De politici en de sluiting van Cockerill

De aankondiging van de sluiting van de warme fase van Cockerill tegen 2005 is een sociaal drama voor de regio. Het is bovendien slecht nieuws op het verkeerde ogenblik, zo kort voor de verkiezingen, voor de politici.

Door Guy Van Sinoy

Serge Kubla (MR), Jean-Claude Van Cau (PS), Laurette Onkelinx (PS), Michel Daerden (PS), Didier Reynders (MR) en co hebben zich allen gehaast om hun “verontwaardiging” uit te drukken over het feit dat Arcelor de getekende akkoorden over de modernisering van de hoogovens in Luik niet nakomt. Sindsdien heeft Arcelor laten weten niet meer te willen investeren in de warme fase van haar continentale staalbedrijven in Europa.

Voor Luik betekent dat het verdwijnen van de cokesfabriek van Seraing, van de twee hoogovens van Ougrée en Seraing en van de staalfabriek en de warmwalserij van Chertal. Bijna 2.000 arbeiders die in productie werken zijn direct betrokken. Daarbij komen nog eens een 500-tal loontrekkenden die werken in de gemeenschappelijke activiteiten van de warme en de koude fase (energie, onderhoud, tuinmannen, administratie, commerciële diensten,…). Deze cijfers betreffen enkel diegenen die direct betrokken zijn. Daarbij komen nog eens meer dan 5.000 jobs bij onderaannemers. Er werken maar liefst 1.000 bedrijven voor Cockerill Luik: de NMBS, Somef (waterwegen), de steengroeve van Dumont-Wauthier,…

Dat allemaal zonder de duizenden jobs die verloren zullen gaan in handelszaken en horeca mee te tellen. Kortom, 10.000 gezinnen zullen door de sluiting geraakt worden, en dat terwijl de werkloosheidsgraad in de regio 22% bedraagt en 27% in Seraing!

Didier Reynders haastte zich om te benadrukken dat de “verkiezingscampagne daar niet moet op inspelen”. Met andere woorden, alle traditionele partijen zullen zich inhouden omdat ze uiteraard een grote verantwoordelijkheid hebben in het drama. Die verantwoordelijkheid gaat al tientallen jaren terug, allen hebben ze de verschillende herstructureringen van Cockerill mee goedgekeurd: de aankoop van Cockerill door het Waals Gewest aan een veel te hoge prijs in de jaren ’80 (waarmee Albert Frère een fortuin heeft opgebouwd), de maneuvers van Davignon, het plan Gandois, de verkoop van Valfil (één van de modernste staaldraadtrekkerijen ter wereld die slechts enkele weken in gebruik geweest is), de doorverkoop van Cockerill Sambre aan Usinor voor een appel en een ei.

De geschiedenis van de relatie tussen de Waalse politici en de staalbaronnen, is er een van herhaalde overdracht van gemeenschapsgeld naar de kluizen van de kapitalisten.

Komt er ooit een dag waarop, zoals bij de schandalige sluiting van Sabena, een parlementaire commissie zal worden opgericht om de bestemming van publieke fondsen aan de staalnijverheid in België te onderzoeken?

Van Cauwenberghe heeft een gespecialiseerde advokatenpraktijk onder de arm genomen om de belangen van de minderheidsaandeelhouders (het Waals Gewest) te beschermen. Onnodig om te zeggen dat zelfs indien zo een juridisch initiatief slaagt (na hoeveel jaar?), er een fundamenteel verschil is tussen de aandeelhouders - zelfs minderheidsaandeelhouders - en de arbeiders.

Voor gewestelijk minister Kubla is Cockerill Luik een vogel voor de kat. Hij stelt al voor dat het Waals Gewest haar minderheidsaandeel in Arcelor verkoopt. Hij zegt aan iedereen die het horen wil dat de luchthaven van Bierset de mogelijkheid biedt tot reconversie voor de ar-beiders van Cockerill. Lulkoek, het is niet omdat de politieke overheden in Brussel met elkaar in de knoop liggen over de nachtvluchten van DHL in Zaventem dat die activiteit zal verhuizen naar Bierset. Bovendien is het personeel dat voor rekening van TNT werkt in Bierset vooral samengesteld uit jongeren van minder dan 25, die ‘s nachts en aan een zeer laag loon werken. Dat komt in het geheel niet overeen met het werk van een staalarbeider. Tenzij Serge Kubla, indien niet herverkozen, eraan denkt zichzelf te “reconverteren” bij TNT.

Indien ze hun broodwinning willen behouden mogen de arbeiders van Cockerill geen enkel vertrouwen stellen in de politici van de traditionele partijen, die jarenlang hebben meegewerkt aan het sociaal drama. De arbeiders kunnen enkel betrouwen op zichzelf: op mobilisatie en solidariteit. De Linkse Socialistische Partij zal ondanks haar beperkte krachten ter plekke aan de kant van de arbeiders staan in hun strijd.