Franse presidentsverkiezingen: afwijzing van het huidig beleid

De overwinning van Le Pen in de Franse presidentsverkiezingen leek voor sommigen een donderslag bij heldere hemel. Nochtans wanneer we kijken naar de problemen in de Franse samenleving dan zijn alle voorwaarden aanwezig voor een stemmenwinst van extreem-rechts. In 1995 haalde Le Pen reeds 15% van de stemmen. Maar Frankrijk staat niet alleen: iedereen kent de andere voorbeelden waarbij de nationale politieke elite maar ook veel gewone jongeren en arbeiders werden opgeschrikt door de plotse groei van extreem rechts op electoraal vlak.

De enorme schokgolf die echter dit resultaat zo aangrijpend maakt, is de uitkomst voor de 2e ronde, waarbij de Fransen kunnen gaan kiezen tussen “een dief of een fascist”. Deze situatie heeft sinds de avond van de verkiezingen zelf reeds honderdduizenden, hoofdzakelijk jongeren, op de been gebracht om hun ongenoegen te uiten.

Zware nederlaag voor regeringspartijen.

Frankrijk werd de afgelopen jaren geregeerd door een zogenaamde linkse regering met “socialisten” (PS), “groenen” (Verts) en “communisten” (PCF). De uitslag van de presidentsverkiezingen toont een verpletterende nederlaag voor deze regeringspartijen. Samen komen ze niet verder dan 24,8% van de stemmen. De volledige uitslag wijst op een immense crisis van de Franse traditionele politiek. Een groot deel van de bevolking heeft zeer bewust en op verschillende manieren haar ongenoegen laten blijken.

Eerst en vooral is 15% van de bevolking zich niet gaan inschrijven in het kiesregister. Van de 85% die zich wel had ingeschreven is 28% niet gaan stemmen. Uiteindelijk is dus maar 61,2 % van de kiesgerechtigden hun stem gaan uitbrengen. Een groot deel van de bevolking blijkt dus het vertrouwen in de politiek volledig verloren te zijn. De stemmenuitslag van de uittredende president bedraagt 19,88% van de opgekomen kiezers, maar dit is slechts 12,16% van de stemgerechtigden.

Terwijl Le Pen 17% van de stemmen haalt en velen terecht verontwaardigd zijn over het resultaat is er ook een sterke stemmenwinst voor wat men soms denigrerend ‘klein links’ noemt. Drie openlijk trotskistische partijen halen samen bijna 11% van de stemmen, wat tegelijk de mogelijkheden in Frankrijk aantoont voor de uitbouw van een reëel links alternatief.

Vanwaar deze afwijzing van het beleid?

Ondanks het feit dat velen deze Franse regering zagen als de meest linkse regering mogelijk, heeft ze net zoals de andere Europese regeringen een neo-liberaal beleid doorgevoerd. De privatiseringen van deze regering overtreffen in absolute cijfers veruit de privatiseringen van de vorige centrum regering onder Juppé. De laatste weken voor de verkiezingen werden zelfs nog enkele overheidsaandelen verkocht in Renault, Thomson Multimedia en alle autowegen van Zuid-Frankrijk. Deze laatste onder een zogenaamd “communistische” minister van transport.

Eén van de pogingen van deze regering om zich een progressief imago aan te meten was de invoering van de 35-urenweek. Zoals dikwijls gebeurd met dit soort neo-liberale regeringen, was hier opnieuw een addertje onder het gras. In ruil voor de 35-urenweek kregen de patroons enorme voordelen a.d.h.v. opdrijven van flexibiliteit, geen premies voor weekendwerk, ... Deze operatie heeft uiteindelijk kwaad bloed gezet bij veel mensen. De krant Libération ging op dinsdag 23 april, 2 dagen na de verkiezingen, op onderzoek aan een aantal fabriekspoorten waarbij ze deze commentaren opving: “Ik heb genoeg van alle beloftes. ... De 35-urenweek geeft veel te veel voordelen aan het patronaat, het heeft de uitbuiting verergerd. ... Voordien, toen ik op zaterdag moest werken, kreeg ik daarvoor een premie. Vandaag vraagt men me om het ganse weekend te werken en krijg ik niets.” Een andere werknemer vertelt: “Jospin? Hij krijgt wat hij verdient.” Ook de zogenaamde banenplannen krijgen ervan langs: “Ze hebben vooral tijdelijke, slecht betaalde jobs gecreëerd. Er zijn teveel armen, teveel mensen die in armoede leven. Dit alles door de mondialisering.” “De 35-uren week in de fabriek, dat is eerst en vooral flexibiliteit en meer en meer onzekerheid. Bij ons worden bijvoorbeeld interimarbeiders ingeschakeld in voltijdse reeds bestaande jobs. Dat is de waarheid.”

Het is voor velen duidelijk dat een heel groot deel van de Franse bevolking er genoeg van heeft. En zeker wanneer die partijen, die beweren de belangen van de gewone man te verdedigen dit soort beleid uitvoeren. Vandaar ook de enorme afstraffing van de “communistische” PCF, die ooit een enorm gewicht vertegenwoordigde binnen de samenleving en de arbeidersbeweging en ooit 800.000 leden en 25 à 30% van de stemmen behaalde. Deze partij heeft vandaag de rekening betaald. In 1995 haalden ze nog 8,64% van de stemmen, vandaag 3,37%.

Is de linkse verdeeldheid oorzaak van deze tweede ronde?

Een aantal commentatoren, met natuurlijk Yves Desmedt voorop, schuiven de verantwoordelijkheid voor de 2e ronde Chirac-Le Pen in de schoenen van de ‘trotskistische’ kandidaten. Het probleem waarmee de Gauche Plurielle mee te maken krijgt is helemaal niet het feit dat er verschillende uiterst linkse kandidaten waren, maar heeft alles te maken met het afwijzen door de bevolking van het gevoerde beleid. In vele landen heeft extreem-rechts zo een monopolie verworven over het oppositiewerk. Alle partijen worden gezien als machtsgeil, fundamenteel gelijk, ... behalve degenen die door die traditionele partijen worden uitgespuwd, extreem-rechts. Dat is het sterke punt waar zowel het Front National als het Vlaams Blok mee scoren. De vraag die we ons moeten stellen is wat de situatie zou zijn indien er de afgelopen 20 jaar een consequente linkse partij oppositie had gevoerd tegen dit neo-liberaal beleid.

Daarom is onze overtuiging dat iedereen die effectief extreem-rechts wil bestrijden verplicht is om deze linkse oppositie uit te bouwen. Op de traditionele partijen kan niet gerekend worden. Het cordon sanitaire is het enige wat deze partijen in hun macht hebben. Wij verzetten ons falikant tegen het doorbreken van een cordon sanitaire, maar wijzen tegelijkertijd op de noodzakelijkheid om een linkse oppositie uit te bouwen. Een cordon sanitaire, mediaboycot, ... zal de groei van extreem-rechts niet stoppen.

2e ronde – zal Chirac Le Pen tegenhouden?

Chirac, ook gekend als de boef, of door sommigen omschreven als het proto-type van de corrupte rechts conservatieve politicus, is mede verantwoordelijk voor de opkomst van extreem-rechts. De volledige politieke kaste is verziekt door haar beleid en de vele corruptieschandalen. Le Pen zal de komende dagen dit punt blijven uitspelen, want de Franse bevolking is gedegouteerd van de arrogantie waarmee Chirac, Jospin en consoorten hun bevolking in ellende duwen maar tegelijkertijd zelf rijkelijk aan de vetpotten zitten.

Chirac kwam de laatste maanden meermaals in het nieuws met z’n privé-familiereisjes waarmee hij meer dan 400.000 euro aan overheidsgeld opsoupeerde. Of met het kasteel dat hij kocht en liet klasseren door de overheid, waardoor de overheid dan ook moest opdraaien voor de renovatiekosten van het kasteel.

Hij werd door z’n politieke tegenstanders wel eens de man van de ‘confituurpotpolitiek’ genoemd – het soort man dat met confituur op de mond, confituur aan de vingers en de confituurpot open voor hem op tafel ontkent dat hij aan de confituur heeft gezeten.

We kunnen begrijpen dat veel mensen vanuit een democratische overtuiging, er uiteindelijk zullen voor kiezen om voor het minste kwaad te stemmen. Met de ogen toe, de neus dicht geknepen zullen ze het als hun plicht ervaren om tegen Le Pen te stemmen en dus voor Chirac. Deze keer zal dit misschien nog lukken, maar uiteindelijk zal hetzelfde beleid door dezelfde politieke partijen enkel en alleen leiden tot het verder effenen van het pad voor extreem-rechts.

Wij zijn er samen met onze zusterorganisatie in Franrkijk van overtuigd dat een massale blanco-stem in de 2e ronde een enorme afwijzing zou betekenen van de politiek van zowel de bandiet als de fascist. Met daarbij de wetenschap dat rechts en extreem-rechts enkel en alleen zullen worden tegengehouden door de mobilisatie op straat. Het alternatief op extreem-rechts bevindt zich in de vele akties, betogingen, stakingen, protesten, ... die al jarenlang doorheen Frankrijk en rond alle mogelijke thema’s worden georganiseerd.

Hoe kunnen we extreem-rechts bestrijden?

De uitslag van 21 april is helemaal geen bewijs van verrechtsing in de samenleving. Het toont een enorme polarisering waarbij de crisis van het kapitalisme zich uit in een crisis van haar instellingen, de traditionele partijen zijn daar één element van. Het stemmenresultaat van de drie trotskistische kandidaten toont de enorme mogelijkheden die er in Frankrijk aanwezig zijn voor het uitbouwen van een massaal radicaal alternatief. De slogan: “Tegen het antisociale beleid een linkse oppositie uitbouwen” is een zeer correcte slogan voor de anti-fascistische strijd. Maar één van de lessen die we kunnen leren is dat een linkse oppositie op zich niet voldoende is. Geen enkele van de drie kandidaten had voldoende autoriteit onder de bevolking om het volledige politieke vacuüm te vullen. De enige manier om effectief dit vacuüm te vullen is het samenbrengen van alle stromingen die bereid zijn zo’n oppositie uit te bouwen. Niet door iedereen te verplichten onder één vlag te lopen, maar door alle vlaggen samen te brengen. Het uitbouwen van zo’n partij, een nieuwe arbeiderspartij, is een verpletterende verantwoordelijkheid die zowel LO (Lutte Ouvrière) als LCR (Ligue Communiste Revolutionaire) dragen. Zo’n arbeiderspartij zou een verademing zijn voor de vele tienduizenden jongeren en arbeiders die vandaag de strijd willen aangaan maar over geen enkel politiek instrument beschikken.

Een andere vraag die we ons zeker en vast ook moeten stellen is of de twee formaties erin geslaagd zijn om buiten de groep van overtuigde linksen te treden. Zijn ze in staat geweest om hun programma, hun ideeën te vertalen op zo’n manier dat ook het kiespubliek van het FN een alternatief vindt in deze partijen.

Om dit te kunnen moet je bereid zijn om de FN-kiezer zonder scrupules te benaderen, zonder een moraliserend vingertje op te steken en hun problemen te erkennen. De linkerzijde moet teruggaan gaan naar haar fundamentele sterkte en dat is het oplossen van problemen op een collectieve manier op basis van solidariteit. Vandaag wordt iedereen verplicht z’n eigen individuele problemen als losstaande feiten te analyseren. Een antwoord op de concrete problemen van veiligheid, woningnood, verkeersproblematiek, kleine criminaliteit, ... waarmee de meerderheid van de bevolking te maken krijgt, kan enkel en alleen geboden worden wanneer de bevolkig betrokken wordt bij het runnen van de samenleving. Op die manier kan ze via democratische organen zelf beslissen over hoe de rijkdommen die ze produceren kunnen aangewend worden om alle ellende en samenlevingsproblemen op een collectieve manier te kunnen oplossen.

De LCR zou volgens opiniepeilingen 12% gehaald hebben onder de jeugd, wat een duidelijke uitdrukking is van een radicalisatie die aanwezig is onder jongeren. Maar die anti-kapitalistische jongeren zullen de brug moeten kunnen slaan om de immense kloof te dichten die dikwijls gaapt tussen hun radicalisme en de bekommernissen van vele FN-stemmers in de achtergestelde buurten. We juichen de stemuitslag van beide partijen (LO en LCR) toe, maar deze drukt dan ook direct de verantwoordelijkheid uit waar elke linkse oppositie zal mee te maken krijgen.

De jongeren nemen het voortouw.

Sinds zondagavond zijn reeds honderdduizenden jongeren in staking gegaan en op straat gekomen tegen “de boef en de fascist”. Het zijn dikwijls jongeren die op zo’n moment het sterkst uitdrukken wat er onder de oppervlakte in de samenleving aanwezig is. Deze jongeren engageren zich in een strijd die niet zal stoppen op 5 mei, het weekeinde dat de 2e ronde op de agenda staat. Op donderdag 25 april werd door meer dan 250.000 mensen betoogd in 80 steden. Voor het moment is de beweging nog aan het groeien en zijn er enkele grote mobilisaties gepland op zaterdag 27 april, 1 mei en zaterdag 4 mei.

Op 1 mei wil Le Pen zijn troepen mobiliseren in Parijs. Op die manier trachten ze hun electorale uitslagen ook te verzilveren via krachtsverhoudingen op straat. Dit is uiteindelijke het doel van elke fascistische partij.

Zoals het Vlaams Blok in België organiseert ook het Front National reeds verschillende jaren telkens een 1 mei manifestatie. Het is een duidelijke taktiek om op die manier een strijdbare traditie van internationale solidariteit tussen de onderdrukten wereldwijd te recupereren voor hun fascistisch project. Enkele jaren geleden ontaardde één van hun manifestaties in het vermoorden van een migrant. Enkele FN-leden grepen hem beet en gooiden hem in de Seine.

Dit jaar zullen alle linkse organisaties, vakbonden, ... op 1 mei via mobilisatie een fysieke dam opwerpen tegen extreem-rechts. Krijgt mei 2002 enkele kenmerken van Mei ‘68?

Dit kan enkel het startpunt zijn van een strijdbeweging die op straat komaf zal maken met het neo-liberalisme. De beweging van mei ’68 in Frankrijk heeft aangetoond dat eens de massa in beweging komt, de fundamenten van deze kapitalistische samenleving wankelen. De strijd voor vaste jobs en degelijke werkomstandigheden, voor een leefbaar pensioen, voor het recht op gezonde en leefbare huisvesting voor iedereen, voor openbare diensten ten dienste van de bevoling, een gratis gezondheidszorg, een democratisch en gratis onderwijs, gelijke rechten voor migranten en vluchtelingen, ... deze terechte eisen zijn slechts mogelijk wanneer we het probleem bij de wortel aanpakken en dat is het kapitalisme met z’n competitie, winstmaximalisatie, onderdrukking, oorlog en uitbuiting.

Dit is de discussie die moet gevoerd worden n.a.v. deze verkiezingen. Een samenleving waar racisme en fascisme niet meer bestaat is niet mogelijk op kapitalistische basis. Daarom is de strijd tegen extreem-rechts direct verbonden aan de strijd voor een socialistische samenleving.