| Openbare diensten: |
Volgens Bolkestein (EU-commissaris voor concurrentiebeleid) moeten er bij de Belgische posterijen nog minstens tienduizend jobs verdwijnen om het tot een concurrentieel bedrijf om te vormen. Deze uitspraak toont duidelijk waar het in Europa om gaat: afbraak van jobs, diensten en arbeidsvoorwaarden in naam van de concurrentie.
door Jo Colier
De oprichting van de EEG (later EU) had de oprichting van een eengemaakte Europese markt tot doel. In de jaren ’50 heerste toen nog een optimisme en een geloof in eeuwdurende economische groei dankzij de stijgende wereldhandel en het wegvallen van handelsbelemmeringen. De Europese eenheidsmarkt zou hierin een locomotiefrol spelen. Vandaag zien we echter dat de Europese eenmaking niet leidt tot meer jobs, maar tot meer afdankingen, afbraak van sociale voorzieningen en arbeidsvoorwaarden en privatisering van de overheidsbedrijven (uiteraard enkel de winstgevende).
De NMBS
De liberalisering van het spoor was één van de eerste stappen inzake privatise-ringen. Een Europese richtlijn bepaalde dat de exploitatie (het rijden) en de infrastructuur (de sporen) gescheiden moesten worden om dan later minstens de exploitatie te privatiseren.
Het snelst en meest verre-gaand gebeurde dit in Groot-Brit-tannië, waar de infrastructuur aan het privé-bedrijf Railtrack in concessie werd gegeven. In ruil voor veel meer overheidssubsi-dies dan toen het nog een over-heidsbedrijf was, diende Rail-track de spoorinfrastructuur te beheren en te onderhouden. Dit gebeurde zo slecht dat het ene na het andere treinongeluk ge-beurde, veelal met dodelijke slachtoffers.
Anderzijds werden wel veel winstuitkeringen uitgedeeld aan de aandeelhouders uit. Kortom, de winsten voor de aandeelhou-ders waren verzekerd, de veilig-heid voor de passagiers niet.
De exploitatie werd overge-laten aan diverse bedrijven die lijnen huren. Ook hier leidde de privatisering tot rampzalige ge-volgen: de vertragingen zijn nooit zo lang en talrijk geweest, de treinticketten nooit zo duur en het comfort in de treinwagons is la-mentabel. De meerderheid van de Britten vraagt dan ook dat het spoor opnieuw genationaliseerd zou worden.
In België schiet het (nog) niet zo goed op met de privatisering. Met uitzondering van de pak-jesdienst (ABX) bleef alles bij het oude, zeer tegen de zin Bolkes-tein. Zo krijgt de Belgische rege-ring de kans zich te verstoppen achter de Europese richtlijn: “we kunnen niets anders dan te pri-vatiseren. Anders zal Europa sancties opleggen.”
Sabena
Met de sancties die de Europese liberale maniakken willen opleggen, hebben we al kennis gemaakt bij Sabena.
Europa verbiedt de Belgische regering om nog geld toe te stoppen op straffe van veroordeling. Dus zal de Belgische overheid Sabena verder privatiseren nadat het bedrijf eerst voldoende gesaneerd werd. Dit betekent afdankingen en verslechtering van de loon- en arbeidsvoorwaarden. Het personeel mag dus opdraaien voor de overcapaciteit in de luchtvaartsector.
De Post en Belgacom
Moeten zo snel mogelijk geprivatiseerd worden. Na de aanstelling van een supermananger kon de voorbereiding bij de Post beginnen. Bij Belgacom deed men het al voor: bijna 10.000 jobs minder en een enorme werkdruk. Hetzelfde wil men bij De Post herhalen om het winstgevend te maken en dan te verkopen.
Men vergeet dat Belgacom en de Post ook een belangrijk so-ciale functie hebben. Iedereen kon aan een redelijke prijs ge-bruik maken van telefonie of postservice. Voor privé-bedrijven gaat de winst voor alles. Wie kan betalen, krijgt een goede service (zoals post binnen de 24 uur); wie niet kan betalen, krijgt een tweederangsbehandeling.
De ASLK
Nergens is de afbraak van de dienstverlening zo duidelijk als bij de voormalige ASLK.
De ASLK werd in de negen-tiende eeuw opgericht met als bedoeling armere mensen de mogelijkheid te bieden te sparen onder zo gunstig mogelijke voor-waarden, zelfs als de klant over weinig geld beschikte.
Na privatisering en samen-smelting met de Generale tot Fortisbank werd de doelstelling zoveel mogelijk winst te maken. Klanten met weinig middelen zijn niet interessant en krijgen dan ook slechtere voorwaarden dan de kapitaalkrachtige klanten (wie veel geld heeft, kan bijvoorbeeld gunstiger lenen dan wie over niets beschikt) of worden in som-mige gevallen zelfs aange-maand om hun rekening op te zeggen. Een onwettige praktijk, maar blijkbaar stoort dat de ban-ken niet, de arme klant kan toch geen rechtszaak starten wegens gebrek aan middelen.
Het is dus duidelijk dat de af-bouw van de openbare diensten nadelig is voor Jan en Mie mo-daal. Voor de kapitalisten is het echter een succesverhaal: ze kunnen in de geprivatiseerde be-drijven formidabele winsten ma-ken op uw en mijn kap.
Na de tweede wereldoorlog is de staatssector geleidelijk aan uitgebreid. Onder druk van het succes van de Oost-Europese planeconomieën en de catastrofale gevolgen van de kapitalistische crisissen en oorlogen in het Westen heeft men sociale vangnetten willen creëren om de ergste gevolgen van armoede op te vangen.
Door de economische groei in de jaren ’50 en ’60 gingen de kapitalisten zelf geloven in de voordelen van staatstussen-komst in sectoren die weinig winstgevend waren of als sociaal vangnet fungeerden. Vanaf de jaren ’70 veranderde dit.
Aanvankelijk dacht men nog de crisis te kunnen opvangen door overheidsinvesteringen. Dit leidde in België tot onder andere een ongekende groei van de tewerkstelling bij de overheid. Maar toen duidelijk werd dat de uitbreiding van het overheids-apparaat geen oplossing was voor de crisis, gooide men het over een andere boeg. De over-heid diende afgeslankt te worden en de privé zou de problemen wel oplossen (“niet u, maar de staat leeft boven zijn stand”, zei Verhofstad in de jaren ’80).
Onder het mom van de “mo-dernisering” wil men nu het per-soneelsbestand inkrimpen om enerzijds te besparen op over-heidsuitgaven en anderzijds om winstgevende taken uit te beste-den aan de privé.
Zo azen de kapitalisten van-daag op het onderwijs. De over-heid geeft hieraan honderden miljarden uit, privé-bedrijven ruiken geld en willen onderwijs tegen betaling aanbieden. Men denkt hierbij aan een voucher-systeem (een soort maaltijd-cheques) die aan iedere burger wordt overhandigd en waarmee je dan lessen kan kopen bij be-drijven.
Hierbij wordt regelmatig verwe-zen naar het Amerikaanse mo-del. In de VS betaal je voor on-derwijs naargelang de instelling: er zijn dure universiteiten en goedkopere waar het gros van de bevolking naartoe moet. Wie een diploma van een presti-gieuze (dure) universiteit heeft, wordt later meer betaald.
Dit is het tegenovergestelde van wat we hier kennen. Sinds de invoering van de leerplicht heeft men er steeds naar ge-streefd om zoveel mogelijk gratis onderwijs te verschaffen. De so-cialisten, maar ook de liberalen en christen-democraten dachten dat een diploma de manier was voor de arbeidersklasse om een beter bestaan te verwerven. Ge-lijke kansen in het onderwijs was het uitgangspunt.
Met de commercialisering zal dit snel verdwijnen en zullen de beste kansen voor de kinderen met de rijkste ouders zijn. De hui-dige president van de Verenigde Staten heeft trouwens zijn Har-vard-diploma verworven dankzij de centen van papa.
Hoe was deze afbouw mogelijk?
De eerste grote poging om de openbare diensten aan te pakken leidde in september 1983 tot een wekenlange algemene staking. De regering was duidelijk geschrokken en nam gas terug. Door de aarzelende houding van de vakbonden werden echter nieuwe aanvallen gepland.
De federalisering hielp hierbij: voortaan had je Vlaamse, Waal-se en federale ambtenaren met elk een eigen baas en een eigen statuut. Dankzij de verdeel-en-heers-tactiek konden de diverse overheden besparingen door-voeren. Dit verliep niet altijd zon-der slag of stoot, zoals in het Franstalig onderwijs waar men gedurende bijna een jaar actie voerde. Maar door de aarzelen-de houding van de vakbondslei-ding, die teveel slechte compro-missen sloot, konden toch verre-gaande saneringen doorge-voerd worden. Toen de ASLK en Belgacom geprivatiseerd wer-den, reageerden de vakbonden niet. De gevolgen zijn gekend: afvloeiingen, stijgende werkdruk, slechte arbeidsvoorwaarden.
|
Actieplan dringend gewenst
De vakbonden moeten dringend een actieplan opstellen waarin zij duidelijk elke aanval op de openbare diensten afblokken.
Anderzijds dienen ze via een offensieve campagne duidelijk te maken dat wij een uitbreiding van de openbare diensten wensen en de bevolking hier rond mobiliseren. Het principe van universele dienstverlening ongeacht geslacht, leeftijd, kleur of rijkdom kan mobiliserend werken voor de verdediging van een alternatief op het op winst beluste systeem van de kapitalisten.
|