Socialisme zonder revolutie?

11 september 1973 illustreert op een tragische manier het belang van een strategie om van het kapitalisme naar het socialisme te gaan. In het begin van de 20e eeuw lanceert Rosa Luxemburg polemieken tegen de Duitse socialistische leiders die beweerden dat men op een geleidelijke manier naar het socialisme kon overgaan via een parlementaire weg (“Hervorming of Revolutie?”). Aan de vooravond van de Oktoberrevolutie in 1917 legt Lenin in een brochure (“Staat en Revolutie”) de marxistische opvatting over de staat uit. Zich baserend op de werken van Marx en Engels, toont hij aan dat het staatsapparaat (leger, politie, rechtbanken, gevangenissen, onderdrukkende wetten) een instrument is in dienst van de heersende klasse.

Duizend draden verbinden de top van het staatsapparaat (de hoge magistratuur, de “staatsmannen”, de legerleiding) met de bourgeoisie: ze zetelen in dezelfde administratieve raden, nemen deel aan dezelfde gala’s, bezoeken dezelfde golfclub en trouwen onderling met elkaar. Wanneer het privébezit van de productiemiddelen wordt bedreigd door de strijd tussen de klassen en de traditionele middelen van de burgerlijke democratie niet meer werken om de onderdrukte klassen te beheersen (de burgerlijke politici, de anti-stakingswetten, de burgerlijke rechtbanken en politie, controle door de media), op zo’n moment is de burgerij bereid om haar eigen wetgeving te overtreden door een beroep te doen op militaire dictaturen of het fascisme om de arbeidersbeweging te onderdrukken. De bloedige dictaturen van Pinochet, Franco, Mussolini en Hitler waren de erg hoge prijs die de arbeiders van Chili, Spanje, Italië en Duitsland moesten betalen omdat hun arbeidersleiders niet in staat waren om een socialistische revolutie te leiden.

De mislukking van de Chileense MIR toont ook aan dat de revolutie niet kan worden herleid tot het organiseren van geïsoleerde gewapende groepen die de repressie bevechten. In 1917 hebben Lenin (de meest vooruitziende leider van de bolsjevistische partij) en Trotsky (voorzitter van de sovjet van Sint-Petersburg) de revolutie geleid door zich te steunen op de mobilisatie van de massa van de arbeiders en de soldaten, georganiseerd in raden verkozen door de basis (de sovjets). Een piramide van sovjets bedekte het land en liet toe om de taken over te nemen die “normaal” gedaan worden door de staat: het controleren van de wegen, de bevoorrading organiseren, de beweging van troepen controleren. Een situatie van dubbele macht bestaat enkel tijdelijk: het oude staatsapparaat naast het nieuwe (de sovjets). Vervolgens is er een arbeidersopstand nodig om de resten van het vroegere staatsapparaat van de burgerij weg te vegen.

Dit alles is enkel mogelijk als een revolutionaire partij in staat is om de massa’s te richten op de machtsovername doorheen een piramide van sovjets. Wij nodigen de lezer uit om met ons zo’n partij uit te bouwen.