Roze zaterdag: reden om te feesten?

Dit jaar kunnen voor het eerst de bruidstaarten aanrukken. Samen met de anti-discriminatiewet vormt het homohuwelijk immers de aanleiding tot het plechtig verklaren dat discriminatie van homoseksuelen iets van het verleden is. Laat ons stoppen met het zelfbeklag.

Door Bart Van Tieghem, Links en Holebi

Vraag is uiteraard of die stelling wel klopt. We zien hoe de lijst van discriminaties meegedeeld aan het Meldingspunt Discriminatie steeds toeneemt. De voorbeelden gaan van politiepesterijen tot bedreigingen en openlijk homofobe uitspraken in schooltijdschriften en zelfs in de Antwerpse gemeenteraad (door Blok-voor-mannen).

De homo-identiteit en de openlijke homo-gemeenschap werd gevormd in de lange naoorlogse economische bloei, die aan grotere groepen financiële onafhankelijkheid bood en dus ook de mogelijkheid om buiten de norm van het burgerlijke gezin te treden. Samen met een massale strijd voor erkening in de jaren ’60 en ’70 leidde dit een grotere openheid binnen de samenleving. Sinds ’75 gaat het echter economisch de andere kant op en overal zien we opnieuw oproepen opduiken voor het herstel van de maatschappelijke orde en dus ook het gezin als sociale instelling waarbinnen de sociale kosten individueel worden gedragen en waarbinnen maatschappelijke discipline – lees: het aanvaarden van de bestaande situatie – wordt aangeleerd.

Desondanks merken we dat de homo-organisaties een puur reformistische agenda nastreven en niet spreken over fundamentele veranderingen die een echt einde kunnen maken aan discriminaties. Zo kunnen bijvoorbeeld huisbazen enkel discrimineren als er onvoldoende woningen zijn. Zo kan een individueel recht op sociale zekerheid, losgekoppeld van de gezinssituatie, garanderen dat iedereen in vrijheid, want financiële onafhankelijkheid, kan beslissen over het al dan niet verderzetten van een seksuele relatie.

Vandaag zien we integendeel dat de homo-organisaties zich inschakelen in de staat zelf en vanuit die functie hun basis homofobe wetten doen slikken, zoals het homohuwelijk. Binnengehaald als een grote overwinning, houdt het evengoed de erkenning in dat homoseksuele koppels geen recht op adoptie of kinderhoederecht kunnen opeisen. Bovendien leidt de commerciële homoscène ertoe dat minder verdienende holebi’s eruit buitengesloten worden.

Hun strategie is die van de coulissen, van de koffietafels met gevestigde politieke partijen. Om reëel tot verandering te komen, zou integendeel een strategie moeten uitgewerkt worden die holebi’s verenigt in een strijd voor volledige gelijke rechten en kansen. Bovendien moet hierbij aansluiting gevonden worden bij andere bewegingen die strijd voeren voor maatschappijverandering. Wie de geschiedenis erop nakijkt, zal merken dat geen enkele werkelijke vooruitgang werd geboekt zonder een min of meer massale betrokkenheid in de strijd.

We denken dus dat de euforie rond de vandaag behaalde “stappen vooruit” misplaatst is en dat de homo-beweging zich moet inschakelen in de verdediging van de verworven levensstandaard van de werkende klasse én een stap verder moet gaan in het streven naar een samenleving met een werkelijk bevrijde seksualiteit en een werkelijk bevrijde cultuur. Dit kan volgens ons niet binnen het bestaande maatschappelijke bestel.

Links en Holebi, de holebi-werking van LSP/MAS, wil een programma voor structurele verandering verdedigen binnen de holebi-gemeenschap – én een strategie uitwerken om tot die verandering te komen.