De arbeidersklasse en de socialistische revolutie
Hoe de samenleving veranderen? Wat is de rol daarbij van de arbeiders? Hoe kunnen we de link leggen tussen radicaliserende jongeren en de arbeiders? Hoe kunnen we ons op een democratische en efficiënte wijze organiseren? Dat zijn een aantal belangrijke vragen waarop wordt ingegaan in een aantal artikels die gisteren en vandaag op deze site verschijnen. |
De ervaring van mei ‘68 is rijk aan lessen. De massa’s (de arbeiders en de schoolgaande jeugd) in algemene staking bezetten de straten en de fabrieken, de traditionele leiding van de arbeidersbeweging werd verrast voorbijgestoken door de spontaniteit van de massa’s, de macht van de burgerij was verlamd,… In een woord: de situatie was revolutionair.
Omwille van de afwezigheid van een revolutionaire partij, echter, die in staat was om de kop van de beweging te nemen en ze naar een overwinning van de revolutie te leiden, viel de algemene staking stil, ging ze achteruit en nam de burgerij uiteindelijk het initiatief om de staking te beëindigen met de hulp van de leiding van de reformistische arbeiderspartijen en de vakbonden, die doodsbang waren voor de revolutie.
Dit is de fundamentele reden waarom een revolutionaire massapartij absoluut noodzakelijk is om een revolutionaire situatie om te zetten in een revolutionaire overwinning. Zo’n partij moet goed ingeplant zijn onder de arbeiders en in de bedrijven. Zoniet kunnen de vakbondsbureaucraten erin slagen om, zoals in mei ’68, een "cordon sanitaire" te vestigen rond de bedrijven. De arbeidersklasse heeft een centrale rol in de revolutie omwille van de plaats die ze inneemt in de productie.
Maar zo’n partij moet ook massaal vertegenwoordigd zijn bij de studerende jeugd, omdat zij in het algemeen openstaan voor nieuwe ideeën en klaarstaan voor verandering. De eenheid van arbeiders en studenten kan zich uitdrukken in de strijd als, langs de ene kant, de arbeiders zich bevrijden van de bureaucratische controle van de vakbondsleiding en, langs de andere kant, de studenten zich ontdoen van hun kleinburgerlijke vooroordelen - die hen presenteren als een "elite".
De toekomstige leiders van de burgerij - op politiek, economisch en gerechtelijk vlak - zitten nu nog op de banken van de universiteit. Langs de andere kant zal het merendeel van de studenten deel uitmaken van de loontrekkenden. In een periode van economische crisis vertrekt een deel van gediplomeerde studenten rechtstreeks van de schoolbanken naar het stempellokaal, zeker als ze geen familiale relaties hebben om hen "een plaats onder de zon" te geven.
Het merendeel van de studenten heeft er dus belang bij, ook om hun onmiddellijke belangen te verdedigen, om zich te verbinden met de arbeiders. Het kan zijn dat de weg naar de oprichting van een revolutionaire, marxistische massapartij enkele omwegen maakt. De brede lagen van de arbeiders twijfelen nog aan de noodzaak van een socialistische revolutie. Ze willen zich ongetwijfeld eerst organiseren in een strijdbare arbeiderspartij die enkel hun onmiddellijke belangen verdedigt, en die breder en minder radicaal is dan een revolutionaire partij.
Marxisten moeten deze ontwikkeling mee doorlopen en moeten deelnemen aan het opzetten van zo’n brede arbeiderspartijen, om de arbeiders de mogelijkheid te geven om hun eigen ervaringen op te doen. Maar de marxisten mogen zich nooit ontdoen van hun vrije meningsuiting (mondeling en schriftelijk), noch van het recht om zich te organiseren als marxistische stroming binnen een bredere partij. Zoniet zal de kans om de beste elementen binnen een bredere partij te winnen, in het vooruitzicht van de socialistische revolutie, van in het begin verloren zijn.
Arbeidersdemocratie: Een cruciale kwestie
De mogelijkheid om een revolutionaire situatie, zoals mei ’68, om te zetten in een revolutionaire overwinning (in staat om de basis te leggen voor een nieuwe, socialistische maatschappij waar geproduceerd wordt voor de noden van de bevolking en niet de winsten van een minderheid van kapitalisten) hangt niet alleen af van het bestaan van een consequente revolutionaire partij. Het is ook cruciaal verbonden met het vermogen van de arbeiders om zich te organiseren in democratisch verkozen stakerscomités - inclusief permanente afzetbaarheid - die in de algemene staking worden georganiseerd en de taken op zich nemen die normaal door de burgerlijke autoriteiten worden vervuld (controle over de wegen, de voedselvoorraad, de TV, etc.).
Zo’n situatie van dubbele macht duurt echter niet lang: ofwel slagen de arbeiders erin de volledige macht in handen te nemen, ofwel overwint de contrarevolutie. Het is op deze manier dat de Oktoberrevolutie van 1917 is verlopen, in zeer ongunstige omstandigheden, aangezien de arbeidersklasse in de minderheid was in het land en een belangrijk deel van de bevolking nauwelijks ontwikkeld was.
De revolutionaire crisis zal zich vandaag in veel gunstiger omstandigheden voordoen: met ontwikkelde jongeren, met sterk geschoolde arbeiders die gebruik maken van hoogstaande communicatiemiddelen (internet, GSM, computers,…) Dit zijn belangrijke elementen. Maar de absolute voorwaarde voor een overwinning van arbeiders en jongeren is het bestaan van een revolutionaire, marxistische massapartij.
Guy Van Sinoy