De bloedige aanslag op het VN-kantoor heeft de verklaringen over een gestabiliseerde situatie in Irak weerlegd. Terwijl de Amerikaanse autoriteiten er gedeeltelijk in geslaagd zijn om de Afghanistan-oorlog af te schilderen als een "propere" oorlog tegen een land waar nu "democratie"’ heerst - iets wat de weinige rapporten in de media weerleggen - trachten ze nu dezelfde formule toe te passen in Irak.
Ondanks de erg mediagerichte campagne over de opsporing van de Saddam-getrouwen, slagen ze er niet in om de arrogantie van de bezettingstroepen, die een steeds groteskere en tragische vorm aanneemt, te verbergen.
Terwijl Bremer, de Amerikaanse gedelegeerd bestuurder in Irak, garandeert dat de VS de situatie onder controle hebben, eisen zijn soldaten voor diezelfde televisiekijkers het ontslag van Minister van Defensie Rumsfeld. Terwijl Bremer alles catalogeert als "terrorisme" van de Saddam-getrouwen, betogen tienduizenden sjiieten in Bagdad en in het zuiden van het land.
Gevangen in hun logica van de strijd van "Goed tegen Kwaad" bekommeren de militaire en politieke verantwoordelijken zich weinig om hun imago van arrogante kolonisatoren. Voorbeelden genoeg: de moord op de Palestijnse cameraman of de massale betogingen in de sjiietische wijk van Bagdad midden augustus, waar verschillende betogers doodgeschoten werden door Amerikaanse kogels. De betogingen vonden spontaan plaats nadat een patrouillehelikopter in de wijk een religieuze sjiietische vlag afrukte. Daarna strooide het leger pamfletten ter verontschuldiging uit... vanuit de lucht. Dit alles draagt bij tot de ontwikkeling van een meer gecoördineerd verzet. Verschil-lende sjiietische sjeiks hebben al aangekondigd een "verdedi-gingsleger" te willen oprichten en samenwerking te zoeken met de soennieten.
Met een onvoorstelbaar gemak stellen de VS, die voordien de VN afdeden als naast de kwestie, nu voor om het aantal internationale troepen te verhogen, om het aantal Amerikaanse soldaten geleidelijk aan te laten afnemen (ongeveer 139.000 soldaten). Op het moment liggen de olie-inkomsten ver van de optimistische verwachtingen van in het begin van het conflict. Bush gokt op de vrijmaking van de Iraakse olie voor de wereldmarkt (3 miljoen vaten/dag voor de oorlog) om een prijsdaling en bijgevolg een adempauze voor de Amerikaanse economie te verkrijgen. Momenteel zitten ze aan onge-veer 300.000 vaten/dag, met een hoge olieprijs van rond de 30 dollar. Dit is het gevolg van de aanslagen tegen de olieinfrastructuur en de aarzelingen van de westerse financiers om te investeren. Zo kondigde de Wereldbank onlangs aan om Irak te verlaten en zich voorlopig terug te plooien in Jordanië.. Bremer schat de kosten voor de wederopbouw van Irak op een ongeveer 90 miljard dollar, terwijl het Amerikaanse Congres in juli 2,4 miljard dollar heeft beloofd.
De neo-conservatieven beginnen zich op hun tempo zorgen te maken. Volgens opiniepeilingen is de steun van de Amerikaanse bevolking aan de oorlog gedaald tot 55 percent. 60 percent vindt dat de president de economische crisis slecht beheert. Na de eerste Golfoorlog werd Bush sr, die na de oorlog op 91 percent steun kon rekenen, verslagen in de eerstvolgende verkiezingen door een onbekende Democraat, Clinton - op het thema van de economie.
Ook nu is de eerste bezorgdheid van de Amerikanen de golf van ontslagen en de groeiende reële werkloosheid. Of zoals Clinton het indertijd formuleerde: “It’s the economy, stupid!”
We schreven al eerder dat Bush op een sociale vulkaan zit. Dit ongenoegen schijnt zich gedeeltelijk te vertalen in de Democratische Partij. Deze is van een quasi-kritiekloze positie over de oorlog overgegaan naar een populistische oppositie tegen de politiek van de president. Een van hun kandidaten, Dean, eist dat het geld voor de gigantische belastingsvermindering aangewend wordt voor gratis gezondheidszorg, voor zij die jonger zijn dan 25 jaar. Bij gebrek aan een derde alternatief op de "keuze van het minste kwaad" is het niet uitgesloten dat deze partij het sociaal ongenoegen electoraal kan kanaliseren. Voor socialisten en linkse activisten in de VS is het duidelijk dat de Democraten een ander masker vormen van dezelfde politiek. De Democratische politici hebben gelijk wanneer ze aanklagen dat de Amerikaanse supermacht een elektriciteitsinfrastructuur heeft van een derde wereld-land. Ze vergeten daarbij wel dat in Californië, waar ze de gouverneur leverden, de elektriciteit is verkocht aan de privésector, met grote stroompannes tot gevolg.
Nood aan een anti-kapitalistisch alternatief
Op het altaar van de winsten offert dit systeem de levensnoodzakelijke behoeften van de bevolking op, zowel in Irak als in de VS. Steeds meer wordt men zich bewust dat datzelfde systeem oorlog en terrorisme in zich meedraagt. Het bewijs dat de VN een diplomatiemachi-ne is waar de westerse mogendheden gebruik van maken wanneer het hun goed uitkomt, is in deze oorlog op een pijnlijke manier geleverd. Onder invloed van de algemene sociale strijdbewegingen zullen de ordewoorden van de beweging radicaliseren en zal het zelfvertrouwen toenemen. Een antikapitalistisch program-ma zal in een eengemaakte strijd van de sociale en antimilitaristische bewegingen een groot gehoor vinden. Het is dit spook dat Bush, Blair, Verhofstadt en co nog het meeste schrik aanjaagt.
Emiel Nachtegael