| Proces Farmaceutische industrie tegen Zuid-Afrikaanse regering |
In Zuid-Afrika is de levensverwachting van zwarte mannen als gevolg van de AIDS-epidemie gedaald tot 36 jaar. In Botswana is 69% van de bevolking tussen 15 en 49 jaar besmet. De levensverwachting is er gedaald tot 29 jaar. In Brazilië, dat zelf goedkope medicijnen tegen de AIDS-besmetting produceert, is het aantal doden als gevolg van AIDS de laatste jaren gehalveerd.
Verandering van scène: voor een Zuid-Afrikaanse rechtbank troepen een aantal losjes in het pak zittende advocaten van 39 farmaceutische bedrijven samen. De zon schijnt, ze voelen zich loom maar lekker, even dwalen hun gedachten af naar de zonnige vakantie in de Caraïben die ze nog te goed hebben (het kan van hun salaris af),... vooraleer een massa samenstromende betogers voor het Hooggerechtshof van Pretoria hen eraan herinnert waarvoor ze werkelijk zijn gekomen. De advocaten willen de Zuid-Afrikaanse regering de duimschroeven aandraaien. Die voert immers goedkope AIDS-medicijnen uit India en Brazilië in.
Levens redden en het patentrecht van grote farmaceutische bedrijven die poen willen verdienen: het gaat onder het killer kapitalisme dat zich vandaag onbetwist over de hele planeet uitstrekt niet altijd samen. Als de advocaten, met dank aan de Wereldhandelsorganisatie (WHO) die deze patentrechten heeft vastgelegd, hun overwinning thuishalen, is dat een slag in het gezicht voor de 25 miljoen Afrikanen die met het HIV-virus zijn besmet. Enkel 25.000 daarvan hebben momenteel toegang tot AIDS-medicijnen - 0,001% van het aantal dat is besmet.
Zover is het in Pretoria nog niet gekomen. De 39 bedrijven die de Zuid-Afrikaanse regering stokken in de wielen kwamen steken (slechts 5 ervan produceren ook daadwerkelijk AIDS-medicijnen - zeg nu nog eens dat klassesolidariteit niet bestaat), bliezen in het licht van algemeen afgrijzen bij de bevolking een tactische terugtocht. Afrika vertegenwoordigt ook maar 1% in de wereldwijde verkoop van medicijnen.
Een woordvoerder van Bayer motiveerde de gerechtelijke aanval van de farmaceutische industrie als volgt: "Het gevaar is dat het verlies van patenten in HIV alleen de hele HIV-markt kan vernietigen." Het doel van de farmaceutische bedrijven is het maken van winst, niet het genezen van ziekten. Tegen AIDS beschermen, is geen doel op zich. Het is een middel om poen te pakken, ten koste van alles. "Capitalism is sick", kon je op een spandoek in Pretoria lezen.
De WHO, opgericht in 1995, legt handelsprincipes vast die de rijkste landen en de grote bedrijven het beste uitkomen. Geen wonder dat het verdacht snel door de knieën ging om de "intellectuele eigendomsrechten" van de multinationals vast te leggen. Brazilië wordt momenteel door een WHO-commissie onderzocht omdat het de patentrechten zou schenden (het exclusieve gebruik van medicijnen door bepaalde bedrijven). Achter deze praktijken zit in werkelijkheid de Amerikaanse regering en farmaceutische bedrijven als Roche, Merck en Pfizer. Het proces in Pretoria onthulde een industrie en een kapitalistisch systeem dat rot is tot op het bot.
De bedrijven zeggen dat patentrechten noodzakelijk zijn om de kosten van het onderzoek naar medicijnen te betalen. Maar slechts een fractie van de winsten gaat naar onderzoek en ontwikkeling. 4 op 5 werknemers van de gigant Glaxo zijn verkopers van medicijnen. Bazen van farmaceutische bedrijven strijken jaarlijks miljoenen dollars op. Het onderzoek is bovendien sterk gericht op de gezondheidsproblemen in de rijke landen, waar het meeste geld te rapen valt.
Niet alleen goedkope AIDS-medicijnen zijn nodig. Afrika, maar ook de rest van de wereld, heeft massieve investeringen nodig in gezondheidszorg en sociale diensten. Ook in het westen is er een evolutie naar geneeskunde voor degenen die het zich kunnen permitteren. De cruciale kwestie is wie de gezondheidsindustrie bezit en controleert: een handvol winsthongerige kapitalisten of de arbeidersklasse? Enkel de nationalisatie van de farmaceutische industrie onder arbeiderscontrole en -management biedt hiervoor een blijvende uitkomst. De markt moet opgedoekt worden.
Peter Delsing