Het Britse en Amerikaanse imperialisme zijn erin geslaagd om Irak te bezetten. Op dit moment is nog niet duidelijk hoeveel slachtoffers deze oorlog heeft gemaakt en wat de volledige sociale, politieke en economische gevolgen zijn. De plunderingen, het machtsvacuüm in Irak en de bedreigingen aan Syrië voorspellen weinig goeds. Net zoals 11 september een tijdelijke terugslag betekende voor de antiglobaliseringsbeweging, heeft ook nu het officiële einde van de oorlog een impact op de anti-oorlogsbeweging.
Op het moment dat het Amerikaanse leger de laatste Iraakse steden innam, betoogden op 12 april echter nog tienduizenden tegen de oorlog. In Barcelona en Madrid kwamen samen 300.000 mensen op straat. In Rome waren er 500.000 betogers. Ook in Londen, Parijs, Barcelona, Washington en India betoogden enkele tienduizenden tegen de oorlog.
Er waren slogans “tegen een eindeloze, permanente en globale oorlog”. In Spanje was het protest vooral gericht tegen de regeringspartij, die volop de oorlog steunde. Er werd om het ontslag van premier Aznar geroepen. Wij moeten hieruit onze lessen trekken: bij velen is het anti-oorlogssentiment - ondanks de neergaande faze van de beweging in veel landen - nog steeds aanwezig. Ons land heeft een hypocriete regering en de VS is niet van plan om Irak snel te verlaten.
De komende periode moeten we de discussie verder voeren over welke weg vooruit. Het kapitalisme verkeert in een zware economische crisis en zal tot nieuwe oorlogen leiden. Om in volgende bewegingen sterker te staan, hebben we nood aan de opbouw van een sterke linkse strijdpartij.
Voor zijn oorlogspolitiek heeft Bush nog 70% steun. Economisch gezien is echter nog slechts 44% akkoord met zijn beleid. In februari en maart verloren in de VS 470.000 mensen hun job. De economische crisis en de daaruit volgende aanvallen op de levensstandaard zullen blijven voortduren. Ook in Europa. De strijd tegen deze aanvallen maakt voor ons deel uit van het verzet tegen oorlog en kapitalisme. Willen we de beweging op een hoger niveau tillen, dan moeten we ons richten op de georganiseerde arbeiders, die een enorme kracht kunnen uitoefenen (bijv. de spoorwegarbeiders die wapentransporten tegenhielden). Er moet ook een politiek verlengstuk komen voor de beweging: daarvoor is een partij noodzakelijk die in de verkiezingen de hypocrisie van de regering blootlegt en die een consequente anti-oorlogspolitiek voert.
De LSP wil in de anti-oorlogscomités discussie voeren over de vooruitzichten voor Irak en de anti-oorlogsbeweging. Een boycot van Amerikaanse producten, bijvoorbeeld, is volgens ons niet de beste strategie. Het drijft een wig tussen de beweging en die arbeiders in de VS die ook tegen de oorlog waren gekant. Met de LSP willen we de komende bewegingen versterken op basis van een duidelijk programma, in de verkiezingen en op straat.
> Tegen de bezetting van Irak
> Britse en Amerikaanse troepen uit Irak
> Laat de Irakese en Koerdische bevolking hun toekomst beslissen
> Geen privatisering van de olie- of andere industrieën
> Voor een democratisch socialistisch Irak
Koen Vanbrabandt