| Sociale uitkeringen: |
De betoging van 20 mei, georganiseerd door de drie syndicale organisaties en talrijke verenigingen, verzamelde meer dan 20.000 mensen in het centrum van Brussel. Het platform bestond uit volgende punten: terug naar de jaarlijkse aanpassing van de sociale uitkeringen (pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen, bestaansminima, invaliditeitsgelden, ...) aan de loonsverhogingen (een maatregel die in '81 afgeschaft werd), een verhoging van alle uitkeringen met minimum 3% op 1 januari 2002, bijkomende verbeteringen voor de lagere categorieën en ook een verbetering van de terugbetaling van de kosten voor gezondsheidszorgen.
Wat zou die 3% aan koopkracht betekenen? Voor een gemiddeld pensioen van één enkele arbeider (38.401 fr/maand na 45 jaar werk) zou dit een verhoging betekenen van 1613 fr per maand. 3% is dus een zeer matige eis die ons in ieder geval niet voldoende compenseert wat ons afgenomen werd sinds '81. Ondanks het zeer beperkte karakter van de eisen waren de uitkeringstrekkers massaal aanwezig op deze manifestatie. Dit toont aan dat, als de vakbondsleiding had gewild, ze veel talrijker gemobiliseerd zou kunnen hebben, als het haar daadwerkelijk om een echte recuperatie te doen was. De leiding wenste dit echter niet te doen.
Hun doelstelling was om een matige druk uit te oefenen op de regering om "de vruchten van de economische groei beter te verdelen". Het was absoluut niet de bedoeling een beweging uit te bouwen die de regering zou verplichten aan deze eisen te voldoen, laat staan dat ze bereid waren om de regering te doen vallen. De omstandigheden zijn nochtans gunstig: in een aantal bedrijven eisen arbeiders een loonsverhoging bovenop de loonnorm. In de bouwsector hebben de ABVV-arbeiders gestaakt tegen de invoering van interimarbeid (ondanks het feit dat de vakbondsleiding het gebruik van interimarbeid mee had goedgekeurd in het interprofessioneel akkoord). De betoging van 20 mei was een middel van de syndicale leiding om stoom af te laten, maar ook om de arbeiders te responsa-biliseren door hen erop te wijzen dat er mensen zijn die nog armer zijn dan hen. Ook de kopstukken van de traditionele politieke partijen, behalve de liberalen, waren talrijk aanwezig op de betoging: van Elio Di Rupo (PS), Stefaan Declerck (CVP), Joëlle Milquet (PSC) tot Ecolo en Agalev. Als men dat ziet, zou men denken dat geen van deze partijen de laatste 20 jaar deelgenomen heeft aan de verschillende regeringen. Ecolo verdeelde er zelfs een pamflet dat slechts opriep om de laagste uitkeringen op te trekken (wat nog minder is dan waar de betoging voor opkwam).
In de dagen die volgden, heeft de regering laten weten bereid te zijn 10 miljard op te offeren aan de verhoging van de laagste uitkeringen in 2002. Het gemeenschappelijk vakbondsfront rekende nochtans uit dat de maatregelen op zijn minst 60 tot 70 miljard zouden kosten. We zitten dus nog zeer ver van de tegemoetkoming aan de eisen. De uitkeringstrekkers zouden dus tevreden moeten zijn met een aalmoes. Het geld ervoor ontbreekt nochtans niet: men voorziet dat de sociale zekerheid een overschot zal boeken van 30 miljard; de fiscale hervormingen zullen 135 miljard kosten (een maatregel die vooral de hoge inkomens ten goede zal komen) en de fiscale fraude groeit met 600 miljard per jaar.
Op de betoging schreeuwde Michel Nollet op de tribune: "als het nodig is, zullen we terugkomen!". Met alle uitkeringstrekkers en arbeiders die vandaag geïsoleerd het gevecht aangaan in hun bedrijf? En wat als ze je op je woord geloven?
Guy Van Sinoy