DE POST
We hebben geen nood aan "postpunten", maar aan postkantoren!
De Post start dit jaar met een massale sluiting van postkantoren. De meeste verdwijnen... na de verkiezingen! Van de huidige 1.300 kantoren moeten er op termijn meer dan de helft verdwijnen.
Aanval op de dienstverlening
Onze Post moet zogenaamd concurrentieel zijn met andere spelers op de internationale markt en moet dus aantrekkelijk zijn voor investeerders. Na het doorvoeren van de Georoutes is het bij De Post niet zozeer de dienstverlening aan de bevolking die telt, maar wel het winstgevend maken van het "bedrijf".
De Georoutes tasten reeds de sociale rol van de postbode aan. Nu moeten in een eerste fase 277 postkantoren sluiten. Dit betekent voor velen het verdwijnen van hun vertrouwde plaats waar ze hun bankverrichtingen en post organiseren.
In de steden zijn het vooral postkantoren in de volkse wijken die verdwijnen omdat er volgens de bedrijfslogica te weinig geld over de toonbank gaat. In landelijke gebieden verdwijnen in veel gemeenten het enige postkantoor (er moet slechts één kantoor per fusiegemeente blijven). Dat er in die kantoren heel wat senioren en mensen met een beperkt inkomen beroep doen op de diensten van De Post, vindt de directie niet belangrijk.
Bij de andere banken is de dienstverlening al sterk verminderd met minder openingsuren en een grotere nadruk op thuisbankieren of via automaten. Wie niet in staat is om deze technieken toe te passen, wordt nu ook bij De Post als last beschouwd.
Aanval op personeel
In 1998 werkten er nog 43.000 werknemers bij De Post, vandaag zijn het er minder dan 36.000. De sluiting van postkantoren zal ook bij het personeel gevolgen hebben. Tegen eind 2008 wil men nog slecht 30.000 mensen in dienst hebben.
Het jobverlies wordt tijdelijk opgevangen door interimcontracten. Volgens het blad "Trends" is De Post de nummer één wat betreft interimwerk: 1,1 miljoen uren in 2006. Het bedrijfsblad "Texto" stelt trots dat er slechts 300 contracten van bepaalde duur werden omgezet in contracten van onbepaalde duur.
Door de functieclassificatie (met meer dan 400 functieomschrijvingen) wordt er vanaf 1 januari bovendien komaf gemaakt met statutaire aanwervingen, ondanks de wettelijke verplichten volgens de wet van 21 maart 1991 inzake autonome overheidsbedrijven.
Dit heeft belangrijke gevolgen voor dat contractueel personeel:
- Aanvankelijk verdient het contractueel personeel meer dan nu, op langere termijn bereikt het contractueel personeel echter nooit de weddeschaal van een statutair;
- Werken tot 65 jaar en geen aanspraak maken op CAO's voor vervroegde pensionering (nu op 58 jaar);
- Geen ambtenarenpensioen;
- Minder verlofdagen;
- Geen aanspraak op betere regeling bij ziekte; …
Geleidelijk aan wil de directie wellicht dat de statutairen verdwijnen. Hierdoor wordt het makkelijker om het personeel aan te pakken.
