De Europese Unie privatiseert

Het Zweeds voorzitterschap van de EU bouwt verder aan een Europese traditie: uitspraken en beloftes doen die ze niet kunnen waarmaken. Volgens de programmatekst is het belangrijkste strategische doel van de unie volledige tewerkstelling. Met een Europese werkloosheid van 10% en de privatiseringen van openbare diensten die nog duizenden jobs zullen kosten, kunnen we dit gerust een leugen noemen.

door Karl Debbaut

In de '90 hebben de EU lidstaten zich geconcentreerd op het afbreken van de regels die de werknemers op het werk een sociale bescherming garandeerden. De verscheidene systemen van Sociale Zekerheid werden aangepakt met als excuus het afbouwen van de nationale schuld van de lidstaten. De Zweedse Sociaal Democratische regering hield de eer aan zichzelf om de welvaartstaat, de kathedraal van de arbeidersbeweging, af te bouwen. Ze voerden een besparingsprogramma door ter waarde van 10% van het Zweedse BBP. Resultaat: 1 op 10 families werd onder de armoedegrens geduwd.

In alle landen van de EU wordt gewerkt aan de sluipende privatisering van overheidsdiensten. De nationale posterijen, telefoonmaatschappijen, treinen en bussen, elektriciteitsproducenten, waterdistributie en vele kleinere diensten worden uitverkocht. Tussen 1990 en 1997 privatiseerden de Europese regeringen voor 7500 miljard bfr. Het resultaat van die privatiseringen is overal hetzelfde geweest - een lawine ontslagen en steeds nieuwe kostenbesparende maatregelen.

Vandaag vechten de Europese multinationals om de verdeling van de markt. Het regent fusies en overnames. De privé is niet geďnteresseerd in het leveren van degelijke diensten. Zij zijn op zoek naar die markten waar op kortst mogelijke tijd het meest winst kan gemaakt worden. De elektriciteitsmultinationals bieden waanzinnige prijzen om een plaatsje op de Spaanse markt te vero-veren. Men verwacht dat het elektriciteitsverbruik er met 7% zal stijgen, in vergelijking met 2% in België. Er valt er dus relatief meer te verdienen dan in België. Het geďnvesteerde kapitaal moet opbrengen. Hoe hoger de geboden overnameprijzen, hoe meer de maatschappijen op kosten zullen besparen of de electriciteitsprijs zullen optrekken. Het is de Europese consument die voor de anarchie van de markt zal betalen.

Europese actie is nodig. De vakbondsleiders zijn internationalistisch in woorden. Het Europees Vakverbond verenigt 65 nationale vakbonden en 59 miljoen leden. Dit is potentieel een enorme kracht.

Maar de leiding van het EVV verkwanselt tijd aan lobbyen en schootzitten in plaats van een internationale vakbeweging uit te bouwen die de werknemers kan verenigen in de strijd. Europese acties, blokkades, actiedagen moeten georganiseerd worden. Dit moet voortvloeien uit de tegenstand die in vele landen bestaat tegen de plannen van de EU. Eén internationale betoging, los van acties op nationaal vlak, zal niets oplossen.

De antiglobaliseringsbeweging zal betogen tijdens de EU-top in Gent, Luik en Brussel. Dit is de gelegenheid bij uitstek om een krachtsverhouding tegen privatiseringen op te bouwen. 1