Blijvende instabiliteit in Rusland en Tsjetsjenië

Stuk gebombardeerde steden, vluchtelingen die doelloos ronddolen, blind geweld dat hoofdzakelijk onschuldige mensen treft,... Wie de beelden uit Tsjetsjenië bekijkt, krijgt een ongemakkelijk gevoel van herkenning. De gelijkenissen met de situatie in Kosovo, nog niet zo lang geleden, zijn opvallend. Saddam Hoessein in Irak, clan-gevechten in Somalië, racistische slachtpartijen in Rwanda, recentelijk de oorlogen in Kosovo en Oost-Timor,... De jaren '90 hebben de beloftes van de westerse leiders na de val van het Oostblok niet ingevuld. Er kwam geen periode van groeiende vrede en welvaart, een nieuw tijdperk waarin een meer harmonieuze wereldgemeenschap in de richting van "markt" en "democratie" zou blijven evolueren, zonder op haar weg geconfronteerd te worden met fundamenteel onbeheersbare problemen.

De landen uit Oost-Europa werden door de burgerlijke pers "communistisch" genoemd, maar waren stalinistische karikaturen waar een beperkte elite alles voor het zeggen had. Ze waren het directe tegendeel van echte arbeidersdemocratie, de radendemocratie in wijken en bedrijven die gedurende de aanvangsperiode van het Sovjet-regime tijdelijk had bestaan.

Wat hebben de herinvoering van "markt" en "democratie" landen als Tsjetsjenië gebracht? Voor de Russische regering en massa-media is de zaak simpel: de Europese beschaving dient tegen losgeslagen Islam-fundamentalisten te worden beschermd. De verschrikkelijke bomaanslagen in enkele Russische steden - waarvan nu openlijk wordt gesuggereerd dat ze wel eens het werk van Jeltsins geheime diensten zouden kunnen zijn - waren uiterst geschikt om de geesten onder de Russische bevolking voor een nationalistisch offensief warm te maken. In de praktijk zitten de zaken complexer in elkaar.

Sinds de nederlaag van het Russische leger in '96 in Tsjetsjenië, waar een bloedige oorlog aan voorafging die tienduizenden het leven kostte, leeft het gebied onder de islamitische "sjaria"-wet. Tsjetsjenië draagt echter elementen uit het verleden met zich mee: vrouwen weigeren de sluier te dragen en zelfs een fundamentalistische guerilla-leider als Basajev wil daar niet te hard op aandringen.

De situatie in Tsjetsjenië is direct verbonden met de herinvoering van het kapitalisme in Rusland. De oorlog brak uit omdat Rusland zijn controle wil behouden over een strategisch en economisch belangrijke oliepijplijn in het gebied. Daarnaast gebruiken de Russische nieuwe rijken - de grens tussen kapitalisten, politiekers en maffiosi is soms flinterdun - de regio om er het geld te spenderen dat ze van de rest van de samenleving hebben geroofd.

De recente verkiezingen in Rusland waren een belangrijke factor in de timing van het conflict: de door de media opgezweepte nationalistische gevoelens - beelden van Russische oorlogsslachtoffers werden zorgvuldig van het scherm geweerd, de bevolking wordt het gevoel aangepraat dat de regering zich eindelijk eens dominant en doortastend toont - leverden de Russische premier Poetin een klinkende overwinning op.

Tegenover de belangen van het Russische kapitalisme staan de werkloosheid, armoede en bitterheid die veel Tsjetsjenen aan de oorlog van '94-'96 overhielden. Een gedeelte gaf zich over aan gewapende bendevorming: Russische en westerse zakenmensen werden gegijzeld in ruil voor losgeld. Bij gebrek aan een alternatief probeerden islam-fundamentalisten als Basajev en Chataab - met steun van gelijkgestemde geloofsgenoten als de terroristenleider Osaman bin Ladin - in te spelen op het gevoel dat de religieus onpartijdige staat geen oplossing bood voor problemen als armoede en criminaliteit. Hoewel nog steeds een betrekkelijk kleine minderheidsstroming (ongeveer 10%), is er een groei van islam-fundamentalistische ideeën. Dit als reactie op wat werd gezien als het "wetteloze" kapitalistische Tsjetsjenië. Het arrogante en autoritaire gedrag van gewapende "Islam-strijders" als Basajev maakt de guerilla-eenheden echter weinig populair. In feite is Basajev een schurk die de islam gewoon gebruikt als dekmantel voor zijn meer of minder criminele activiteiten.

Met hun brutale machtsvertoon willen de Russische militairen een deel van het verloren gezag herstellen. Niet alleen tegenover de Tsjetsjenen maar ook tegenover het imperialistische westen, dat aast op een strategisch en economisch interessante poot in de regio. Diezelfde westerse grootmachten hebben tegen de weinig selectieve luchtbombardementen van de Russische legerofficieren maar weinig in te brengen. Wat hebben zij een half jaar geleden in ex-Joegoslavië anders gedaan?

Bovendien heeft de recente stijging van de olieprijzen de regering Jeltsin een ademruimte van meer dan 50 miljard fr. per maand bezorgd. Daardoor konden Jeltsin, Poetin en de generaals tijdelijk hun afhankelijkheid van het westen temperen - denk aan de invloed van de westerse grootmachten in het IMF - en de oorlog financieren. In de aanloop naar de verkiezingen werden ook een aantal achterstallige lonen uitbetaald.

Desalniettemin kunnen de Russische generaals er niet echt op hopen de situatie in Tsjetsenië volledig te stabiliseren. De Tsjetsjeense rebellen kunnen zich nog altijd terugtrekken in de bergen, wat het perspectief opent van een uitgerokken guerilla-oorlog naar het model van Afghanistan. Naarmate er meer doden vallen langs Russische zijde en de bevolking gaat inzien dat een snelle overwinning er niet meteen inzit, zal de steun voor de machtspolitiek van de Russische regering meer en meer verdampen. Het blijft afwachten hoe de militairen, eens geproefd van een bijna onbegrensde willekeur in het voeren van de oorlog, zich achteraf op het thuisfront gaan gedragen. In Moskou wordt er openlijk over het perspectief van een trend naar bonapartisme gespeculeerd: een sterke leider die balancerend tussen de klassen orde op zaken stelt.

Het CWI en haar Russische sectie komen op voor het recht van de Tsetsjenen om hun eigen lot te bepalen. Een fundamentele oplossing kan er echter alleen maar komen wanneer komaf wordt gemaakt met het beleid van de reactionaire, pro-kapitalistische krachten in Rusland zelf en de deelrepublieken. Enkel een vrijwillige federatie van socialistische staten in Rusland, Tsjetsjenië en de andere republieken in de Kaukasus is in staat om echte vrede, welvaart en democratie in de regio te verzekeren. Onze Russische kameraden zijn daarom vast van plan om hun campagne voor de creatie van een onafhankelijke arbeiderspartij die rond deze thema's actie kan voeren, in de directe toekomst op te drijven.

1