zich trachten te profileren als "diplomatieke" kampioenen tegenover de oorlogszucht van Bush en Blair? Hun geblaat zal doorprikt worden door de realiteit. Laat ons dan ook duidelijk afstand nemen van deze Paarsgroene regering en haar buitenlandbeleid.
Bart Vandersteene