Torrey Canyon, Amoco Cadiz, Tanio, Exxon Valdez, Sea Empress, Erika, Prestige,...: beruchte boten die onze kusten en de geschiedenis van de zeehandel vervuild hebben.
De schipbreuk van de Prestige, een tanker die duizenden tonnen kankerverwekkende petroleum in de Galicische kust heeft vrijgelaten, heeft nogmaals de nietigheid van de huidige reglementen en controlemechanismen aangetoond. Deze vervuiling is niets minder dan een economische ramp voor de vissers en de mosselkwekers.
Dit soort gebeurtenissen is het resultaat van een onsamenhangende economie en politiek op wereldvlak. Volgend op de strengere Amerikaanse wetgeving na de ramp met de Exxon Valdez in 1989 zijn de boten met één enkele wand terug in dienst genomen in Europa, waar de wetgeving lakser was.
De verantwoordelijkheid rust normaal gezien bij de bezitter van de boot, die een fonds voor schadevergoeding moet creëren waarvan het bedrag steeds ontoereikend is om de enorme schade van dergelijke rampen te bekostigen. De slachtoffers kunnen enkel "schadevergoeding" verkrijgen bij dit fonds en bij een ander internationaal fonds - het FIPOL - na zeer lange procedures.
Volgend op de laatste gebeurtenissen moedigt Brussel de EU aan om petroleumtransport met eenwandige tankers te verbieden en om het internationaal maritiem recht te hervormen voor wat betreft de verantwoordelijkheid bij grote rampen. Maar de praktijken in deze sector maken deze hervormingen illusoir: uitgevlagde schepen, administratief gesjoemel en nepbedrijven laten het de scheepswrakken toe te varen met een onderbetaalde bemanning die geen enkele sociale zekerheid geniet. Dit type hervormingen doet niets anders dan de problemen ver-plaatsen van de ene regio naar de andere.
Tegelijkertijd moet men andere, minder gemediatiseerde maar belangrijke problemen niet aan de kant schuiven. Terwijl een ramp zoals met de Prestige spectaculair is, beweren experts dat wilde lozingen (wanneer tankers illegaal hun kuipen op volle zee reinigen) verantwoordelijk zijn voor een vervuiling die 8 tot 10 maal groter is dan die van accidentele schipbreuken.
Zolang het transport van sterk vervuilende stoffen georganiseerd wordt in een economisch systeem dat de winst op de eerste plaats zet, zal het wettelijk arsenaal ontoereikend blijven. Enkel een democratisch gepland beheer kan dit soort problemen oplossen, door de bevolking te betrekken en een samenhangende verdeling van die stoffen mogelijk te maken, in functie van de behoeften en met correcte werkcondities en zorg voor het milieu.
Vincent Devaux