Massa-ontslagen: welke vakbondsstrategie?

De lijst van massa-ontslagen door multinationals en andere bedrijven wordt elke week langer. De vakbondsverantwoordelijken huilen met de pet op en de syndicale bureaucratie heeft geen antwoord. Hoe strijden voor elke job?

In De Standaard van 2 augustus wordt Vital Peeters, nationaal ACV-secretaris en voorzitter van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), gevraagd of de vakbonden de herstructureringen niet al te lijdzaam ondergaan. Peeters: "Neen, zeker niet. Maar we gaan niet tot de laatste snik vechten voor een verloren zaak, tegen een economische realiteit". Karel Gacoms, voorzitter van ABVV-Vlaams Brabant en woordvoerder van het gemeenschappelijk vakbondsfront bij de sluiting van Renault, heeft het in hetzelfde artikel over Sabena: "We weten dat harde protestactie mogelijk het voortbestaan van het gehele bedrijf in gevaar brengt".

De hele vakbondsstrategie is in een periode van economische crisis met één woord samen te vattten: stervensbegeleiding. Wat ten andere de sterkte van de vakbond zelf ondermijnt. Sabena is zonder harde acties ten onder gegaan. En wat dan als bij een bedrijf zoals Sabena harde protestacties het voortbestaan van het bedrijf in gevaar zouden brengen? Wat is dan het toekomstperspectief van de werknemers in bedrijven met 500 tot 1000 personeelsleden? En van de werknemers in de KMO's? Zich "niet verzetten tegen een economische realiteit"? Met andere woorden: aanvaarden dat de winsten van een kleine minderheid superrijke aandeelhouders belangrijker zijn dan tewerkstelling en het gewaarborgd inkomen van duizenden families?

We kennen slechts onze economische realiteit. We ondervinden dat in de huidige overproductiecrisis de werknemers, in eerste instantie de interimarbeiders, de tijdelijke en de vrouwelijke werkneemsters, betalen om de winsten van de patroons op peil te houden. Hoe zit het met de economische realiteit van de patroons en de hoofdaandeelhouders? Hoe de echte boekhouding eruit ziet, welke afspraken er gemaakt worden, hoe geld versluisd wordt van het ene bedrijf (of filiaal) naar het andere,... is voor ons geheim. Wat er gebeurt met de winsten, het resultaat van onze arbeid, wordt beschermd door het bankgeheim. De vakbondstop heeft makkelijk praten over "een economische realiteit", die zij eigenlijk niet kent en/of niet wilt kennen.

De enige vakbondsstrategie die kans maakt op slagen, is om werk en een menswaardig bestaan voor iedereen te eisen. Het verdedigen van alle verworvenheden van de syndicale en politieke strijd van de arbeiders. Het betrekken en inspraak geven van alle werknemers van alle afdelingen en onderaannemingen van een bedrijf in de syndicale strategie. De cynici zullen beweren dat dit niet mogelijk is omdat de meerderheid van de werknemers in laatste analyse de eigen portemonnee en de eigen toekomst laat voorgaan op de solidariteit met de collega's. De snelheid waarmee dit in de loop van een conflict gebeurt, wijst enkel op het onvermogen van de vakbondsleiding om een strategie te ontwikkelen met een perspectief op jobbehoud voor iedereen en de werknemers actief te betrekken bij de strijd.

In de strijd voor het behoud van Renault, in de acties tegen de sluitingen van Marks & Spencer en recent nog in het conflict tussen Swissair en Sabena koos de vakbond voor een surrogaat van het internationalisme. Betogingen in Parijs, Londen of Zürich tegen sluitingen in Vilvoorde, Luik of Zaventem hebben enkel nut als je ook een ernstige massastrijd op nationaal vlak organiseert. Kleine verspreide acties hebben een verdelend effect en weerhouden de meest strijdbare delegees en arbeiders ervan hun basis op de fabriek zelf uit te breiden. De afdelingen van Marks & Spencers in Frankrijk bleven open onder druk van de machtige campagne van de Franse vakbonden. Een campagne die niet alleen de werknemers van de Franse filialen verenigde, maar ook uitbreiding zocht en vond bij de Franse bevolking.

Solidariteit op het bedrijf en het vertrouwen van de werknemers in de syndicale afvaardiging is iets dat opgebouwd wordt gedurende jaren van geduldig vakbondswerk. De aankondiging van herstructureringen en ontslagen verplicht de werknemers, tijdelijk, de dagdagelijkse zorgen aan de kant te schuiven en uit te kijken naar de vakbonden als het instrument om de gemeenschappelijke belangen te verdedigen. Een vakbondswerking die gisteren geen oog had voor de vele tijdelijke, interim- en deeltijdse arbeiders; die geen actieve politiek had om de arbeiders uit de periferie van het bedrijf te betrekken bij de kern, is vandaag veel zwakker om tegen ontslagen te vechten. Wie zal er, nadat alle contractuelen zonder slag of stoot ontslagen werden, de twijfelaars nog kunnen overtuigen om te strijden voor werkgelegenheid?

Vandaag wordt het wantrouwen tegenover de syndicale bureaucratie groter. Dit brengt ook het werk en de potentiële weerbaarheid van de ernstige vakbondsmilitant in gevaar. Het bewijst het failliet van het overlegsyndicalisme dat slaafs de ups en downs - en de algemene trend sinds 1973 is neerwaarts - van de kapitalistische conjunctuur volgt. Een echte strategie tegen massa-ontslagen wijst elke verantwoordelijkheid van de arbeiders voor de kapitalistische crisis van de hand, bouwt solidariteit door middel van massacampagnes, hanteert een programma van overgangseisen om iedereen te betrekken en organiseert de strijd. Geen vertrouwen in de "vriendjes" in de regering, geen vertrouwen in overnames met loon- en jobsverlies. Enkel vertrouwen in de krachtsverhouding die we als arbeidersbeweging zelf opbouwen.

Karl Debbaut 1