De overschakeling naar de euro lijkt nu onvermijdelijk. Daarmee wordt een aloude wensdroom van het establishment gerealiseerd. Het is misschien niet het sluitstuk van de Europese integratie, maar toch een mijlpaal. Normaal zou je verwachten dat de burgerij, de politici en hun broodschrijvers euforisch zijn. Hoe dichter het project echter bij haar realisatie komt, hoe matiger het enthousiasme.
We hebben er nochtans heel wat voor opgeofferd. De beruchte Maastrichtcriteria en het al even anti-sociale stabiliteitspact hebben arbeiders en hun gezinnen de ene inlevering na de andere opgedrongen. Hele sectoren werden ontwricht. Sommige omdat ze "verouderd" en "niet rendabel" waren, de meeste omdat ze "niet rendabel genoeg" waren. Een pak stabiele jobs met degelijke arbeidscontracten en een minimum aan werk- en loongarantie gingen in niets op. Ze maakten plaats voor flexibile arbeidstijden en tijdelijke contracten die gunstiger zijn voor de "competitiviteit" van de bedrijven.
Bovendien werd een einde gesteld aan dienstverlening en overheidssteun aan bedrijven in nood. Openbare diensten werden overheidsbedrijven die moesten voldoen aan de rendabiliteitsvereisten van private sectoren. De beste werden doorgesluisd naar de privé en al dan niet leeggeplunderd. Sociale uitgaven werden weggesneden om te voldoen aan de Europese vereisten. De "vierde wereld", een fenomeen dat in Europa pas opdook na het crisisbeleid van de jaren '80, bleef toenemen, ook tijdens de groeiperiode op het einde van de jaren '90. Het trieste verschijnsel van 'armen met een job' drong ook tot Europa door.
Voor de euro lijkt het einde van de tunnel in zicht. We geven graag toe dat LSP dat nooit verwacht had. We dachten dat de arbeidersbeweging meer weerstand zou bieden. We hebben te lang de verburgerlijking van de sociaal-democratie en het impact ervan op de vakbondsleidingen onderschat. De rem die dat zette op de arbeidersstrijd liet de patroons toe de uitbuitingsgraad tot ongekende hoogte op te drijven. Het verklaart de zwakke, maar gestage economische groei van de jaren '90, hoofdzakelijk op rekening van het zweet, de zenuwen en de gezondheid van de arbeiders en hun gezinnen.
De tunnel blijkt echter niet naar het paradijs te leiden, maar naar een nieuwe crisis. Velen zullen vragen waarvoor die inspanningen dan wel nodig waren. Zelfs Knack vraagt zich af waar de weldaden van de euro blijven. De eurozone is een gevangenis, met de Europese Centrale Bank als bewaker die erop toeziet dat nationale regeringen de crisis niet verzachten onder druk van strijd. We zijn benieuwd hoelang dat Europese front stand zal houden. Aan de basis groeit het ongenoegen en de vakbondsleiders hebben, door hun steun aan het saneringsbeleid, veel krediet verspeeld.
Crisis begint doorgaans aan de top van de maatschappij. Bij economische groei is de drang naar éénheid dominant, bij neergang, als de patroons in hun positie bedreigd worden, zal de roep naar autonomie groeien. We verwachten niet dat de klok 100% achteruit gedraaid zal worden. Het verlaten van de Eurozone door één of enkele landen of zelfs het uiteenvallen in een aantal kleinere zones is echter niet uit te sluiten. Op kapitalistische basis blijft een ééngemaakt Europa een fabel, enkel een socialistisch Europa kan echte éénheid realiseren.
Eric Byl