Voor de verkiezingen van 18 mei presenteert de LSP een lijst van arbeiders en jongeren die actief bouwen aan een socialistisch alternatief. Syndicalisten kunnen het politieke terrein niet naast zich neerleggen. Ook daar is het belangrijk om elk middel, zoals deelname aan verkiezingen, aan te grijpen om de afbraakpolitiek van de patroons tegen te gaan. Jo Coulier, ABVV-hoofddelegee aan de VUB en reeds jarenlang LSP-lid, legt uit wat de werksituatie is aan de VUB en waarom hij opkomt als LSP-kandidaat (als 2e kandidaat op de kamerlijst in Oost-Vlaanderen en als 1e opvolger voor de Senaat).
Hoe ben je begonnen met je syndicale werking?
|
Jo: “Ik ben nu 22 jaar actief in de vakbond. Eerst bij ABVV-jongeren, een jaar later werd ik politiek actief bij de Jongsocialisten. Via de marxistische tendens binnen de SP werd ik lid van wat vandaag de LSP is. Aan de VUB zelf ben ik sinds ’95 betrokken bij de vakbondswerking.”
“In ’91 werd aan de universiteit het decreet-Coens doorgevoerd. Opleidingen die niet het vereiste aantal studenten hadden, werden niet meer gefinancierd. De VUB heeft die toch in stand gehouden. Maar zonder middelen, wat leidde tot een verhoogde werkdruk en door te besparen op personeel, o.a. door gepensioneerden niet te vervangen.”
“De VUB werd toen ook ‘gered’ door de goede beursjaren van de jaren ’90. Uit de financiële opbrengsten van beleggingen konden ze 100 jobs financieren. Die zeepbel is vandaag echter doorprikt. Met de Bologna-hervormingen dreigt een nieuwe rationalisering: het financieringsmechanisme werd tot 2007 bevroren. Mogelijk wordt elke student evenveel gefinancierd, wat voor een kleine universiteit - met dezelfde basiskosten om een richting te organiseren - natuurlijk een probleem is. Vandaag al hangen er ons zware herstructureringen boven het hoofd. Het is nog onduidelijk over hoeveel mensen het zal gaan. Het personeel wordt aangemoedigd om vrijwillig op te stappen, er worden ontslagvergoedingen aangeboden,...”
“Sinds ’95 hebben we de syndicale werking aan de VUB stilaan heropgebouwd. We zijn terug begonnen met informatie te verspreiden via een nieuwsbrief voor het personeel. Het ABVV won opnieuw aan krediet. Die krachtsverhouding zal nodig zijn om de besparingen tegen te houden.”
Waarom vind je het belangrijk om als syndicalist op de LSP-lijst op te komen?
Jo: “De verkiezingen zijn belangrijk om duidelijk te maken wat mijn politieke ideeën zijn. Velen wisten wel dat ik links ben, maar dachten dat ik een linkse SP-er was. Dit is de gelegenheid om mij naar een breder publiek als lid van de LSP te profileren. Politieke tegenstanders als de liberalen en directieleden hebben mij al als “communist” bestempeld. Dit is de ideale gelegenheid om de puntjes op de i te zetten. Ik heb dan ook een pamflet verspreid over mijn politieke en syndicale achtergrond, over waarom ik niet langer actief ben bij de SP.a en waarom we met de LSP aan de verkiezingen deelnemen.”
“Ik heb voor de verkiezingen, op basis van discussies met individuele collega’s, ook een 150-tal peterslijsten opgehaald. Met ALS hebben we daarvoor stands gezet aan het restaurant. In totaal haalden we alles samen een 500-tal handtekeningen op. De meeste collega’s zijn bereid om te tekenen: omdat ze vinden dat we dat democratisch recht moeten hebben, maar dikwijls ook omdat ze een nieuwe linkse lijst positief vinden. Er is veel interesse in onze ideeën: ik doe altijd wel een korte babbel over de LSP bij het ophalen van de peterslijsten. Eigenlijk heb ik tijd te kort om iedereen te bereiken, want we hebben 2500 personeelsleden. Een aantal mensen zei me ook dat ze voor mij gingen stemmen.”
“Vooral bij de logistieke diensten merk je dat velen niet meer zouden gaan stemmen als er geen stemplicht bestond. Het gevoel is dat er geen partij meer bestaat voor de gewone arbeiders. Na discussie tekenen de meesten echter wel, omdat ze mij kennen als syndicalist. Onze grootste tegenstrever is de politieke onverschilligheid, nog meer dan de concurrentie van andere partijen. Dit is het gevolg van jarenlange teleurstelling in de traditionele politici. We moeten aantonen dat wij in de praktijk het verschil kunnen maken. Aan de VUB zijn wij trouwens de enigen die een echt inhoudelijke campagne voeren, om mensen te overtuigen van een echt socialistisch alternatief.”