Voor een massale anti-oorlogsbeweging

Nog voor Bush en co. de komende oorlog aanvangen, worden ze al geconfronteerd met een grote anti-oorlogsbeweging. Die beweging zal een belangrijke factor worden in het bepalen van de publieke opinie. Bush heeft, in een poging om de VN te overtuigen, een meer voorzichtige positie ingenomen. Onder meer als reactie op het wereldwijde protest zijn vooral Rusland en Frankrijk een discussie begonnen over de exacte formulering van een VN-resolutie. Niet om een oorlog te vermijden. Voornamelijk om een antwoord te formuleren op de éénzijdige oorlogsverklaring van Bush en om de resolutie een breder draagvlak te geven.

Maar uiteindelijk hebben ook zij geen fundamenteel bezwaar tegen een militaire operatie. De economische belangen in de regio zijn te groot om de VS een vrijgeleide te geven. Rusland heeft investeringen in Irak van 8 miljard dollar. Frankrijk popelt om handel te drijven en om contracten voor de heropbouw van Irak binnen te slepen. Een uiteindelijk loyale medewerking aan de militaire operatie zal daarvoor noodzakelijk zijn. Ook China, één van de 5 permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, wil de belangrijke regio niet zomaar op een dienblaadje aan de VS overlaten.

Deze oorlog draait om prestige en de belangrijke olievoorraden in het Midden-Oosten. Met 11% van de wereldreserves heeft Irak een enorm belangrijke economische functie. De zogenaamde strijd tegen het terrorisme is enkel een dekmantel voor de VS. De uitbreiding van hun invloedsfeer, de levering van grondstoffen voor hun multinationals zijn de belangrijkste drijfveren.

Hoe deze oorlog stoppen?

400.000 betogers te Londen op 28 september, honderdduizenden in de VS op zaterdag 26 oktober, 1,5 miljoen in verschillende steden in Italië. De publieke opinie in het westen en vooral de mobilisatie van een anti-oorlogsbeweging kan een enorm belangrijke factor worden in het al dan niet slagen van de oorlogspolitiek van de VS. De antiglobaliseringsbeweging die de laatste jaren is ontwikkeld, heeft reeds een belangrijke bijdrage geleverd. Het zijn de mobilisaties van de laatste jaren die het mee hebben mogelijk gemaakt dat er, nog voor de oorlog gestart is, reeds massale protesten plaatsvinden.

Een ander effect is de kritische manier waarop een groeiend deel van de bevolking kijkt naar de politiek van de imperialistische grootmachten en de internationale instellingen. De VN-praatbarak wordt door velen gezien als niet meer dan een wapen gedomineerd door de grootmachten, in dienst van hun belangen. Massale protesten zullen wereldwijd de kop opsteken wanneer de eerste bommen op Irak vallen. Miljoenen mensen zullen in de Arabische wereld hun woede tegenover de VS manifesteren. Maar de beslissende slagen die een anti-oorlogsbeweging kan toedienen, zullen zich voordoen in de straten van de Europese steden, de VS, ...

Wie wordt het slachtoffer van deze oorlog?

Het is overduidelijk dat de Iraakse bevolking het slachtoffer zal worden van deze oorlog. Hun bloed zal vloeien voor de oliebelangen van het westen. De Palestijnen zullen opnieuw dekking moeten zoeken wanneer een oorlog losbarst. Sharon zal in de oorlog een vrijgeleide vinden om nogmaals op een brutale manier de Palestijnse gebieden binnen te dringen. Maar wie zal deze oorlog betalen? Het is overduidelijk dat het de werkende bevolking in het westen zal zijn die zal moeten opdraaien voor de factuur.

Eerst en vooral natuurlijk door de enorme verschuiving binnen de nationale budgetten, van sociale voorzieningen naar militaire uitgaven. Dit betekent een aanslag op de levensstandaard van de bevolking. Maar de burgerij in het westen zal deze oorlog ook aangrijpen om het neoliberale beleid door de strot van haar bevolking te rammen. Herstructureringen in bedrijven zullen gerechtvaardigd worden aan de hand van: “tja, het is oorlog, iedereen is er het slachtoffer van... “. Of: “in een oorlogssituatie kan er toch niet gestaakt worden, zeker?”.

Een oorlog in Irak zal een direct gevolg hebben op de olieprijs en de economie. Een stijging van de olieprijs (vandaag tussen 25 en 28 dollar) tot minimum 40 dollar per vat is waarschijnlijk. Sinds het invoeren van de gezondheidsindex (in 1993) worden prijsstijgingen van benzine, stookolie, tabak, alcohol,... niet meer meegerekend in het aanpassen van de lonen, sociale uitkeringen, pensioenen, aan de stijging van de consumptieprijzen. Dit betekent dat een oorlog direct zal worden gevoeld door iedere eigenaar van een auto, iedereen die z’n huis verwarmt met stookolie, ... .

De slogan “geen oorlog om olie” zal voor veel mensen geen abstracte formulering blijven, maar een harde reële weerklank vinden. Aangezien deze producten uit de index zijn genomen, zal de Belgische regering - in een poging om haar budgetten te redden - niet nalaten om extra "oorlogstaksen" te heffen op deze producten. In Duitsland ging de regering vorig jaar op het moment van de oorlog in Afghanistan reeds over tot dit soort maatregelen.

Het bewustzijn ontwikkelt op basis van concrete ervaringen. Hoewel vandaag reeds velen bereid zijn om te protesteren tegen een oorlog, zullen het de gebeurtenissen zijn die het bewustzijn doen ontwikkelen. De vraag is dan ook hoe de anti-oorlogsbeweging kan anticiperen op deze gebeurtenissen, en met welk programma ze een massale deelname van de werkende bevolking en jongeren zal kunnen opbouwen.

Anti-imperialistische puurheid of een programma naar de bevolking?

In de discussie over de anti-oorlogsmanifestaties (10 en 17 november) wordt er door sommigen enkel ingegaan op de poging om een "puur" anti-imperialistisch programma op te stellen. De poging van de grote ngo’s om deze beweging in radicaliteit te temperen is geen nieuw gegeven, maar een logisch gevolg van hun verleden, hun structuur, hun broodheren,... Maar is een breuk met deze organisaties op basis van hun dubbelzinnigheid over een aantal kwesties noodzakelijk om een massale beweging te ontwikkelen?

Volgens ons is deze discussie over een gemeenschappelijk platform belangrijk, maar niet fundamenteel. Volgens ons is de oriëntatie naar de massa van de bevolking het belangrijkst. Op welke manier kunnen we de vele anti-oorlogsactivisten wapenen met een programma waarmee ze in hun vriendenkring, op hun werkplaats, bij familie,... de discussie kunnen aangaan?

Een moraliserend discours zal misschien kunnen inspelen op sommige gevoelens van vredelievendheid, maar in de concrete discussie zal een antwoord moeten worden geboden op de concrete ervaringen van de bevolking. Naar onze mening zal, naast een correcte verwerping van de oorlog, de kwestie van olieprijsstijgingen, een verergering van de economische crisis,... centraal staan in het bewustzijn.

Daarom zal LSP/MAS campagne voeren met de volgende slogans:
1.Stop Bush, geen oorlog tegen het Iraakse volk
2.Stopzetting van het embargo
3.Afschaffing van de gezondheidsindex, herstel van de volle index
4.Geen oorlogsbelasting d.m.v. extra taksen
5.Geen enkele steun van de Belgische overheid aan de oorlog

Deze eisen kunnen volgens ons elke radicale anti-imperialist wapenen met een argumentatie die vertrekt vanuit het bewustzijn dat vandaag aanwezig is, en trachten het verzet tegen de oorlog naar bredere lagen toe te verduidelijken.

Dit zou volgens ons de centrale discussie moeten zijn onder de linkse organisaties. Het opsplitsen van de beweging in een zogenaamd radicale vleugel en de meer gematigde, maar machtige organen als vakbonden en ngo’s betekent volgens ons een verzwakking van de beweging nog voor ze begonnen is. Een tweede platform dat ook mobiliseert voor 17 november had deze discussie centraal kunnen maken binnen de beweging.

Vandaag staan we echter voor een voldongen feit. LSP/MAS zal duidelijk aanwezig zijn op 10 november om onze methode voor te stellen aan de aanwezigen. Wij richten vandaag overal anti-oorlogscomités op waar iedereen aan moet kunnen deelnemen, om de discussie over de oorlog en de beweging te voeren. Op 17 november zullen we massaal aanwezig zijn om deze beweging verder te laten reiken dan de reeds overtuigden. Vandaag komt het er meer dan ooit op aan om ons te richten naar de bredere lagen van de bevolking. Om die te overtuigen van hun belang bij verzet tegen een oorlog, tegen onderdrukking en uitbuiting en voor de noodzaak van een socialistisch alternatief.

Bart Vandersteene