Voor de meeste media is 11 september de dag van de aanslagen op de Twin Towers in New York in 2001. Maar 11 september is bovenal ook een andere tragische verjaardag: in 1973 wierp generaal Pinochet - met de actieve steun van de VS - president Allende omver en verpletterde hij de Chileense arbeidersbeweging.
De werkers nemen een belangrijke plaats in in de geschiedenis van Chili: de arbeidersklasse heeft zwaar zijn stempel gedrukt op de belangrijke gebeurtenissen die van dit land een speciaal geval hebben gemaakt op het Latijns-Amerikaanse continent. Ten tijde van zijn onafhankelijkheid, in 1810, was Chili een overwegend op landbouw steunend land. De ontdekking van salpeter, verbonden met het binnendringen van Brits kapitaal, zal tegen het midden van de 19e eeuw bijdragen tot de ontwikkeling van de industrie en het proletariaat.
Een arbeidersbeweging van het Europese type
In 1853 gaan de letterzetters al in staking. In 1900 tellen de solidariteitskassen 55.000 aanhangers. Een algemene staking, de “Rode Week” genoemd, zal het land verlammen in 1905. In 1921 heeft de Socialistische Partij 2 parlementsleden en treedt de anarcho-syndicalistische FOCH toe tot de 3e Internationale.
Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog neemt het Amerikaanse kapitaal het initiatief over van het Britse kapitalisme, vooral wat de uitbating van de kopermijnen betreft. Het proletariaat in de mijnen is niet zo talrijk maar neemt een strategische plaats in, gezien het belang van de koperwinning. Tegen begin jaren ’70 is die goed voor 70% van de export.
In 1938 kent Chili een ervaring met het Volksfront (een samenwerking tussen stalinisten, socialisten en de schaduw van de burgerij). Op het einde van de jaren ’60 - toen de meeste andere Latijns-Amerikaanse landen al vele militaire staatsgrepen hadden gekend, net als lange periodes van bonapartistische dictaturen en een traditie van populisme (in Argentinië, Mexico en Peru) - beschikten de Chileense arbeiders over een “klassieke” arbeidersbeweging van het Europese type: een Socialistische Partij, een Communistische Partij, een syndicale centrale (CUT) en revolutionaire organisaties, waarvan de meest bekende de Beweging van Revolutionair Links was (gekend als MIR).
1970. Allende wint verkiezingen
|
De MIR De MIR werd opgericht in 1965, in het bijzonder door jonge militanten die hun eerste ervaring hadden opgedaan in de studentenbeweging en bij de Jonge Socialisten (Miquel Enriquez, Bautista Von Schouwen). Daarnaast waren er syndicalisten en trotskistische militanten (Luis Vitale). Onder invloed van de Cubaanse revolutie, weerspiegelde de MIR het revolutionaire ongeduld: het was een samengaan van revolutionaire militanten met diverse achtergronden, maar ontdaan van - voor het grootste deel en ondanks hun goede wil - een marxistische analyse van de arbeidersbeweging en de tactieken die nodig zijn om de arbeiders te verenigen in de omverwerping van het kapitalisme. De politieke zwakte van de MIR leidt tot een splitsing in 1969. Onder invloed van Miguel Enriquez zal de meerderheidsvleugel zich meer en meer richten op de tactieken van stadsguerilla. |
In de herfst van 1970 wint Salvador Allende (PS), kandidaat van de Volkseenheid (PS, PC en radicalen) de presidentsverkiezingen met 36,4% van de stemmen. Allende is een oude rot uit de politiek: in 1938 was hij al directeur van het kabinet van de Eerste Minister in de Volksfrontregering. Hij werd minister in 1942, senator in 1945. Hij is 3 keer kandidaat voor het Volksfront, vooraleer de presidentsverkiezingen te winnen in 1970. De score van Allende in 1970 is niet veel groter dan die van de uitgaande president, de christen-democraat Eduardo Frei (36,3%). De Nationale Partij (conservatief rechts), de CIA, de Amerikaanse multinational ITT, het rechtse blad El Mercurio en bepaalde militaire kringen spannen van in het begin samen om Allende te verhinderen als president aan de macht te komen. Op 22 oktober 1970, 2 dagen voor de eedaflegging door Allende, probeert het leger al een mislukte putsch door te voeren..
De massa's radicaliseren
In de ogen van de arbeiders, boeren en verarmde lagen in de sloppenwijken vertegenwoordigt de verkiezing van Allende een overwinning op de burgerij en een stap vooruit in de afschaffing van de kapitalistische uitbuiting. De burgerij heeft meer schrik van die ongecontroleerde radicalisering van de massa’s dan van de overwinning van Allende. Des te meer aangezien de Volkseenheid in een minderheid zat in het parlement, de rechtbanken de burgerlijke oppositie tegen de Volkseenheid toch altijd in het gelijk stelden en het leger bereid was om complotten te smeden.
Een van de eerste maatregelen die werd genomen door Allende was de verdubbeling van de lage lonen en het heropstarten van de landbouwhervorming, die was begonnen door zijn voorganger Eduardo Frei. Die hervorming had enkel betrekking op de eigenaars met meer dan 80 hectare grond.
De gemeentelijke verkiezingen van april 1971 zijn een goede graadmeter van de radicalisering van de massa’s: de partijen van de Volkseenheid behalen 51% van de stemmen. Een immense volksmobilisatie komt op gang, vooral onder impuls van de MIR, die zijn inplanting onder de boeren en verarmde stedelijke bevolking in de sloppen uitbreidt. In het zuiden van het land worden belangrijke textielfabrieken bezet en beginnen de boeren met het bezetten van het land zonder op de landhervorming te wachten. In de meeste gevallen kiest de Volkseenheid voor onderdrukking om die strijd in te dammen.
Polarisering in de samenleving
In juli 1971 worden de kopermijnen voor 80% genationaliseerd. Op internationaal vlak doen de VS er alles aan om de prijskoersen van koper met 50% te laten zakken: het VS-imperialisme is vast van plan om de radicalisering die in Chili plaatsgrijpt bij de keel te grijpen. Geconfronteerd met de stijgende levenskost komen de kleinburgerij en lagen van de middengroepen op straat. Duizenden huisvrouwen uit de rijke buurten gaan de straat op tijdens de potten en pannen-betogingen, aan de zijde van extreem-rechts.
De stalinistische Communistische Partij trekt hieruit het besluit dat het nodig is om de hand uit te steken naar de Christen-Democratie (CD), die geacht wordt de kleinburgerij te vertegenwoordigen. Er worden onderhandelingen geopend met de CD in juni 1972 met de bedoeling om de macht te versterken en om de massamobilisaties van de arbeiders stil te leggen. De onderhandelingen mislukken, echter, en de Christen-Democratie breekt de onderhandelingen af.
De situatie lijkt in grote lijnen sterk op die van het Spanje uit de jaren ’30, waar de burgerij zich op een bepaald moment afvroeg welk instrument het best in staat zou zijn om de mobilisaties van de massa’s te stoppen: het Volksfront (met de schaduw van de burgerij) of een militaire staatsgreep. Men kan stellen dat, na het afbreken van de onderhandelingen met de CD in juni 1972, de Chileense burgerij kamp had gekozen voor de militaire staatsgreep.
Twee blokken in confrontatie
Het stoppen van de onderhandelingen met de CD leidt tot een zekere verrechtsing van de meer achtergebleven lagen van de onderdrukten, maar een radicalisering bij de meest bewuste delen.
In 1972 verschijnen de eerste embryonale ervaringen met dubbele macht, in het bijzonder in de stad Conception. Op 25 juli betogen er 500.000 mensen in de hoofdstad Santiago “om het fascisme te verslaan”.
Ook de rechterzijde mobiliseert: kleine zelfstandigen en truckers voeren van 20 augustus tot 5 november een staking. Chili is een langgerekte landstrook, geprangd tussen de oceaan en de bergen, van 200 kilometer breed en 4200 kilometer lang. Het transport speelt dus een strategische rol in de economie van het land. In die omstandigheden wordt de noodtoestand afgekondigd in 24 provincies van de 25. In november 1972 wordt de regering herschikt en doen 3 militairen hun intrede.
De verkiezingen van maart 1973 tonen aan dat, ondanks de mobilisatie van de rechterzijde, de radicalisatie van de massa’s niet afzwakt. De Volkseenheid verkrijgt 44% van de stemmen. Een nieuwe regering, zonder militairen, wordt gevormd. Op 21 juni 1973 verzamelt een algemene staking, uitgeroepen door de Volkseenheid, tegen de conservatieve reactie en het fascisme, 600.000 betogers in Santiago. Enkele dagen later omsingelt een tankeenheid het presidentieel paleis in een poging tot staatsgreep. De arbeiders komen in actie, gewaarschuwd door Allende, en zijn vooral in de voorsteden van de hoofdstad georganiseerd in “industriële cordons” tegen de reactie. Maar die “cordons” beschikten bijna niet over wapens…
Rechts mobiliseert op zijn beurt met een tweede staking van de truckers, gevolgd door die van de handelaars, dokters, kaders van de spoorwegen en de luchtvaart. De CUT roept op tot een staking, gericht tegen de truckers. Onder de dekmantel van de “wetgeving over wapenbezit” onderzoekt het leger fabrieken, brutaliseert het arbeiders en neemt het hier en daar een aantal oude revolvers in beslag.
Op 4 september 1973 defileren 1 miljoen betogers in de hoofdstad om de verkiezing, 3 jaar eerder, van Allende te vieren. Ze roepen ook de “volksmacht” uit en sporen Allende aan om hard op te treden tegen de provocaties van de rechterzijde. De president stelt een plan op om een mogelijke putsch te verijdelen door de meest oproerige generaals te verwijderen, in overleg met de vakbonden van de arbeiders. Het is generaal… Pinochet die wordt belast met het toepassen van het anti-putsch plan!
11 september 1973
Voor hij zijn staatsgreep lanceert, laat Pinochet eerst alle elementen binnen het leger die trouw blijven aan Allende elimineren. De mariniers die sympathie hadden voor de Volkseenheid worden gearresteerd en vervolgens gevangen genomen aan boord van boten waar ze eerst worden gemarteld en dan geëxecuteerd. In de ochtend van 11 september kondigt Pinochet de staatsgreep aan. Om zich hiertegen te verdedigen bezetten de arbeiders de fabrieken, met de wapens in de hand. De strijd is echter ongelijk, aangezien de “industriële cordons” veel slechter bewapend waren. De luchtmacht bombardeert het presidentieel paleis en Allende wordt gedood. Een reporter van de Washington Post laat weten dat diezelfde avond de Amerikaanse ambassadeur de champagne ontkurkt om de staatsgreep te vieren. Het leger neemt een voor een de bezette fabrieken in. Arbeiders die weerstand bieden worden ter plekke gefusilleerd. Tienduizenden arbeiders, politieke militanten en syndicalisten worden opgejaagd, neergeschoten op straat of opgesloten in het nationale stadion. Velen zouden er niet levend uitkomen. Politieke vluchtelingen die uit buurlanden kwamen waar de dictatuur heerste, worden vervolgd, neergeschoten of het land uitgezet.
Een bloedbad
De militaire junta zal een ware massaterreur ontketenen om de miljoenen aanhangers van de Volkseenheid te terroriseren. De repressie was eerst blind en massaal, daarna richtte men zich selectiever op politieke militanten en vakbondsleden.
In december 1973 wordt Bautista Von Schouwen (MIR) gearresteerd. Hij sterft tijdens zijn marteling. De militairen laten zijn lijk verdwijnen. Miquel Enriquez zal vallen in oktober 1974, de wapens in de hand. De heroïek van de militanten van de MIR was jammer genoeg vergeefs: hun gewapende commando’s werden vrij snel geïsoleerd, gezien het gebrek aan wapens bij de massa’s en het feit dat de massa niet georganiseerd was om de macht te grijpen.
De onderdrukking zal 17 jaar duren en zal leiden tot duizenden doden en vermisten. In de bedrijven verslechteren de loon- en werkcondities. Stakingen en sociale verkiezingen worden verboden. In 1975 zullen de lonen 40% van hun koopkracht verliezen. Alle openbare diensten worden geprivatiseerd. In 1980 stelt de nieuwe wetgeving rond de pensioenen een stelsel van individueel sparen in bij privé-verzekeraars. Geconfronteerd met de daling van de levensstandaard zoeken veel arbeiders een tweede job om te overleven. Toppunt van cynisme: Henry Kissinger, de Amerikaanse staatssecretaris betrokken in de kern van de staatsgreep, zal de Nobelprijs voor de Vrede krijgen in 1973. Tot op vandaag loopt Kissinger nog altijd vrolijk en vrij rond. Geen enkele internationale strafrechtbank toont ook maar de minste belangstelling om deze crimineel van de Chileense burgeroorlog voor het gerecht te dagen.
Victor JaraDe dood van Victor Jara toont de afzichtelijke barbarij aan van de Chileense militairen. In het begin van de jaren ’70 was Victor Jara een erg populaire zanger en gitarist. Niet alleen omwille van zijn muziek, maar ook omdat hij de socialistische hoop bezong van een hele bevolking die zich van haar ketens bevrijd. Hij wordt gearresteerd enkele dagen na 11 september en naar het nationaal stadion gebracht, daar waar de gevangenen werden samengebracht op de tribunes alvorens hen te martelen en een groot deel van hen te vermoorden. Een officier brengt Victor Jara naar het midden van het terrein en brengt ook een tafel. Victor Jara wordt gedwongen om als gitarist zijn handen op de tafel te leggen. Een officier hakt met een bijl zijn vingers af en vraagt hem om te zingen. Victor Jara keert zich naar de tribunes waar de massa gevangenen was samengebracht en zingt de hymne van de Volkseenheid, die wordt overgenomen door de menigte. Hij wordt neergeschoten en de militairen schieten in de menigte om hun strijdliederen te laten stoppen. |
Guy Van Sinoy