BBTK Brussel: Een bijdrage van LSP/MAS ter verdediging van de vakbondsdemocratie
De "zaak" Faust: het vakbondsapparaat wil links verdelen… om het beter uit te schakelen

De rechtervleugel van het vakbondsapparaat, vertegenwoordigd door Mia De Vits en Christian Roland, en geïnspireerd door de SPa en de PS, is in de aanval gegaan tegen de linkervleugel. Deze aanval wordt niet met politieke argumenten gevoerd, maar neemt de vorm aan van geruchten over financieel gesjoemel door Albert Faust . Tot hier niets nieuws onder de zon. Rechts strijdt nooit met open vizier. In dit soort gevechten gaan de politieke motieven meestal schuil achter een stroom van geruchten, verwijten en leugens. Zo vermijdt het vakbondsapparaat dat links zich verenigt. Ze isoleert bepaalde stromingen om ze gemakkelijker uit te schakelen.

Links isoleren door het te verdelen

In zekere zin vertoont wat Albert Faust, algemeen secretaris van BBTK-Brussel Halle Vilvoorde, vandaag overkomt, gelijkenissen met de verkettering van de delegees van Forges de Clabecq door het steeds rechtsere vakbondsapparaat. Hiermee proberen we niet om Roberto D’Orazio en Albert Faust op gelijke voet te plaatsen, het zijn verschillende militanten met elk een andere ervaring en praktijk, maar die wel allebei linkse stromingen in de vakbeweging vertegenwoordigen.

De aanval van het ABVV-apparaat op de delegees van Clabecq en de Beweging voor Vakbondsvernieuwing (BVV) ging eveneens gepaard met allerlei verdachtmakingen: D’Orazio zou een “rode paus” zijn, een “dictator”, een “maffia-man” en een “geweldenaar”. De nationale leiding van de CMB (Centrale voor Metaalbewerkers) verspreidde het gerucht dat de delegatie van Clabecq voor miljoenen franken in haar zakken had laten verdwijnen door het geld van de syndicale bijdragen niet door te storten naar nationaal. Geloof ons: dat soort geruchten werkt! Zelfs bij linkse vakbondsmilitanten!

De Linkse Socialistische Partij (LSP/MAS) heeft steeds geprobeerd de politieke motieven te vinden die schuil gaan achter de geruchtenmolen. Zelfs indien in de toekomst zou blijken dat de nationale leiding van de BBTK gelijk had over een aantal punten inzake het beheer door Faust, dan nog stelt zich de vraag waarom de instanties niet gerespecteerd werden? Waarom de basis niet geraadpleegd werd? Waarom een putch gepleegd werd pal in de vakantiemaand juli? Zou dat niet zijn omdat de verdachtmakingen niets meer voorstellen dan een rookgordijn waarachter politieke motieven schuil gaan?

Wij zijn geen slippendragers van Albert Faust. Net zo min als van Roberto D’Orazio. Zelfs in het geval van Clabecq en de BVV ging onze steun altijd gepaard met het verdedigen van onze eigen, onafhankelijke, positie, zelfs indien die soms tegengesteld was aan de positie van de delegatie. Wij hebben echter steeds het onderscheid weten te maken tussen vriendschappelijke debatten gebaseerd op taktische meningsverschillen enerzijds en fundamentele tegenstellingen over de syndicale oriëntatie anderzijds. In het geval van Clabecq was het juist het onvermogen om dat onderscheid te maken dat de SAP ontmoedigd heeft, die heeft vervolgens meer tijd verspild aan het becritiseren dan aan het steunen van D’Orazio en deed dienst als uitlaatklep voor bepaalde verdachtmakingen die gelanceerd werden door het vakbondsapparaat. Het vakbonsapparaat heeft de houding van de SAP trouwens misbruikt om aan te tonen dat ook linkse militanten afstand namen van de “dictatoriale methodes van D’Orazio”.

Ondanks talloze meningsverschillen met de PvdA, ook betreffende de taktieken in de strijd van Forges en in de BVV, denken wij dat de PvdA zich in het conflict bij Clabecq fundamenteel langs de juiste kant van de barrikade bevond. Vandaag lijkt de PvdA niet langer in staat om deze oriëntatie vol te houden. In de feiten is haar houding tegenover Albert Faust vergelijkbaar, eigenlijk zelfs erger, dan de houding van de SAP ten aanzien van D’Orazio. Op haar website speelt de PvdA “de onpartijdige scheidsrechter”, tegelijk herhalen en verspreiden haar militanten, meestal onder pseudoniemen, de meest brutale beschuldigingen gelanceerd door het vakbondsapparaat.

Wij lopen niet warm voor polemieken met andere radikaal linkse stromingen. In het algemeen vermijden we die, omdat dit diegenen kan ontmoedigen die zich naar links richten om het kapitalisme te bestrijden («Ze willen het kapitalisme bestrijden, maar ze zijn nog niet eens in staat om tot een overeenkomst te komen!» luidt een veel gehoorde spontane reactie). Soms heeft men geen keuze. Vandaag dreigt het standpunt van de PvdA de syndikale linkerzijde te verdelen net op het ogenblik dat ze zich zou moeten verenigen tegen de aanvallen van het apparaat. Daarom achten we het nodig op de argumenten die onder andere door de PvdA worden verdedigd, te antwoorden.

De «scheidsrechter» aan het werk

Sinds “de zaak Faust”, zoals de media dat noemen, is losgebarsten, heeft de PvdA noch tegen het onwettige ontslag geprotesteerd van de Brusselse Algemeen BBTK-Secretaris door het nationale apparaat van de BBTK, noch tegen het toegangsverbod tot de syndicale lokalen hem opgelegd door een groep regionale secretarissen via een putch halverwege de maand juli, wanneer de meeste syndicale militanten in verlof zijn.

Jo Cottenier, een van de verantwoordelijken voor de syndikale werking van de PvdA, heeft op 9 juli op de PvdA-website een eerste stellingname gepubliceerd (Financieel gesjoemel of heksenjacht?). Die tekst verbaasde al in de zin dat:
- hij de beweringen van Albert Faust systematisch in twijfel trok («DIt is wat Albert Faust zelf beweert» (…) «De stelling van Albert Faust klinkt op het eerste zicht aannemelijk»)
- hij de eerste beweringen van Christian Roland, nationaal voorzitter van de BBTK, herhaalt alsof het om feiten ging («…13 van de 14 secretarissen in kwestie uiteindelijk partij hebben getrokken tegen Albert Faust.»)
- hij zijn zegen gaf aan de maneuvers van de regionale secretarissen van Brussel («Door hun secretaris-generaal - noot van de vertaler: dat moest eigenlijk ‘Algemeen Secretaris’ zijn - op te offeren hebben zij de syndicale en politieke autonomie van BBTK-Brussel willen vrijwaren») en de couppoging niet in vraag stelde van de regionale secretarissen die zichzelf uitriepen tot «collectief dat 80% van de aangesloten leden vertegenwoordigt» zonder de regionale structuren van BBTK-Brussel, in het bijzonder het regionaal Uitvoerend Comité, te kennen.

Aandachtige toeschouwers zullen al vastgesteld hebben dat Hendrik Vermeersch, regionaal BBTK-secretaris en door veel militanten van BBTK-Brussel beschouwd als PvdA’er (terecht of niet), deel uitmaakt van de putchisten. Zou de PvdA dit manoeuvre toedekken? Diezelfde Jo Cottenier heeft het standpunt van zijn partij nog verduidelijkt in een tekst gepubliceerd op 17 juli, eveneens op de PvdA-webstek (Albert Faust laat het BBTK-Brussel - noot van de vertaler: het moest eigenlijk ‘de’ BBTK-Brussel zijn - onder juridisch toezicht plaatsen).

Een conflict binnen links in BBTK-Brussel?

Jo Cottenier stelt het voor alsof het zou gaan om een conflict tussen de algemeen-secretaris van BBTK-Brussel, Albert Faust, «zinnebeeld van een links syndicalisme» (dixit Cottenier) en secretarissen, «die zeker niet minder links zijn dan Albert Faust» (nog altijd volgens Cottenier). Hij geeft het voorbeeld van 25 novembre 1998, openingsdag van het proces van de 13 van Clabecq, toen bepaalde dissidente secretarissen (bedoeld worden Van der Smissen, Vermeersch et Ruttiens) betoogden voor het gerechtsgebouw in Nijvel waar het proces ook effectief doorging, terwijl Faust op datzelfde ogenblik in Brussel betoogde met het vakbondsapparaat van het ABVV.

Wat Cottenier zegt over 25 november is juist, maar het is slechts de helft van de waarheid. Terwijl hij op 25/11 aan het betogen was in Brussel, had Faust immers een bus gehuurd met de BBTK voor eenieder die naar Nijvel wou. Van bij het begin heeft de Linkse Socialistische Partij (LSP/MAS - destijds Militant Links) de strijd van de arbeiders van Clabecq voor de heropening van de Forges gesteund, en met de BVV waren we in Nijvel van bij het begin. Wij hebben onze kritieken niet weggemoffeld, noch ten aanzien van de maneuvers van het ABVV-apparaat, noch ten aanzien van de dubbelzinninge positie van Faust destijds.

Wat Cottenier echter vergeet te vermelden is dat Faust sindsdien van standpunt is veranderd, dat hij verschillende keren zijn militanten gemobiliseerd heeft naar het gerechtsgebouw in Brussel toen het proces tegen de 13 van Clabecq er plaats vond en dat hij, de 22ste mei, dag van de uitspraak, een (betaalde) aankondiging geplaatst heeft in Le Soir… tot grote woede van Thierry Nollet, die zich van bij het begin op het standpunt van zijn vader geplatst heeft betreffende het proces van de 13 van Clabecq.

Nu we het erover hebben, Jo, waar was Thierry Nollet op 25 november 1998? In Brussel? Misschien. In Nijvel? Zeker niet! En Christian Roland? Hij die, in november 2000, zijn akkoord gaf om de syndicale militanten die de nationale hoofdzetel van het ABVV (Hoogstraat) hadden bezet, in de boeien te slaan en met fysiek geweld door de politie te laten oppakken, waar was hij op 25 november? In Nijvel, in Brussel of elders?

Door slechts de helft van de helft van de waarheid te publiceren probeert Jo Cottenier het voor te stellen alsof de inzet bij de BBTK een strijd is tussen Albert Faust en secretarissen die linkser zouden zijn dan hem. Hij “vergeet” die secretarissen te vermelden die zeker niet links zijn (Nollet, Frissen, Van Hoof), de nationale leiding van de BBTK en Mia De Vits.

Een principeloos blok

Het blok van 10 secretarissen (en niet 13 !) is een blok zonder principes dat zowel linkse secretarissen als carrièristen bevat. Op het moment dat de nationale leiding van de vakbond aangeeft dat ze meer en meer naar een dienstenbond wil, op het moment dat Mia De Vits het congrespodium beklimt om een heksenjacht in het ABVV te starten, piept het blok van coupplegende secretarissen met geen woord over de verrechtsing van de vakbond. In een nota van 9 juni 2002, geadresseerd aan Christian Roland en Carlos Pollenus (respectievelijk nationaal Voorzitter en Vice-Voorzitter van de BBTK) formuleren die regionale secretarissen hun eisen als volgt:

«Wij vragen dat de beslissings- en controlemacht betreffende het beheer a priori wordt uitgeoefend door heel het permanent secretariaat van BBTK-Brussel Halle Vilvoorde.

Dat betekent:
1. Het toekennen van de bevoegdheid aan heel het permanent secretariaat om te besllissen over aanwervingen, promoties en loonopslag van alle personeel
2. In het geval van ontslag, de toekenning van de beslissingsmacht aan de vrijgestelden van iedere betrokken sector. Indien het gaat om een personeelslid dat niet aan een sector is verbonden, behoort de keuze en de beslissing om te ontslaan collegiaal aan de sectorale secretarissen.
3. Het opzetten van een beperkt comité samengesteld uit sectorverantwoordelijken die vooraf worden geraadpleegd bij iedere uitgave die de 250 euro overstijgt.
4. De verplichting om vooraf het akkoord te krijgen van heel het regionaal permanent secretariaat voor iedere eventuele operatie van verkoop van roerende of onroerende (sic) goederen met een waarde hoger dan 250 euro die direct of indirect toebehoren aan de afdeling.

Dit is het eisenplatform van dat zelfbenoemde “collectief”: kunnen beslissen over aanwervingen, promoties, afdankingen en uitgaven boven de 250 euro. Geen woord over politiek of syndicale oriëntatie.

Wij denken dat problemen met het beheer geen kleinigheden zijn, maar indien er problemen zijn, moeten die bediscussieerd en beslist worden in de regionale vakbondsinstanties, niet achter de coulissen onderhandeld worden met de nationale leiding, want die, die heeft wel zeer preciese politieke projecten.

« Beste Christian, Beste Carlos…»

Het is in die bewoordingen dat het «collectief» (waarvoor Jo Cottenier zich uitslooft om het toch maar voor te stellen als «linkse» secretarissen) zich richt tot de nationale verantwoordelijken van de BBTK waarmee het de uitschakeling van Faust comploteert zonder enig democratisch debat met de militanten.

We citeren:

“Tegen deze achtergrond, hopen wij oprecht, Beste Christian, Beste Carlos, dat u ons een audiëntie wil toestaan ten laatste op 4 juli in het kader van een opbouwende vergadering met de leden van uw secretariaat en de leden van ons collectief.
Met dank voor uw aandacht voor deze nieuwe brief, oprechte vriendelijke groeten.
Voor het Collectief en met akkoord van al haar leden,»
Volgen: de handtekeningen van Nollet, Van der Smissen, Frissen, Van Hoof, Vermeersch en consoorten.
(vertaling van een brief aan Christian Roland en Carlos Pollenus, van 1 juli 2002)

Dat «linkse collectief» vraagt «audiëntie» (zoals aan het Hof?) aan «beste Christian en Carlos», het bedankt hen op voorhand voor «uw aandacht voor deze nieuwe brief». Is dit de taal van een «links collectif» of die van de vakbond van schoenpoetsers?

Bechuldigingen van corruptie

In zijn tekst beschuldigt Cottenier Albert Faust min of meer van corruptie door de beschuldigingen, in de pers uitgesmeerd door de nationale vakbondsbureaucrati, zomaar over te nemen (een tekort in de kassa, lening voor een luxewagen, geschenken aan bruggepensioneerden, etc.). Wij beschikken niet over de middelen om deze beschuldigingen na te gaan. Indien sommige ervan juist zouden blijken, dan zijn we het volledig oneens met deze praktijken. De ledenbijdragen moeten gebruikt worden om het verzet tegen de kapitalistische uitbuiting te organiseren en niet voor prestigieuse uitgaven. Wij verdedigen trouwens de idee dat syndicale vrijgestelden niet meer mogen ontvangen dan het gemiddelde van een geschoolde arbeider. Maar opgelet! We kunnen niet met twee maten en twee gewichten wegen. Er kan niet één reglement zijn voor Faust en een ander voor de overige secretarissen. Dat men eens een blik gooit in alle centrales en gewesten van het ABVV en het ACV en er zullen nogal auto’s, wijnflessen en andere prestigieuse uitgaven komen boven drijven. De vraag die Jo Cottenier zich zou moeten stellen luidt: «Waarom pikt men juist Faust eruit betreffende diiens « slecht beheer » en waarom laat men de andere centrales of gewesten met rust? Omdat elders alles in orde is op het vlak van beheer?».

Meer algemeen kan een syndicaal apparaat, in een corrupte maatschappij zoals het kapitalisme, waar alles te koop is, slechts ontsnappen aan het moreel verval indien de organisatie in een geest van strijd en van bewustzijn van haar klassebelangen gerund wordt, en indien de arbeidersdemocratie toestaat verantwoordelijken te verkiezen, te controleren en op ieder moment te vervangen. We moeten echter de kar niet voor het paard spannen. Om de stallen uit te mesten, moet eerst de syndicale oriëntatie veranderd worden naar strijdsyndicalisme vooraleer men binnenin orde op zaken kan stellen. Indien men het slechte beheer wil aanpakken zonder de politieke lijn te veranderen, dan is het vanzelfsprekend dat het apparaat de ambetanterikken zal uitschakelen (diegenen die zich verzetten tegen het overlegsyndicalisme) en een oogje zal dicht knijpen voor de secretarissen die in de pas lopen.

Om het wat visueler voor te stellen: wij zijn voor totale duidelijkheid, overal, over het financieel beheer van de vakbond. Er is wel één voorwaarde: we moeten eerst diegene vervangen die de projector vast houdt, zoniet zal het licht niet overal schijnen en zal de projector vooral dienst doen om diegenen die politiek storen uit te schakelen.

Toepassing van «radicale» vakbondsdemocratie ?

Cottenier eindigt zijn tekst met het aanraden van «radicale» vakbondsdemocratie. Daarmee had hij moeten beginnen. Hij had moeten eisen dat de putchistische secretarissen zich eerst zouden richten naar de regionale instanties die hen verkozen hebben, in plaats van te complotteren met de nationale verantwoordelijken.

Op dit ogenblik creëren de putchistische secretarissen een gespannen atmosfeer onder het administratief personeel van BBTK-Brussel aan het Rouppeplein. Velen vrezen voor ontslag omdat ze hun solidariteit hebben geuit met Faust. De secretarissen ontbieden hun militanten, sector per sector, om hen onder druk te zetten. Ondanks deze druk hebben 32 leden van het regionaal Uitvoerend Comité een rechtszaak ingespannen tegen het onder voogdij plaatsen van hun vakbond.

In Le Soir van 20 juli, vertelt Thierry Nollet : «Vrijdag jongstleden heeft de algemene vergadering van de sector financiën zich bij unanimiteit uitgesprokenvoor de afdanking van Albert Faust.» Wij weten uit goede bron dat 8 militanten zich onthielden en dat Nollet de stemming heeft laten overdoen. Dat is wellicht wat men «radicale» democratie noemt.

Betreffende het stalinisme

Opvallend hoe, aldus Le Soir van 20 juli, de twee kampen elkaar beschuldigen van «stalinisme». Eigenlijk is de PvdA de enige die zich openlijk beroept op het stalinisme!

Het stalinisme is, net als de sociaal-democratie, een rechtse degeneratie van de arbeidersbeweging. Daar waar de sociaal-democratie een bureaucratie ontwikkeld heeft binnen het kader van het kapitalisme, heeft het stalinisme hetzelfde gedaan in een arbeidersstaat waar het kapitalisme was omvergeworpen, in Rusland na de dood van Lenin. Nadat het zich had opgedrongen door middel van een genadeloze repressie, niet enkel ten aanzien van Trotsky en zijn aanhangers die vochten tegen de bureaucratische degeneratie, maar ook ten aanzien van iedere kritische arbeidersstroming, heeft het stalinisme internationale akkoorden afgesloten met de grote imperialistische machten: nu eens met Hitler, dan weer met Churchill en Roosevelt. In West-Europa hebben de stalinistische partijen zich steeds aagehurkt bij een of andere gebureaucratiseerde arbeidersstaat (de USSR, China, Noord-Korea,…). Hun leiders, zelfs indien hun organisatie in Europa niets betekende, werden er ontvangen alsof het om staatshoofden ging.

Het is wat voortijdig om uit te maken of de PvdA verdwaald is geraakt in het conflict dat zich afspeelt in BBTK-Brussel, of besloten heeft een pact te sluiten met de syndicale bureaucratie in ruil voor een plaats in het apparaat voor een aantal van haar leden. Een zaak is zeker: de opstelling van de PvdA in dit conflict toont aan dat de kwestie van het stalinisme actueel blijft en niet, zoals heel wat linkse syndicale militanten denken die streven naar éénheid van radicaal links, een zaak is die tot het verleden behoort.

Onze positie ten aanzien van Albert Faust

LSP/MAS is geen slippendrager van Albert Faust. In het verleden zijn we het al enkele keren oneens geweest met hem, een twintigtal jaar geleden bijvoorbeeld toen hij het “cogestion par objectif” verdedigde, of recenter toen hij betoogde in Brussel voor de 13 van Clabecq, terwijl het proces begon in Nijvel. Wij hebben onze kritieken nooit ontzien. Een iets is echter zeker, ondanks al zijn tekortkomingen, blijft Albert Faust een syndicale stroming vertegenwoordigen links van het nationaal apparaat dat steeds meer opschuift naar rechts. Hij heeft onder meer alles in het werk gesteld in het ABVV om van 1 mei een éénheidsfeest van de arbeidersbeweging te maken waar alle stromingen zich kunnen uitdrukken. Misschien is het dat wel dat de PvdA aan Faust verwijt?