De Ivoorkust was de parel van het oude Frans-Afrikaanse rijk, hét regionale financiële en commerciële centrum (de havens verwerken 60% van de Frans-Afrikaanse handel). In de regio was het een oase van stabiliteit. Dit is verleden tijd.
Door Anja Deschoemacker
Een bedenking: dat de Ivoorkust een van de rijkste Afrikaanse landen is, betekent absoluut niet dat iedereen er rijk is, maar veeleer dat er een enorme kloof tussen arm en rijk is. De meerderheid van de Ivorianen leeft op de armoedegrens. En de plunderingen van de bevolking door het leger hebben alles te maken met de onleefbare soldatenlonen.
Vandaag is het land verdeeld in drie; een deel valt nog onder de autoriteit van de regering en het officiële leger, twee andere delen (de helft van het territorium) zijn in handen van rebellen. De economie en handel van de ganse regio zijn hierdoor geraakt.
De opstand begon op 19 september met een belangrijke muiterij, die een stem gaf aan het ongenoegen van de moslim-bevolking uit het noorden. Symboolkwestie was het verhinderen door huidig president Gbagbo van de kandidaatstelling van de noorderse moslim Outarra bij de vorige verkiezingen, omwille van zijn niet zuiver Ivoriaanse afkomst. Gastarbeid werd in vroeger tijden aangemoedigd. Migranten, vooral uit Mali en Burkina Faso, zijn nu een derde van de bevolking. Met de economische neergang in de jaren '90 begon daar verzet tegen te komen.
Duizenden gastarbeiders zijn reeds naar hun land teruggekeerd, met zware gevolgen voor die landen, gezien hun lonen vaak ganse families onderhielden. In de regeringsgebieden zijn aanvallen op moslims nu schering en inslag.
De rebellen van de MJP (Beweging voor Rechtvaardigheid en Vrede, een fusie van 2 rebellengroepen) grepen tijdens de wapenstilstand hun kans in het tribale thuisland van de voormalige militaire heerser Robert Guei, gedood op dag 1 van de oorspronkelijke muiterij. Zij stellen Gueis dood te willen wreken en krijgen de steun van rebellen uit Liberia en Sierra Leone. Ze voeren een waar schrikbewind.
De Franse troepen vormen een "wapenstilstandlijn" in het midden van het land om er de Franse economische belangen te beschermen tegen het verder oprukken van de rebellen. Frankrijk steunt president Gbagbo en speelt een bemiddelende rol tussen de regering en de rebellen.
Een "akkoord" werd bereikt, dat echter onmiddellijk gecontesteerd werd. Frankrijk werd geacht te "zacht" te zijn voor de rebellen, waarbij een deel van de bevolking illusies koesterde in het VSimperialisme. Een overgangsregering van nationale verzoening wordt opgezet, samengesteld uit de huidige machthebbers, de oppositiepartijen en de rebellen.
Machtsdeling is een beproefd recept, maar de geschiedenis toonde telkens dat het niet leidt tot een vermindering van de nationale spanningen, integendeel. De etnische verdeling is nu een voorwaarde geworden voor de macht van de diverse groeperingen.
Noch de regering (Gbagbo's partij is onderdeel van de sociaaldemocratische internationale), noch de oppositie-partijen, noch de rebellen streven verbetering van de levensomstandigheden van de brede bevolking na. Allemaal surfen ze op nationalistische propaganda, die voor de eigen groep een groter deel van de koek opeist. Machtsdeling zal ook niets veranderen aan de plundering van de bevolking door de onderbetaalde militairen en hun eigen elites, noch aan de wanhopige economische toestand.
Voor alle betrokken krachten is de bevolking slechts een speelbal, die gemanipuleerd en geïntimideerd moet worden om hun eigenbelang te dienen. De Ivoriaanse arme bevolking kan niet rekenen op het leger, noch op die partijen die verbonden zijn met de belangen van het vooral Frans kapitaal in het land. Toen midden februari 2002 in het land een reeks stakingen uitbrak in de openbare diensten en de katoenindustrie rond looneisen en eisen omtrent de arbeidsomstandigheden, konden ze op geen enkele politieke steun rekenen.
Het is een lange weg, maar om tot verandering te komen, zullen de Ivoriaanse arbeiders zich moeten organiseren en eenheid zoeken over de etnische grenzen heen. Zolang de arbeiders hun politieke onafhankelijkheid niet hebben verworven, is binnen de huidige situatie enige verbetering van hun levensomstandigheden totaal uitgesloten.