| Bologna-verklaring: |
Vorig academiejaar beslisten de onderwijsmininsters van 29 Europese landen om "vrijwillig" de Bologna-verklaring te ondertekenen. Het Angelsaksische Bachelor-Master model wordt overgenomen om het Europese hoger onderwijs meer concurrentieel te maken ten opzichte van het Amerikaanse en het Japanse. De grote Europese industriële bedrijven klagen sinds enkele jaren over een zogenaamd tekort aan hoger geschoolde arbeidskrachten. De Europese Ronde Tafel der Industriëlen (een lobby-groep van de machtigste Europese industriëlen) schrijft in één van haar rapporten met betrekking tot het onderwijs dat: "Europa niet alleen jongeren de vrijheid laat om interessante studies te volgen maar dit zelfs aanmoedigt. Tergelijkertijd ontbreekt het in Europa aan hogergeschoolde arbeidskrachten voor de industrie. Hier is het aanbod van arbeidskrachten duidelijk niet in evenwicht met het aanbod."
Dit verhelderend stukje proza verscheen in een ERT rapport in 1989. Ondertussen heeft de lobby-machine goed werk verricht want zijn verschillende Europese landen (waaronder België) reeds volop bezig met de invoering van de Bologna-verklaring. De neoliberale logica van de ERT en de Europese commissie wordt door geen enkele regering fundamenteel in vraag gesteld.
Als mager en weinig geloofwaardig verkoopsargument voor de privatisering en de flexibilisering van het hoger onderwijs wordt het "creëren van een Europese onderwijsruimte" aangehaald en "het op elkaar afstemmen van verschillende graden en diploma's" naar de gekende analogie met de zogenaamde "voordelen" van de invoering van de Euro.
Naast het invoeren van de Bachelor/Master structuur waarbij het eerst behaalde Bachelordiploma na drie jaar studie onmiddellijk toegang moet geven tot de arbeidsmarkt is er nog een tweede pijler die de privatisering moet voorbereiden en dit is het zogenaamde European Credit Transfer System (ECTS). De bedoeling van het ECTS is om per opleidingsonderdeel "kredietpunten" toe te kennen en de opleidingen moduleerbaar te maken en dus gemakkelijker verhandelbaar.
In België is er in de bedrijfswereld een groeiende overtuiging dat de toegang tot het hoger onderwijs te democratisch is en te veel kost aan de staat. Op honderd jonge Belgen zijn er 53 die hogere studies beginnen (gemiddeld 41 voor de Oeso-landen) waarmee België aan de top staat van participatie van jongeren aan het hoger onderwijs. Een eerste manier om de instroom van nieuwe studenten te beperkten is het organiseren van ingangsexamens, bijvoorbeeld voor verschillende kunstopleidingen, de burgelijk ingenieurs en meer recent ook voor de arts- en tandartsopleidingen.
Een ingangsexamen is niet alleen totaal ondemocratisch omdat het scholieren die uit een elitaire middelbare school komen automatisch meer slaagkansen geeft, het is bovendien niet erg flexibel voor de bedrijven als middel om het aantal afgestudeerden te bepalen. In het geval van de burgerlijk ingenieurs werd beslist om het relatief zware ingangsexamen te vergemakkelijken omdat er een tekort dreigde te ontstaan aan hoogtechnologisch opgeleidden voor de industrie. In de geneeskundesector is er momenteel reeds een algemeen tekort aan artsen en wordt er voorgesteld om artsen "in te voeren" uit Nederland!
Een tweede en veel efficiëntere manier om het aantal studenten te beperken is via het verhogen van de financiële drempels door onder andere het verhogen van de inschrijvingsgelden.
In de Verenigde Staten dat model staat voor de Bologna-verklaring kost studeren aan een publieke instelling 82.000 tot 360.000 BEF aan inschrijvingsgeld! Aan de prestige-instellingen (Yale, Harvard, Stanford) kost een diploma om en bij de vier miljoen frank! In Groot-Britannië beslistte de Blair-regering om de studietoelagen (grants) af te schaffen en te vervangen door studieleningen. Resultaat: heel wat minder "begunstigde" studenten zitten na hun studies opgescheept met een schuld die tot 500.000 BEF kan oplopen en zijn bijgevolg verplicht eender welke job te aanvaarden om hun schuld af te betalen. In België is er het voorbeeld van de piloten: toen er nog geen sprake was van crisis in de luchtvaartsector werd de opleiding van de piloten volledig gefinancierd door SABENA. Nu de recessie ook onze nationale luchtvaartmaatschappij treft moeten de aspirant piloten zelf opdraaien voor de kosten. Eénmaal de opleiding achter de rug en ongeveer 3,5 miljoen frank lichter mogen ze gaan solliciteren voor een job als co-piloot aan 72.OOO BEF bruto, waarmee ze amper hun lening voor de opleiding kunnen afbetalen.
De toenemende privatisering van het hoger onderwijs zal een algemene verhoging van de inschrijvingsgelden tot gevolg hebben naast een verhoging van de indirecte studiekosten (huurprijzen kamers, maaltijden, vervoersonkosten,...). De beperkte democratisering in het hoger onderwijs als onmiddellijk gevolg van de economische bloei in de jaren zestig en zeventig (in Vlaanderen) zal terruggedraaid worden. In enkele massa-hogescholen zal de Bachelor-opleiding het grootste deel van de studenten in drie jaar klaarstomen voor de industrie. Een zeer beperkte laag zal nog over de financiële mogelijkheden beschikken om een Master of een doctoraatstitel te behalen.
Niet alleen het hoger onderwijs wordt door gebrek aan overheidsgeld bedreigd in haar functie als openbare dienst, maar ook het secundair onderwijs krijgt sinds jaren besparingen opgedrongen, net zoals andere openbare diensten zoals de spoorwegen, de post, de gemeenten,...
Wij willen de studenten, de leraars en de werknemers van de door besparing en privatisering bedreigde bedrijven organiseren en mobiliseren voor een socialistisch alternatief. Doe mee!
Stef Saliën