| Stadsfinanciën |
Met het opstellen van de gemeentelijke begrotingen kwamen diverse dossiers in de pers: het stadsonderwijs (Mechelen, Antwerpen, Gent,...), de spanningen tussen toenmalig minister Sauwens en het Antwerpse college, het voorstel in Mechelen om politietaken aan de privé uit te besteden, het OCMW-dossier,... De steden en gemeenten zien een toekomstige daling van de inkomsten (door de federale belastingsverlaging) én een stijging van hun uitgaven (o.a. door de eenheidspolitie) tegemoet. De ministers die op Vlaams en federaal niveau de belastingen doen dalen, zeggen dan zonder enige schroom: "wie veel wil, moet de burger naar geld vragen" (De Morgen, 23 maart).
De échte discussie gaat hem om hoeveel er waar bespaard moet worden. Het zelfde liedje dat we nu al decennia moeten aanhoren: drastische afbouw van het stadspersoneel (dat nu vrolijk door PWA-contracten wordt vervangen: er was wel werk, maar men wou geen echte lonen uitbetalen), afbouw en privatisering van essentiële diensten aan de bevolking (electriciteitsvoorziening, afvalophaling, lijkenvervoer,...). Dé dossiers die de komende jaren op stedelijk vlak hun beslag moeten vinden, zijn de liberalisering van het water en wat men "de herstructurering van de sociale zekerheid" noemt (o.a. wordt nagedacht over de rol en de werkwijze van de OCMW's die een belangrijke speler op het gemeentelijk vlak zijn).
Naast de besparingsdossiers kwamen de grote steden de laatste tijd vooral in het nieuws met allerlei culturele manifestaties. In Gent, Brussel en Antwerpen stikt het van de opeenvolgende prestige-projecten: een beleid dat vooral geld spendeert aan het lokken van toeristen (met een peperdure renovatie van de binnenstad en verregaande verwaarlozing van achtergebleven buurten) en inwoners met een grotere koopkracht (de "renovatie" van wijken en sociale woningen bijvoorbeeld leidt steeds opnieuw tot het verdringen van de arme bewoners en hun vervanging door mensen die hogere huur-en koopprijzen kunnen betalen).
Wat zijn de taken van een stedelijk bestuur?
De inkomsten van een stad worden in grote meerderheid door de inwoners
geleverd. Men zou dan ook kunnen verwachten dat deze middelen worden
gebruikt om de levenskwaliteit van die inwoners
te verhogen. In de praktijk echter worden slechts kleine delen van
die bevolking op hun wenken bediend: de grote bedrijven, de middenstand.
Een bedrijf heeft een extra straat nodig? Geen probleem. Bedrijven mogen
de lucht en het water vervuilen zoveel ze maar willen terwijl
stadsbewoners "geresponsabiliseerd" moeten worden: aan de overschrijding
van de normen van de Gentse verbrandingsoven werd geen juridisch gevolg
gegeven, evenmin als aan de gaslekken van bijvoorbeeld Kronos, terwijl de
Gentenaars beboet worden als ze het mos niet van de stoep verwijderen. "De
privé doet het zoveel beter", maar heeft niet de wil én het personeel om
de stad proper te houden, dus moet de bevolking het maar zelf doen.
Een ander voorbeeld is de sociale woningenpolitiek. De Morgen bracht in een serie een hoop wantoestanden in deze sector aan het licht: corruptie, fraude, vriendjespolitiek,... Bovenal is het schandalig hoe in sommige sociale woningen omgesprongen wordt met de huurders: vaak worden vrij hoge prijzen gevraagd voor woningen die niet langer gezond zijn om te wonen (kakkerlakken, schimmel, binnenkomend vocht,...). Hier zou het stadsbestuur een rol kunnen spelen - en spelen de politici ook een rol, maar over het algemeen eerder in het belang van de fraudeurs. Ze vinden elkaar overigens terug in dezelfde partijen en anders wel in dezelfde restaurants en cocktailbars.
Hét argument voor de steeds terugkerende besparingsoperaties (waarover niet wordt gesproken in de verkiezingsperiode) blijft in diverse steden en gemeenten de schuldafbouw. Steden als Antwerpen, maar ook Diksmuide, hebben een stevige schuldenlast te tornen. Dat wordt door geen enkele gevestigde partij in vraag gesteld, schulden "moet je nu eenmaal afbetalen", zo luidt het "gezond verstand". De feiten worden hier verdraaid. Waarvoor werden die schulden gemaakt, wie is met het geld gaan lopen? Moet de bevolking decennialang opdraaien voor de min of meer verdoezelde subsidies aan de bouwbedrijven? Ook: wanneer raken die nu eens afbetaald? Wij (de meerderheid van de bevolking) zijn al tientallen jaren aan het besparen, terwijl die banken jaarlijks hun winsten massaal zien toenemen. Zo kan het dat de Antwerpse schuld, die in 1983 70 miljard bedroeg, na jaarlijkse afbetalingen van 2 tot 7 miljard per jaar, vandaag nog steeds 60 miljard bedraagt. Zo kunnen we nog wel een aantal jaar doorgaan! Het resultaat is dat de banken steeds meer winsten boeken, terwijl de bevolking verstoken blijft van degelijke diensten zoals afvalophaling en stadsreining, kinderopvang, sociale woningen,...
In de komende jaren moeten we tegen de verderzetting van deze politiek vechten: het zal niet meer alleen gaan om veel geld voor een vuilniszak, maar ook over te hoge prijzen voor water. Misschien zal voor de armsten onder ons wel een minimumvoorziening voorzien worden, maar wie wil leven onder rantsoenering van water? En wie levert het iets op om mensen dit levensnoodzakelijke goed te ontzeggen? De privé-eigenaars van de bedrijven. Dit zal in de komende jaren in meerdere steden onderwerp van gevechten zijn waar de lokale bevolking en de arbeiders van de betrokken bedrijven tegenover de bazen en de gevestigde politici zullen staan. Het is hierop dat we ons moeten voorbereiden.
Voor de "petite histoire progressive": de Nederlandstalige Vrouwenraad heeft een tip voor de talrijke nieuwe vrouwelijke gemeenteraadsleden. Zij zouden door het opsteken van de vingers moeten reageren op vijf verschillende en vaak voorkomende sexistische gedragingen op de gemeenteraad. Wij zouden hen willen oproepen om werk te maken van voldoende betaalbare kinderopvang, o.a. door het bieden van een werknemersstatuut aan onthaalmoeders en de uitbouw van kwaliteitsvolle gemeentelijke crèches met voldoende (en voldoende betaald) personeel. Niet dat we veel vertrouwen hebben in de huidige vrouwelijke verkozenen om die strijd voor ons te voeren!
Anja Deschoemacker