Silvio Berlusconi, de rijkste man van Italië, wordt de nieuwe premier in Rome. Hij is eigenaar van Fininvest, de tweede grootste holding van Italië. Fininvest overkoepelt zowat 500 bedrijven, waaronder Mediaset dat alle private televisiezenders van het land groepeert. Hij is eveneens eigenaar van AC Milaan, de belangrijkste voetbalclub van het land. De oorsprong van zijn fortuin is zeer gecontesteerd: hij is betrokken in 9 rechtszaken voor corruptie, fiscale fraude, onrechtmatige financiering van zijn partij,...
|
20 juli: massaal anti-kapitalistisch
protest tegen de bijeenkomst
van de G8 in Italië.
Het CWI (Comité voor een arbeidersinternationale), waar Militant Links de Belgische afdeling van vormt zal ook present zijn. We mobiliseren vanuit België. Wie interesse heeft om met ons deze reis aan te gaan, verwittig ons zo snel mogelijk! Het aantal plaatsen is beperkt! |
Nauwelijks 8 jaar geleden heeft Berlusconi een enorme electorale machine opgericht, de Forza Italia! Deze naam is eigenlijk de slogan van de supporters van AC Milaan! Het is niet echt een partij; er was bijvoorbeeld nooit een oprichtingscongres, noch een programma of statuten. De structuur is aangepast aan die van de publiciteitsfirma van Berlusconi, Publitalia. Het is de televisie in dienst van Berlusconi die Forza Italia! gelanceerd heeft en het is Fininvest dat instaat voor de financiering.
Die verkiezingsmachine had Berlusconi in 1994 al korte tijd aan de macht gebracht. Hij werd toen verjaagd door de Italiaanse arbeiders en de corruptieschandalen. Vandaag keert hij terug om verder te zetten wat hij 7 jaar geleden is begonnen: de sociale zekerheid ontmantelen, de lonen afbouwen en de arbeidscondities terugdringen.
Om de verkiezingen te winnen heeft hij zowat het hele medialandschap gedomineerd, niet enkel ten koste van zijn tegenstanders, maar ook ten koste van zijn alliantiepartners die zich hebben moeten neerleggen bij een ondergeschikte rol. Hij heeft zowat alles beloofd dat maar mogelijk was. Hij beloofde bijvoorbeeld kolossale belastingsvermindering voor de rijksten en enorme openbare werken zonder te preciseren hoe hij dat zal betalen. Hij wil de strijd tegen de criminaliteit en de illegale immigratie opdrijven en tegelijk de feiten waarvoor hijzelf vervolgd wordt legaliseren. Is dit het resultaat van verschillende jaren van anti-corruptiestrijd door de "kleine rechters"? Die demagogische grootspraak dient slechts als rookgordijn voor de aanvallen die hij wil lanceren op de rechten van de arbeiders en hun gezinnen. Berlusconi maakt er geen geheim van het land te willen leiden zoals een bedrijf waarbij de regering dienst doet als beheerraad. Dat betekent dat hij de arbeiders niet met zachtheid zal behandelen. De vakbondsleiders zullen niet veel moeten onderhandelen. Dat allemaal zou wel eens tot massale weerstand kunnen leiden en "il cavalière", zoals Berlusconi wordt genoemd, sneller dan voorzien uit het zadel kunnen lichten.
|
|
De rechtse alliantie, het 'Huis van de Vrijheid' van Silvio Berlusconi (45%), heeft het ruim gehaald op de centrum-linkse Olijfboomcoalitie (33%). Maar is dat echt dé overwinning voor rechts? De Lega Nord van Umberto Bossi verliest de helft van haar stemmen en behaalt nauwelijks 4%. De Nationale Alliantie (AN) van Gianfranco Fini valt terug van 15,7% naar 12%. De Biancafiore, die de rechtse katholieken in 'het Huis van de Vrijheid' vertegenwoordigt, behaalt de 4% niet. Het is enkel de Forza Italia!, de partij van Berlusconi die, met 29,4% van de stemmen, de overwinning van rechts verzekert.
Meer nog dan een overwinning voor rechts bevestigen de verkiezingen van 13 mei vooral de nederlaag van een bepaald soort 'links'.
De internationale pers staat bol van de lofbetuigingen aan de uittredende coalitie. Was het niet Romano Prodi die Italië tot de Eurozone deed toetreden? Die geforceerde koehandel naar de Eurozone was enkel mogelijk door een aanval op de loontrekkenden, de uitkeringstrekkers en de openbare diensten. Zo heeft de uittredende coalitie het onderwijs gesaneerd: de inschrijvingsgelden zijn opgetrokken met 40 tot 70% terwijl de studiebeurzen niet langer afhankelijk zijn van de inkomens, maar van de behaalde resultaten.
De 'linkse' coalitie heeft in feite in schijfjes het besparingsplan doorgevoerd van de eerste regering Berlusconi van 1994. Berlusconi I had geprobeerd een drastisch saneringsplan op te leggen dat onder meer voorzag in de privatisering van de pensioenen. Dat plan stootte op massale mobilisaties van de arbeiders die met miljoenen op straat kwamen. Het land werd lamgelegd door een algemene staking. Verrast door een dergelijk verzet en ondergedompeld onder een reeks corruptieschandalen steeg de spanning binnen de coalitie van Berlusconi, in die mate dat de Lega Nord uiteindelijk met slaande deuren de regering verliet. Berlusconi I hield slechts 7 maanden stand. De 'Linkse' coalitie die de verkiezingen na de val van Berlusconi I had gewonnen deed wat Berlusconi niet kon. Meer moeten we niet zoeken achter de steun van Louis Michel aan de Olijfboom-coalitie en achter de openlijke aanvallen in de Europese pers tegen Berlusconi. De Europese burgerij vreest een herhaling van het sce-nario van 1994, toen de Italiaanse arbeidersklasse de burgerij in het zand deed bijten.
De aanvallen van de Europese burgerij hebben zich vooral geconcentreerd op Umberto Bossi en zijn Lega Nord. Louis Michel heeft hem zelfs verweten een fascist te zijn en de Liga vergeleken met de FPÖ van Jörg Haider in Oostenrijk. De Lega Nord is nochtans veeleer vergelijkbaar met bewegingen als die van Poujade in de jaren '50 of die van Philippe de Villiers in Frankrijk of met de voormalige UDRT in België. Met andere woorden: partijen die de frustraties uitdrukken van de middengroepen die razend zijn over de economische crisis van het kapitalisme. Gesandwiched tussen de arbeidersklasse en het grootkapitaal van banken en industriëlen, eisen zij een verminde-ring van de belastingen, minder solidariteit met de armere regio's, ontvetting van de staat, meer flexibiliteit,... Uiteraard tappen de fascisten uit hetzelfde vaatje. Maar terwijl de fascistische partijen oorlogsmachines zijn die de arbeidersbeweging willen vernietigen, zijn partijen als de Lega slechts verkiezingsmachines. Het geroep en getier van Bossi neemt toe naarmate zijn onmacht toeneemt. De Lega zal even snel verdwijnen als ze ontstaan is. Het is weinig waarschijnlijk dat ze lang zal overleven na haar nederlaag van de 13de mei.
Totaal anders zit het met de Nationale Alliantie (AN) van Gianfranco Fini. Die partij is de rechtstreekse opvolger van de Sociale Beweging van Italië (MSI). De MSI beriep zich openlijk op Mussolini. Geconfronteerd met de strijdbaarheid van de Italiaanse arbeidersklasse, heeft Fini tijdelijk moeten afzien van zijn droom van een grote, massale fascistische partij. Bijgevolg heeft hij een tactische bocht gemaakt naar de parlementaire democratie. Hoewel hij echter is aangesloten bij de alliantie van 'Het Huis van de Vrijheid" van Berlusconi en officieel elke toespeling op het tijdperk van Mussolini heeft uitgegomd, blijft hij toch zijn basis vrij spel geven betreffende haar fascistische overtuiging. Voor deze Italiaanse Mégret gaat het erom de oorlogsmachine op stal te zetten zolang de potentiële kracht van de Italiaanse arbeidersklasse intact blijft... met de bedoeling ze opnieuw buiten te halen wanneer de omstandigheden het zullen toelaten. Veel zal bijgevolg afhangen van de confrontatie die zal plaatsgrijpen tussen de arbeidersklasse en Berlusconi II zodra die probeert zijn anti-sociaal programma door te voeren.
Olijfboomcoalitie en Rifondazione Communista
De Olijfboomcoalitie was aan de macht sinds '96. De belangrijkste partij erin was de DS (Democratisch Links), de meerderheid van de oude PCI, die een politiek voert vergelijkbaar met die van New Labour in Groot-Brittanië. Verder bestond de Olijfboom uit Margherita (een overblijfsel van de christen-democraten), Girasole (groenen en linkse socialisten) en de Pdci (Italiaanse Communisten, een rechtse afsplitsing van de Rifondazione Communista - RC). De Olijfboom werd door de kiezer afgestraft voor haar neo-liberaal beleid. Dat haar nederlaag niet groter was, is uitsluitend te wijten aan het feit dat velen in laatste instantie toch nog Olijfboom gestemd hebben in een poging een terugkeer aan de macht van Berlusconi tegen te houden.
De verrechtsing van de oude Italiaanse PCI leidde in '91 tot een
splitsing, de Rifondazione Communista (RC). Die kende een snelle opgang,
behaalde in april '92 5,2% van de stemmen en in '96 8,6% of 3,2 miljoen
stemmen. Bovendien heeft de RC een mobilisatiecapaciteit die veel groter
is dan alle andere Italiaanse partijen. De RC trad niet toe tot de
Olijfboom, maar steunde die van buiten af. De RC bleef de regering echter
te lang steunen en slaagde er niet in een socialistisch alternatief aan te
bieden. Dit, en de polarisatie tijdens de verkiezingen tussen twee kampen
verklaart de terugval van de partij tot 1,9 miljoen stemmen. Als de RC de
arbeiders mobiliseert tegen de maatregelen van Berlusconi kan de RC van
het socialisme in brede zin een massakracht maken in Italië.