De fel besproken Bologna-verklaring en het daaruit voortgekomen structuurdecreet heeft niet alleen nefaste gevolgen voor het universitair hoger onderwijs, maar ook voor de talrijke hogescholen in Vlaanderen en Brussel.
Aan de Vlaamse hogescholen studeren 100.000 studenten, wat 63% is van het totaal aantal studenten. Een aantal dat nog steeds verder toeneemt, vooral in de korte, driejaarlijkse opleidingen, waar het effect van de economische crisis en de daaruit voortvloeiende werkloosheid meer en meer duidelijk worden.
Bovendien komen relatief veel meer kinderen uit gezinnen met lagere inkomens in het hoger onderwijs van korte duur dan aan de universiteit terecht. Het in 1995 gestemde hogeschool-decreet legde de hogescholen een enveloppefinanciering en een verplichte samenwerking op. (Huidig minister van onderwijs Vanderpoorten wil nu ook de lagere scholen laten samensmelten tot instellingen met minstens 900 scholieren).
Naast een onmiddellijke (en beoogde) besparing op de werkingskosten (administratie, onderhoud, technisch personeel) betekende dit in de praktijk minder middelen ter beschikking van studenten en onderwijzend personeel, terwijl het aantal studenten aan de hogescholen met 9% gestegen is sinds 1995.
Als je weet dat gemiddeld 80% van het budget van een onderwijsinstelling gebruikt wordt om het personeel te betalen, is het duidelijk dat er ontslagen zullen volgen. In absolute cijfers stijgt het budget, maar per student krijgen de hogescholen steeds minder geld. De VLOHRA (Vlaamse hogescholenraad) waarschuwt in een artikel dat in de kranten verscheen op 12 oktober dan ook voor "publieke acties", duidelijk verwijzend naar stakingen en betogingen.
In vergelijking met de universiteiten beschikken studenten aan hogescholen niet over dezelfde sociale voorzieningen (gesubsidieerde huurprijzen, studentenresto’s, infrastructuur,...), terwijl de aan-wezige infrastructuur ook aan de universiteiten vaak niet toereikend is en verder afgebouwd wordt of bedreigd met privatisering.
Door de invoering van de bachelor (basisopleiding) - master (voortgezette opleiding) - structuur zullen vele (universitaire) opleidingen de facto met een jaar verlengd worden. De extra kosten hiervoor zullen aan de studenten of hun ouders doorgerekend worden. De bedoeling is dat studenten minder lang studeren en sneller "geprefabriceerd’" worden voor de korte-termijnbelangen van de grote privé-bedrijven. Zij die de financiële middelen ter beschikking hebben zullen langer kunnen studeren en ook niet hoeven te werken om hun studies te betalen.
Vlaanderen besteedt momenteel 4,5% van zijn bruto regionaal product aan onderwijs ( het Oeso-gemiddelde ligt ligt boven 5 % ). De socialistische overheidsvakbond ACOD vindt dat er dringend een extra-investering van 2,5 miljard nodig is om de ergste noden te lenigen. Nu de gevolgen van de eco-nomische recessie ook in Europa zichtbaar worden (er is bijvoorbeeld ook een sterke verhoging van het aantal hogergeschoolde werklozen) moeten er dringend extra-middelen vrijgemaakt worden voor onderwijs, niet door een verhoging van de personen- of ge-meentebelasting, maar door de winsten van de grote bedrijven aan te spreken. Dit kan enkel afgedwongen worden door een massale mobilisering en sensibilisering van onderwijzend personeel, studenten, scholieren en hun ouders.
Investeren in onderwijs is investeren in de toekomst!
Stef Saliën