De arbeidersklasse en de socialistische revolutie

Hoe de samenleving veranderen? Wat is de rol daarbij van de arbeiders? Hoe kunnen we de link leggen tussen radicaliserende jongeren en de arbeiders? Hoe kunnen we ons op een democratische en efficiënte wijze organiseren? Dat zijn een aantal belangrijke vragen waarop wordt ingegaan in een aantal artikels die vandaag en morgen op deze site verschijnen.



Burgers of arbeiders?

Sinds de val van de Muur in 1989 hoort men vaker mensen uit de linkerzijde spreken over "burgerschap", "burgers", en zelfs "de burgerbeweging". Wat moet men hierover denken? Tijdens de Franse Revolutie (1789 tot 1793) had het woord "burger" een echt revolutionaire betekenis. Het betekende dat iedereen dezelfde rechten had. In tegenstelling tot de wetten van het Ancien Régime, dat voorrechten aan de adel toekende, verdedigde de Franse Revolutie de idee dat alle mensen vrij en gelijk geboren worden.

Natuurlijk gaat het om een gelijkheid in recht en niet in de sociale voorwaarden. En iedereen weet dat als je bijvoorbeeld op het vlak van de rechtspraak "de vrijheid" hebt om een zaak aan te kaarten... je daarvoor de middelen moet hebben om een goede advocaat te betalen.

Dit neemt niet weg dat in 1789 deze formele gelijkheid noodzakelijk was voor de burgerij om de adel omver te gooien en zich meester te maken van de politieke macht. Maar ook om zaken te kunnen doen door de ontwikkeling van handel en industrie en dit het "vrije ondernemen" te kunnen noemen.

In 1848 toonden Marx en Engels in het Communistisch Manifest aan dat in de geschiedenis van de mensheid sociale klassen bestonden en dat de strijd tussen deze klassen de motor van de geschiedenis is. De onderdrukte klasse strijdt om de heersende klasse omver te werpen. Dat is wat er tijdens de Franse Revolutie gebeurde, toen de burgerij de adel heeft geëlimineerd. Dit is ook wat zich bij een socialistische revolutie zal voordoen, waarbij de arbeidersklasse (de loontrekkenden) op zijn beurt de burgerij zal omverwerpen.

De arbeiders vertegenwoordigen een aanzienlijke kracht: zij laten de fabrieken draaien, produceren de energie en laten de treinen rijden. Zij verdelen de post, bakken het brood en produceren de wapens. Zij waarborgen de verdeling van water, gas en elektriciteit. Georganiseerd, kunnen ze, door de algemene staking, het kapitalisme verlammen en de bestaande macht in vraag stellen.

Het volstaat om de huidige sociale strijd in Europa (die van de werknemers van de openbare sector in Frankrijk, de staking van de Britse brandweerlieden) en de bewegingen die er waarschijnlijk zullen komen (het spoorpersoneel in België, de arbeiders in Duitsland) te bekijken om de actualiteit van de klassenstrijd te zien. Om nog niet te spreken van de algemene stakingen in Italië of Spanje tegen het beleid van Berlusconi en Aznar. De burgerij beeft bij het idee dat de arbeiders hun strijd op een Europese schaal zouden kunnen coördineren.

Op het moment dat het kapitalistisch project van de EU uitgebreid wordt met 10 nieuwe landen uit Oost-Europa, is de klassenstrijd nooit zo actueel geweest. Degenen die, na de val van de Muur, verkozen om niet meer over "arbeiders" maar over "burgers" te spreken, hebben - van 1989 tot 1789 - een sprong van twee eeuwen terug in de geschiedenis gemaakt.


Guy Van Sinoy