Sedert enkele jaren worden de openbare diensten langs alle kanten aangevallen. De omstandigheden zijn ernaar om een gezamelijke strijd van alle openbare diensten mogelijk te maken. De omvang van de gemeenschappelijke betoging van federale ambtenaren op 13 februari (10.000 betogers) legt de vinger op de wonde.
De syndicale leiding zou meer initiatief moeten nemen. In werkelijkheid zijn ze in woorden tegen de privatiseringen maar doen ze niets in de praktijk om het verzet te organiseren.
Bij Belgacom in Luik werden de delegees die de gevolgen van de privatiseringen in vraag stelden door CGSP Télécom uitgesloten en de leiding van ACOD-Post beschouwt het verlies van arbeidsplaatsen als een normaal gevolg van "moderniseringen". De betoging in gemeenschappelijk vakbondsfront van woensdag 14 maart en de, enkel door de ACOD gesteun-de, 24-urenstaking van 23 maart bijvoorbeeld, werden slechts gebruikt om stoom af te laten. Een woensdagnamiddag-betoging en een staking van één dag zullen zeker niet volstaan om de privatiseringen te stoppen.
De betoging van 14 maart bracht 20.000 man op de been. Een beetje minder dan verwacht. De stakingsoproep voor 23 maart werd niet overal op dezelfde manier opgevolgd. Het spoor ging volledig plat. In Henegouwen en Luik was er in alle sectoren voldoende respons, evenals in die sectoren (NMBS, Belgacom, RTBF, in de gevangenissen) waar de staking in tegenstelling tot de ordewoorden toch in gemeenschappelijk vakbondsfront georganiseerd werd. Op andere plaatsen was de staking zwak.
De vakbondsleiding had zonder enige twijfel liever een sterkere beweging gehad. Een bredere basis om op terug te vallen. Het belangrijkste doel van de vakbondsleiding was het verbeteren van de krachtsverhoudingen in de onderhandelingen voor een loonsverhoging. Maar men vergeet dat je niet de ene dag stakingen en bewegingen kan tegenhouden om de volgende dag op een knopje te drukken om opnieuw vooruit te gaan. Daarenboven was het voor veel personeelsleden niet duidelijk of er in hun sector nu wel of niet gestaakt werd op 23 maart.
Om een overwinning te behalen moet men over een ernstig mobilisatieplan beschikken: een duidelijk eisenplan beslist door grote algemene vergaderingen van het personeel rond eisen die de verschillende sectoren verenigen, een plan dat de strijd naar een hoogtepunt brengt, etc.. De leiding twijfelt of ze wel een grote campagne wil beginnen. Men wil immers geen beweging creëren die aan de controle ontsnapt.
"We worden geleid door een stelletje onbekwamen!" riep een jonge postbode
op de betoging van 14 maart. Het is gedeeltelijk waar. Het syndicaal
apparaat selecteert haar personeel vol-gens haar eigen oriëntatie. Het
overlegsyndicalisme brengt, in plaats van mensen die in staat zijn een
strijd te organiseren, technocraten en beheerders aan de top van de
centrales. Maar de voornaamste reden voor het debacle is van politieke
aard. De leiding is niet bereid in te gaan tegen de
privatiseringspolitiek van de eigen vrienden in de regering.