Een nationale staking van meer dan 15 dagen in Venezuela bedreigt de positie van de president, Hugo Chavez. De midden- en hogere klassen hebben zich verenigd tegen de politiek van Chavez, die zelf onder druk staat van de economische crisis die Venezuela teistert.
Door Koen Vanbrabandt
De oppositie tegen Chavez wordt geleid door de werkgeversfederatie Fedécamaras, de arbeidersbureaucratie van de Venezolaanse Arbeidersconfederatie (CTV) en grote delen van de middenklasse en de kerk. De CTV is nauw verbonden met één van de vroegere grote (en corrupte) partijen AD (sociaal-democraten), die 4 jaar geleden door Chavez politiek werden verslagen.
De algemene staking is niet een weerspiegeling van de georganiseerde arbeidersklasse die in verzet komt, maar eerder van een misnoegde arbeidersbureaucratie die haar belangen gedwarsboomd ziet. Hoewel de oppositie de staking uitroept tot een groot succes, waren er ook veel werkwilligen en pasten bepaalde werkgevers lock-outs toe (bewuste sluiting van bedrijven zodat arbeiders niet kunnen werken).
De achtergrond van de strijd is de slechte toestand van de Venezolaanse economie. In de eerste 6 maanden van 2002 devalueerde de munt met 50% en steeg de werkloosheid van 13% naar 17%. De devaluatie van de munt heeft een grotere impact op de middenklassen, omdat hun loon aan het begin van het jaar wordt vastgelegd. De kloof tussen arm en rijk in Venezuela is groot: 10% van de bevolking bezit 40% van de rijkdom.
Hoewel Chavez een aantal positieve maatregelen nam zoals landhervormingen, gratis maaltijden op school en het beter organiseren van kinderopvang, voert hij geen socialistische politiek en breekt hij niet definitief met het kapitalisme. Chavez is volledig afhankelijk van de grootste bron van inkomsten, het nationale oliebedrijf Petroleos de Venezuela, dat de regering elk jaar 9 miljard dollar oplevert. Het blokkeren van de olie-industrie heeft tot doel Chavez financieel verder te verzwakken en onderuit te halen.
Enorme polarisatie
Venezuela is op dit moment enorm gepolariseerd. De oppositie eist vervroegde verkiezingen (Chavez werd zowel in 1998 als 2000 verkozen tot president) of een referendum in het voorjaar van 2003. Maar eigenlijk willen ze Chavez ten allen prijze weg, terwijl grote delen van de arme bevolking achter Chavez blijven staan.
Zowel de oppositie als de aanhangers van Chavez mobiliseerden honderdduizenden betogers. De media staan duidelijk aan de kant van de oppositie. De massamedia zijn in privé-handen en voeren een ware hetze tegen de zogenaamde “Castro-communistische dictatuur van Chavez”, waarbij vrijblijvend geruchten worden verspreid.
In oktober verklaarde de voorzitter van de CTV op de voorpagina van één van de kranten dat de regering het plan had om 2000 à 3000 mensen te doden tijdens een geplande betoging van de oppositie. De VS, die in april de staatsgreep tegen Chavez actief steunden, roepen op voor verkiezingen en willen uiteraard niets liever dan een regime dat naar de pijpen van Washington danst.
Een herhaling van de feiten van april, met een coup tegen Chavez en politiek geweld, is zeker niet uit te sluiten. Begin december vielen nog 5 doden toen een sluipschutter schoot op een bijeenkomst van de oppositie.
Om een rechts, dictatoriaal regime bestaande uit de oude politieke elite en reactionaire generaals te vermijden, moeten democratisch verkozen comités van arbeiders en armen worden opgezet om zichzelf te organiseren. Enkel op die manier, door de economie te nationaliseren en de bevolking te mobiliseren, kunnen verbeteringen definitief worden gemaakt en kan worden verhinderd dat rechts - zoals in Nicaragua tegen de Sandinisten - uiteindelijk de bovenhand krijgt.